Het nieuwe Depot voor Bodemvondsten een stap dichterbij

Op dinsdag 11 oktober 2011 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Holland een besluit genomen over de realisatie van een nieuw depot voor de vele Noord-Hollandse bodemvondsten, die tot dan toe werden bewaard in gebouw Mercurius in Wormer. De nieuwbouw, die vele miljoenen zou kosten, kwam daarmee een flinke stap dichterbij; het fiat van Provinciale Staten volgde en zo konden de bouwactiviteiten beginnen. De opening van het Huis van Hilde in Castricum wordt begin 2015 verwacht.

Noodzaak

Het prachtige pakhuis Mercurius, dat in 1919 was gebouwd, onderging in de jaren 80 een grondige restauratie, waarna het voor andere doeleinden zou worden gebruikt. Zo werd het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in het pand gevestigd, met de gedachte dat daar tot in lengte van jaren archeologisch materiaal zou kunnen worden opgeslagen. Na bijna 20 jaar bleek niet alleen het pand te klein, maar ook ongeschikt voor de nieuwe eisen en doelstellingen van het depot.

 

Gebouw Mercurius in Wormer. Foto: Kees Zwaan.

Synthese

De nieuwe plannen vormden een synthese tussen de noodzaak van een nieuw depot en de wens een archeologisch museum te hebben. Het nieuwe onderkomen dat in de nabijheid van het station in Castricum verrijst krijgt een belangrijke publieksfunctie. Naast depot wordt het ook een bezoekerscentrum waar thematisch aandacht geschonken zal worden aan belangrijke episoden in de Noord-Hollandse geschiedenis. Zo werd in de aanloop naar de opening een tentoonstelling ingericht naar aanleiding van een tot leven gebracht skelet van een jonge vrouw (‘Hilde’) die in de vierde eeuw na Christus leefde. Hierdoor kwam een stuk oude geschiedenis ineens heel dichtbij en kon de bezoeker zich gemakkelijk inleven in de omstandigheden van toen.

Toegankelijkheid en kwaliteit

Mede door het veranderde rijksbeleid, waardoor alle materiaal dat ooit was opgegraven door de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek opgeslagen moet worden in de provincie waar het gevonden was, maar ook door nieuwe eisen die aan de kwaliteit van het bewaren en de toegankelijkheid van de collectie gesteld worden, was nieuwbouw onvermijdelijk.

Dozen in een donkere hal

Een bezoek aan het huidige depot leert de bezoeker direct hoe hoog de nood is. Hoewel de nodige topvondsten van aardewerk in vitrines in het trappenhuis staan opgesteld, wordt deze donkere ruimte zonder daglicht voor het grootste gedeelte gevuld met stellingen die vol staan met bruine kartonnen dozen. Zelfs de gangpaden worden versperd door voorwerpen die niet in een doos of op een stelling passen. De ruimte waar objecten worden beschreven en verpakt is klein en wordt gedomineerd en gevuld door vier bureaus die meestal bezaaid liggen met een scala aan spullen. Iedere bezoeker is het duidelijk dat hier hard wordt gewerkt onder beroerde omstandigheden.

 

Stellingen vol met dozen. Foto: Kees Zwaan.

Kostbare en kwetsbare materialen

Geconserveerd hout en leer moet onder klimatologisch goede omstandigheden worden bewaard, net als de meeste metalen. Ze zijn voor veel geld behandeld en dan wil je dat ze nog vele jaren in goede conditie blijven. Hiervoor zijn ruimtes nodig waarbinnen een constante vochtigheid en temperatuur geregeld kunnen worden; die ruimtes zijn in Mercurius niet te vinden.

Archeologisch museum?

Al in de jaren 70 van de twintigste eeuw werd gesproken over het oprichten van een archeologisch museum in Noord-Holland. Diverse locaties werden genomineerd, maar geen ervan is het ooit geworden. De kosten voor een dergelijk museum, zo was het argument, waren veel te hoog en daarom werden de plannen in de ijskast gezet.

Huis van Hilde te Castricum, vooraanzicht. Bron: Cultuurcompagnie Noord-Holland.

Actualiteit

Natuurlijk is het ook de bedoeling om recente vondsten onder de aandacht te brengen; zo werden in oktober 2011 de schamele resten van een Engelse soldaat, die in 1799 sneuvelde bij Grote Keeten, gepresenteerd met een volledige reconstructie van het uniform van de onfortuinlijke militair. Zo is deze (nog) anonieme krijgsman ineens het niet over het hoofd te ziene symbool geworden van de hevigste oorlogshandelingen die ooit in Noord-Holland plaatsvonden.

Tekst: Frans Diederik

Bron: Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 25/10/2011