Grote en kleine plagen voor de molen

Dat spinnen en ander kruipend gedierte graag in molens vertoeven zal niemand verassen. Het riet en de talloze hoekjes en gaatjes vormen een aangename verblijfplaats voor deze kleine plaagdieren. Ook de muggen geven in een waterrijke omgeving al gauw overlast.
Niet alleen de mens ook de molen wordt door insecten belaagd.

De larve van een huisboktor met vraatschade

De larve van een huisboktor met vraatschade. (foto: Wikimedia Commons: Rasbak 2009)

Omdat de molen van hout is zijn er verschillende insecten, die hun eitjes graag afzetten in of op de houten balken van de molen. De larven uit die eitjes vreten zich in het hout tot zij volwassen zijn. Zo ontstaat er een stelsel van grote of kleine gaten in de balken, die bij ernstige aantasting de constructie van de molen kunnen ondermijnen.  Een bekend voorbeeld is de houtworm. Zijn grotere disgenoten de boktor en de bonte knaagkever graven van binnenuit sleuven in het hout, waardoor balken geheel uitgehold kunnen worden, terwijl daar aan de buitenzijde niets van te zien is.

Toen de molenbewoners nog op de benedenverdieping stookten en er rookontwikkeling op de roetzolder vrij kwam, was dit tevens het behoud van de molen. De rook zorgde ervoor dat het minder aantrekkelijk was voor insecten. Dat doet de centrale verwarming, die inmiddels in de meeste molens geïnstalleerd is en voor de bewoners veel schoner is, niet.

 

Aalscholvers

Aalscholvers. (foto: Wikimedia Commons: Judy van der Velden 2012)

Vogels

Regelmatig overnachten aalscholvers in een molenwiek. De vogelpoep vormt een onaangename verrassing voor de molenaar, die voor ‘het opzeilen’ van zijn molen in de besmeurde wiek moet klimmen.

Een molen bestaat voor een groot deel uit natuurlijke materialen. Voor vogels is de rieten kap, zeker in het broedseizoen, een aantrekkelijke bouwmarkt om daar het benodigde nestmateriaal bij elkaar te scharrelen. Om te grote plundering en daardoor de kans op lekkage van de kap te voorkomen wordt er soms een bescherming van kuikengaas op de molenkap aangebracht.

Om de gunstigste windvang te krijgen zet de molenaar het bovenste deel van de molen, bestaande uit de kap met de wieken, op de wind. Daartoe is tussen kap en molenlijf een ring aangebracht met houten rollen waardoor de kap kan draaien. Soms maken vogels een nest tussen deze houten kaprollen. Wanneer de molenaar dan  de molen op de wind zet, komen die kaprollen klem te zitten en breken.

De molenaar legt de zeilen voor

Wanneer de molen niet draait, rolt de molenaar de zeilen tegen de roeden aan. Begint hij weer met draaien dan moet hij bij onvoldoende wind de zeilen weer voorleggen. Dat wil zeggen hij klimt in de wiek om het zeil weer uit te rollen en vast te zetten.

De molenaar legt de zeilen voor

De molenaar klimt in de wiek om de zeilen voor te leggen. (foto: SSM)

Mollen en muizen

Ook mollen vormen met hun gangen en molshopen voortdurende ergernis voor de molenbewoner die zijn molenerf ziet omgeploegd. En dan zijn er natuurlijk de muizen en ratten die vooral in de wintermaanden de beschutting van de molen graag opzoeken. De meeste molenaars pakken dit euvel zelf aan en nemen een kat om aan deze overlast het hoofd te bieden.

Kaart Schermer

Kaart Schermer

© Schermer Molens Stichting/ tekstbewerking: Tanja Schermerhorn
QR: 13.Strijkmolen K.

Publicatiedatum: 26/02/2014

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.