Grote Houtstraat 173 Haarlem: de Banketbakkerij

Uit op wraak voor zijn ontslag en verlangend naar de baan van de 84-jarige Willem Markus, had Johannes Jacobus Beek besloten om Markus te vermoorden. Hij had reeds via zijn zwager rattenkruid in handen gekregen. Op 28 september 1910 bracht Beek zijn uitgedachte plan ten uitvoer. Aan de hand van zijn latere bekentenis op 4 oktober, en getuigenverhoren op 5 oktober kunnen we goed de uitvoering van zijn daad reconstrueren.

Grote Houtstraat 173. Hier was de banketbakkerij gevestigd waar J.J. Beek zijn taart kocht. Vandaag de dag zit hier nog steeds een banketbakker.

Om te voorkomen dat hij op station Hoorn gezien zou worden, vertrok Beek op 28 september lopend naar het treinstation in Scharwoude. Daar stapte hij op de trein naar Amsterdam, alwaar hij overstapte op de trein naar Haarlem. Daar liep hij vlak na twee uur bij een pas geopende banketbakkerij aan de Grote Houtstraat 173 naar binnen. Dit was de banketbakkerij van de 42-jarige Francois Hellingman. Het was erg druk in de zaak. Beek bestelde bij de 25-jarige winkeljuffrouw een ‘gelaagde taart’. Dit was geen vreemd verzoek. Andere klanten bestelden ook vaak zo’n taart, zodat ze later nog een presentje tussen de taart konden stoppen. Om vier uur kwam Beek terug en kreeg zijn vers gemaakte taart mee.

Grote Houtstraat 173Hier was de banketbakkerij gevestigd waar J.J. Beek zijn taart kocht. Vandaag de dag zit hier nog steeds een banketbakker.

Beek stapte vervolgens bij een naburig café aan Houtplein 29 naar binnen. Hij vroeg aan de 50-jarige tapster een glas klare jenever en ging aan een tafeltje zitten. De tapster gaf de jenever, ging tegenover hem aan het tafeltje zitten en begon tegen hem te praten. Beek reageerde echter niet, waarop de tapster maar elders ging breien op een plek waar vandaan ze Beek goed in de gaten kon houden. Beek bestelde nog een glas jenever, maar vertrok na 15 minuten. Het heeft er alle schijn van dat hij het vervelend vond dat er op hem gelet werd. Tien minuten later kwam Beek toch weer terug, bestelde nog een glas klare jenever, en vroeg of hij in het tuintje achter het café plaats mocht nemen en het pakje mee mocht nemen.

De tapster vond dit een vreemde vraag maar vond het goed. Later vroeg ze nog een andere klant die terugkwam uit het tuintje wat Beek met dat pakje uitvoerde, maar deze antwoordde ongeïnteresseerd: “weet ik het”. Op dit moment moet Beek zijn rattengif tussen de taartlagen hebben gestrooid. Even later kwam hij weer naar binnen om te betalen en vertrok naar het station.

Beek nam de trein terug naar Amsterdam. Zijn missie in Haarlem was geslaagd: hij had een taart en er rattengif tussen gedaan, zonder dat hij herkend was door bekenden die hem later zouden kunnen aangeven. In Amsterdam zou Beek het pakje gaan versturen, daar wachtte hem echter nog een verrassing…

Auteurs: Richard Sandbrink en Jan de Bruin

Publicatiedatum: 25/10/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.