Een emmer voor de Boldootkar

Op de achterplaats, tussen de keuken en de bergruimte in, was het kleine vertrek. Een hokje, meer was het niet, de ruimte om je behoefte te doen; een hokje zonder licht en alleen vanaf de buitenkant toegankelijk. In 1956 heeft nog niemand in de Emmastraat een waterspoelingtoilet, iedereen doet het op een houten ton of zinken emmer. Zo ook de tienjarige Sebastiaan en zijn familie in een van de oudste straten van Den Helder.

Op een ongeveer zestig centimeter hoge houten doos, voorzien van een rond gat, kon je gaan zitten om je ontlasting de vrije loop te laten. Alleen de grote boodschap mocht op de privaatemmer, anders zou die te snel vol zijn. Plassen deed je als jongen gewoon buiten op de plaats bij het putje. Voor vliegen en andere insecten was het putje een eldorado. Aansluiting op de riolering kwam pas in de jaren zestig.

Boldootkar

Op een ochtend lag Sebastiaan grieperig boven in bed. Vader was naar zijn werk, zijn grote broer naar school en moeder was om een boodschap in het buurtwinkeltje verderop in de straat. Hij staarde lusteloos naar de zolderbalken. Sebastiaan verveelde zich. Plotseling veerde hij rechtop. Hoorde hij daar de ratel van de strontkar? Panische gedachten overvielen hem. De strontkar, ook wel de ‘Boldootkar’ genoemd, was een voertuig waarin mannen, gekleed in lange leren schorten, handmatig de overvolle emmers leegden. Twee keer per week trok dit voertuig door de straat, voorafgegaan door een man met een ratel. Hij waarschuwde de bewoners dat de emmers en tonnen op de stoep gezet konden worden. Was iemand niet thuis of was hij te laat met het klaarzetten, dan had de betrokkene een groot probleem. Op de stinkende walm die door de straat trok moest de bewoner dan weer een aantal dagen wachten.

Destijds een vertrouwd straatbeeld in steden en dorpen: het verwisselen van de tonnen.

Op de foto het Ramen in Alkmaar, 1954. Beeld: beeldbank Regionaal Archief Alkmaar, catalogusnummer FO 1002762.

Destijds een vertrouwd straatbeeld in steden en dorpen: het verwisselen van de tonnen.Destijds een vertrouwd straatbeeld in steden en dorpen: het verwisselen van de tonnen.

Angstige ogenblikken

Sebastiaan sprong uit bed, trok zijn broek en schoenen aan, snelde naar beneden en keek de straat in. Hij zag de ratelaar in de verte aankomen, op ruime afstand gevolgd door de strontkar. Waar blijft mamma nou, dacht hij angstig. Uit verschillende steegjes kwamen de bewoners met hun emmer te voorschijn. Haastig rende hij door de kamer en de keuken op weg naar de achterkant van het huis. In het privaat wipte hij de zitplank omhoog, pakte het hengsel van de emmer en tilde met grote moeite de verzamelde heerlijkheden naar buiten.

Gelukt

Door het steegje achterom probeerde Sebastiaan op tijd de straat te halen. Om de paar meter zette hij de klotsende emmer neer om op adem te komen. Door regelmatig te morsen werd de inhoud van de emmer steeds minder, maar door zijn inspanning werden het tillen en lopen alsmaar zwaarder. Doodvermoeid zette hij voor de laatste keer de emmer neer en keek snel de straat in. Te laat. Het dampende voertuig, omgeven door een zwerm vliegen, was zijn huis al tientallen meters gepasseerd. Sebastiaan rende de kar achterna en wees de mannen naar zijn emmer. Het voertuig stopte en reed langzaam achteruit. Het was hem gelukt. Uitgeput maar voldaan liep Sebastiaan met een lege emmer terug. Hij had zijn ouders deze ochtend een hoop narigheid bespaard.Auteur: Ton Catshoek (Heerhugowaard), bewerking: redactie Oneindig Noord-Holland.
 
Naschrift: In vele steden en dorpen van Nederland reed tot ver in de jaren vijftig de ‘Boldootkar’ of  tonnetjeskar door de straten waarmee de faecaliën bij de huizen werden opgehaald. Boldoot verwijst naar een ouderwets parfum.

Publicatiedatum: 17/05/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.