Het verhaal van de familie Bloothooft

De familie Bloothooft is een echte molenaarsfamilie. Ze hebben generaties lang op poldermolen K in de Schermer gemalen. Deze molen behoort in 1634 tot de eerst gebouwde poldermolens, maar wordt in 1645 verplaatst binnen diezelfde polder omdat hij niet effectief blijkt.

Historische foto van de Zuiderring

Op de voorgrond de inmiddels verdwenen ondermolens 16 en 15 van de Zuiderring, op de achtergrond poldermolen K. (foto: Vereniging De Hollandsche Molen)

Het verhaal van de Bloothoofden op poldermolen K begint met Dirk Cornelisz. Hij is er molenaar tot zijn overlijden in 1665. Zijn bijnaam was Houten Dirk. Zijn vrouw Maartje Arents neemt de molen over en laat zich daarbij, zoals gebruikelijk, assisteren. Dat is mogelijk haar kleinzoon geweest, Dirk Klaasz Bloothooft (1636?-1711), die de molen van zijn grootmoeder overneemt als zij in 1672 overlijdt. Diens vader, Klaas Dirks maalde op de tweede middenmolen en werd met de bijnaam Bloothooft onderscheiden van timmerbaas Klaas Dirks die werkte op de nabijgelegen timmerwerf en Basen wordt genoemd. Beide bijnamen zijn familienamen geworden.

Plaatsing nieuwe vijzel

Poldermolen K krijgt in maart 2008 een nieuwe vijzel. (foto: SSM)

Molenaar van vader (of moeder) op zoon

De oudste zoon Sijmen Dirks Bloothooft (1671-1743) wordt vanaf 1700 samen met zijn vader als molenaar van poldermolen K genoemd. Ook Sijmen wordt weer opgevolgd door zijn oudste zoon Cornelis (1702-1756). Cornelis is dan al getrouwd en heeft drie kinderen. Waarschijnlijk neemt hij al jaren de molen waar voor zijn oude vader.

Deze Cornelis overlijdt relatief jong en zijn vrouw Trijntje neemt de molen over, ongetwijfeld bijgestaan door haar zoons Sijmen en Dirk die bij het overlijden van hun vader nog maar achttien en veertien jaar oud zijn.
Het is armoede op een watermolen, en in haar laatste levensjaren ontvangt Trijntje als molenaarsweduwe 16 gulden en 11 stuivers per jaar. Van de roomse kerk krijgt ze elke week nog eens 15 stuivers. Daarnaast komen er uit de armenkas wekelijks 11, en later 26, stuivers, plus zes broden en jaarlijks tien ton turf, tot haar dood in 1780.

Brutaal tegen de molenmeester

Sijmen wordt molenaar op een nabijgelegen middenmolen en Dirk (1742-1806) blijft op poldermolen K. Van Dirk is bekend dat hij wel eens brutaal is tegen de molenmeester en soms ook achter is met zijn krooswerk, zoals blijkt uit de notities van de dijkgraaf en heemraden. Ook dit gezin krijgt jarenlang ondersteuning van de armenvoogden. Van zijn negen kinderen blijven er twee in leven.

De Bloothoofdsweg

De jongste zoon Jan (1784-1862) is zesenvijftig  jaar lang molenaar geweest.
In zijn tijd is de familie Bloothooft al sinds mensenheugenis molenaar op de poldermolen. De weg naar de molen wordt in de 19e eeuw dan ook Bloothoofdsweg genoemd. Dat blijft zo tot het in 1993 in Blokkerweg wordt omgedoopt.

Historische foto van Pieter Plevier en zijn vrouw

Foto’s van de familie Bloothooft zijn er niet. Van wat later datum (ca. 1890) is deze foto van molenaar Pieter Plevier en zijn vrouw Dieuwertje Hopman zittend voor de middelmolen P aan de Noorderring. (foto: Museummolen, Schermerhorn)

Einde aan 200 jaar molenaars Bloothooft

Jan Bloothooft en zijn vrouw blijven kinderloos en dat brengt de molenaar op zijn oude dag in moeilijkheden. Vanaf zijn 71ste komen er klachten. Er moet een knecht bij komen. De boeren uit de omgeving en ook de dijkgraaf en heemraden dragen daar aan bij uit eigen zak.De problemen blijven en de polder en de gemeente Akersloot ruziën over wie de kosten van een assistent moet betalen. Ten slotte moet het echtpaar in 1862 de molen verlaten.
Jan overleeft dat maar twaalf dagen. Het is het einde van een tijdperk Bloothooft dat ruim tweehonderd jaar heeft geduurd.

Kaart Schermer

Kaart Schermer

Tekst: Gerrit Bloothooft 6-2-2012. Tekstbewerking: Tanja Schermerhorn
QR: 3. Poldermolen K.

Publicatiedatum: 25/02/2014