Helderse schatkamers

Dat het met het sanitair in de woning vroeger anders gesteld was dan nu is bekend. Maar om te beseffen hoe anders het nog in de jaren vijftig in veel gemeenten toeging op dat gebied moet je ervaringsdeskundige zijn. Oud-Heldenaar Hans van Rossum (1949) haalt private herinneringen op.

Ik kom uit een groot gezin dat woonde achter en boven de kruidenierswinkel die mijn vader in 1955 begonnen was in de Keizerstraat, destijds een drukke winkelstraat in het hartje van Den Helder. Achter de VIVO-winkel was een kleine binnenplaats. Het plaatsje was omsloten door de bijkeuken met toilet aan de ene kant en de zijkant van het buurhuis van de familie Winter, van de winkel in babyartikelen en kinderkleren, aan de andere kant. De andere directe buur was de musicus en radiotechnicus Jaap van der Sande. Bijzonder voor die tijd was dat de vriendin van Jaap van der Sande binnen niet mocht roken. Ze deed dat stiekem met haar hoofd uit het wc-raampje aan de achterkant van hun huis. Onder onze binnenplaats was de beerput.

De feestelijke opening van de VIVO-winkel, 10 november 1955.

Wachtkamer

De familie Van Rossum telde vanaf 1957 negen gezinsleden en dat waren negen monden om te voeden, negen lijven om te kleden en alles wat er verder nog bij komt kijken. Na het ontbijt veranderde de bijkeuken in een wachtkamer voor het toilet. Een toilet heette toen nog gewoon wc. Ieder wachtte keurig in de rij. De wachttijd liep op door het grote aantal gebruikers maar vooral ook door de tijd die nodig was om de gietijzeren stortbak telkens te vullen. Je kon wel zonder doortrekken vertrekken maar dat werd als een doodzonde beschouwd en bestraft. Mijn schoonzuster Iedje, uit een gezin met twaalf kinderen, vertelde me dat zij met haar broers en zusters thuis in de Eemstraat in een lange rij op de trap op hun beurt moesten wachten.

Kruidenier Van Rossum achter de toonbank.

Slang door de winkel

Het lijkt nu wat primitief, maar toch was het woonwinkelhuis in de Keizerstraat nummer 52 modern voor die tijd. Er was bijvoorbeeld al vanaf de oplevering in 1933 een bad met geiser. Als de beerput vol was – en dan had doortrekken niet meer het gewenste effect – kwam er een wagen langs van de gemeente. Dan werd er een slang door de winkel uitgerold naar de binnenplaats en werd met groot kabaal de inhoud van de beerput geleegd. Daarna konden we weer zo´n half jaar vooruit. In de zijstraten waren geen beerputten gebouwd en men deed de behoefte in zogenaamde privaatemmers die eens per week werden geleegd. Doortrekken was dan niet aan de orde. Als je geluk had stond de ‘kakdoos’ in de tuin. Zoals thuis bij mijn vriendje Peter Robben in de Koningdwarsstraat. Bij bovenwoningen was die luxe er niet en was de kakdoos meestal in de keuken te vinden, afgescheiden met een gordijntje.

De Keizerstraat in Den Helder. Het tweede pand van rechts is de kruidenierswinkel.

Eindelijk riolering

In de jaren zestig kreeg ook ons deel van de Helderse binnenstad riolering die – naar verluidt – werd aangelegd door een Duitse firma. Misschien was de nationaliteit van het bedrijf wel een grap omdat er telkens bij werd gezegd dat dat was omdat die moffen zo goed kuilen konden graven. Vanaf die tijd waren we direct aangesloten op het riool en verloor de beerput zijn functie. De VIVO-winkel raakte echter langzamerhand door andere veranderingen in de binnenstad klandizie kwijt en werd in 1967 opgeheven. Ons gezin verhuisde de stad uit. De beerput met inhoud bleef wel gewoon op zijn plek onder het binnenplaatsje.

Ondergronds erfgoed

Zo’n vijftig jaar later staan mijn broer Guus en ik op datzelfde binnenplaatsje dat nu overdekt is en deel uitmaakt van de kapsalon Oranje. Het kan haast niet anders dan dat die beerput met inhoud bij alle verbouwingen gewoon is blijven zitten. En dan zie ik ineens voor me dat er nog een heel stelsel van ondergrondse schatkamers in de Helderse binnenstad is te vinden waar zich de sporen bevinden van de toenmalige bewoners. Ik noem maar: de familie Crone, de familie Schoonhoven, diverse families Nijpels en Coltof. Als de gemeente Den Helder zulk archeologisch belang hecht aan betonnen bunkers uit de nazitijd, dan moet dat toch zeker ook gelden voor dit eigen ondergrondse erfgoed. Den Helder let op uw zaak, behoud de beerputten voor komende generaties en voor nader onderzoek.

Auteur: Hans van Rossum

Bron

Dit verhaal is eerder in ruwe vorm geplaatst op de site ‘Je bent Jutter als …’, een besloten groep op Facebook. Jutter is de bijnaam voor een (oud-)inwoner van Den Helder. In het najaar van 2016 verschijnt de verhalenbundel ‘Rentree Den Helder’ van Hans van Rossum als derde deel van een trilogie over zijn jeugd in die stad. Eerder verschenen ‘Retour Den Helder’ (2014) en ‘Rendez-vous Den Helder’ (2015), verkrijgbaar in de plaatselijke boekwinkels.

Publicatiedatum: 29/01/2016