Het Muiderslot en zijn bewoners

Het Muiderslot is één van de best bewaarde middeleeuwse kastelen in Nederland. Er woonden door de eeuwen heen veel verschillende mensen, maar graaf Floris V en Pieter Corneliszoon Hooft zijn wel de meest bekende bewoners.

Graaf Floris V

Hoewel er enige onzekerheid is, denkt men dat het Muiderslot in 1285 werd gebouwd in opdracht van graaf Floris V, in het grensgebied tussen het graafschap Holland en het bisdom Utrecht. De graaf wilde zijn macht in het gebied vergroten en liet daarom meerdere kastelen bouwen. Het Muiderslot gebruikte hij als tolburcht om de handel over de Vecht te beheersen. Graaf Floris was bij de adel niet populair; daarom werd er in 1296 een samenzwering tegen hem beraamd. Hij werd door drie edelen vermoord.

Het Muiderslot.

Het Muiderslot.Het Muiderslot.

P.C. Hooft

Na Floris V werd het kasteel bewoond door niet de minste mannen; hertog Aelbrecht van Beieren, hertog Karel van Gelre, de graaf van Bossu en ook de graaf van Leicester. In 1609 nam de dichter P.C. Hooft zijn intrek in het slot. Hij maakte van het kasteel een ‘glansrijk middelpunt van cultuur’. Na zijn dood was het een beetje gedaan met de status van het Muiderslot. Constantijn Huygens zei hierover;
Muyder Slot, onthoofde Romp,
Zedert u de glimp ontglomp
Zedert Ghij de starcke straelen
Westelik saeght van u daelen
Van het Sonnelijke Hooft
Dat de starckste Sterren dooft’

Oorlogsdoeleinden

In de Franse tijd werd het kasteel nog gebruikt voor oorlogsdoeleinden. Het Ministerie van Oorlog sloeg er oorlogsgoederen op. Ook was het slot daarna onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (1815-1940); een reeks van verdedigingswerken om de vijand buiten de deur te houden. De linie had vijf vestigingsteden, waar Muiden er één van was. Als er gevaar dreigde, konden stukken land tussen Muiden en de Biesbosch onder water gezet worden. Vanuit het Muiderslot werd het water in- en uitgepompt. Tegelijkertijd konden de aanvallers onder schot gehouden worden vanuit de kantelen.

Museum

Aan het begin van de negentiende eeuw was de staat van het kasteel zó verslechterd dat er stemmen opgingen om het voor afbraak te verkopen. Hiertegen verzetten zich echter zoveel mensen, dat werd besloten om het als ‘vaderlands gedenkteken voor de toekomst te bewaren’. Nu is het slot als museum te bezoeken. Je kunt er door de kamers dwalen, een rondje lopen door de historische tuinen en je kunt zelfs (in de zomermaanden: april tot en met oktober) luisteren naar de valkenier die met zijn roofvogels het verhaal over de valkenjacht verteld.

De Muiderkring

In 1609 werd de dichter Pieter Corneliszoon Hooft benoemd tot drost en baljuw van Muiden en het Gooiland. Hij had als taak om de toegang tot de Vecht en de route naar Amsterdam vanuit het Gooi te bewaken. Om die reden mocht hij in het Muiderslot gaan wonen. De ambtenaarsfunctie was echt vooral een eervol baantje, en er bleef voor hem genoeg tijd om zijn hobby’s (schrijven, dichten en muziek maken) te beoefenen. Hooft kwam als burgemeesterszoon oorspronkelijk uit Amsterdam, en hij had hier dan ook veel vrienden. Net als hij waren dit intellectuele mensen die van kunst, literatuur en muziek hielden.

Feestjes

Vanaf 1631 had Hooft de gewoonte om één (soms twee) keer per zomer een aantal van deze kunstzinnige vrienden uit te nodigen voor een gezellig samenzijn. Onder zijn gasten waren onder andere de dichters Constantijn Huygens en Casparus Barlaeus, maar ook de humanist Vossius en de zusters Roemers Visscher. Zij ondernamen gezamenlijk kunstzinnige activiteiten en hielden spirituele conversaties. Soms kwamen zij zelfs voor langere logeerpartijen. Na het laatste feest aan het einde van de zomertijd namen zij altijd afscheid van elkaar met de groet “tot in de pruimentijd”, refererend aan de pruimenbomen rond het slot en hiermee de volgende zomer bedoelend. In de winter ontmoetten de leden van deze ‘Muiderkring’ elkaar gewoon in hun woonplaats Amsterdam. Barlaeus noemde hen een amicorum comitia Muydae: een vergadering van Muidense vrienden.

Mythe

De term ‘Muiderkring’ is echter een negentiende-eeuwse uitvinding; in die tijd had men de vaderlandse culturele eenheid in een hoog vaandel staan en zocht daarom in de geïdealiseerde zeventiende eeuw een glorieus voorbeeld. De mythe was geïnspireerd op de zeventiende-eeuwse biografie van Hooft door Geerard Brandt. Brandt baseerde zich op de briefwisselingen van de dichter. Hij schetste een beeld van de vriendenkring als “een zangberg van vrolijkheid”. Huygens, zelf lid van de culturele groep, schreef:

[We houden ons bezig]

“Met Rijnse wijn en sect

Met zingen en met rijmen

Met sommen en met lijmen

Met zitten en met gaan

In zonneschijn en maan,

Met kuieren en praten

Langs dijken en langs straten”

Publicatiedatum: 01/06/2012