Gesprek met ‘Zeevaarder’ Wil Hamers

Gesprek met 'Zeevaarder' Wil Hamers, leerling Zeevaartschool Texel september 1930 tot augustus 1932.

In de periode eind 1912 tot halverwege het jaar 1933 werd op Texel zeevaartkundig onderwijs gegeven aan de Gemeentelijke Zeevaartschool te Den Burg. De school was eerst gevestigd in het Glazen Paleis, gelegen aan de Nieuwstraat, nu Burgwal, en vanaf februari 1915 op het Schilderend. De leerlingen van deze school werden in de volksmond ‘Zeevaarders’ genoemd. Via een tip van (oud)kapitein GHV Kees Salwegter uit Hilversum, wiens vader in het jaar 1921 op de Texelse Zeevaartschool voor zijn 2e rang studeerde, kwam ik in contact met ’Zeevaarder’ Wilhelm Paul ’Wil’ Hamers (1912) uit Bussum. Wil Hamers studeerde in de jaren 1930-32 aan de Gemeentelijke Zeevaartschool Texel voor het diploma stuurmansleerling. Na het overlijden op 24 november 2010 van de (oud) 1e stuurman van het in de tweede wereldoorlog getorpedeerde s.s Tjisalak, Frits de Jong, is Wil Hamers waarschijnlijk de enige nog levende getuige van dit unieke stuk Texelse historie. In een aantal boeiende gesprekken en een uitgebreide briefwisseling maakte de heer Hamers mij deelgenoot van zijn tijd op Texel. Ook bekeken wij zijn fotoalbum, waaruit ik foto’s mocht overnemen.

Het verhaal van Wil Hamers


Texel

“Waarom ik naar de Texelse Zeevaartschool ben gegaan, weet ik niet meer precies. Ik had geen einddiploma van de HBS, en kon daarom niet naar de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam. De opleiding bij de Hogere Zeevaartschool in Amsterdam zat vol. Daardoor was ik gedwongen naar een andere opleidingsplaats uit te kijken. Den Helder was volgens mijn ouders geen goede keus, rommelige stad, te veel Marine. De keus viel op Texel. Niet te ver weg, wij woonden in Bussum, en per boot goed bereikbaar.
Maar diep in mijn hart was ik liever naar de tropische landbouwschool in Deventer gegaan. Daar had ik een opleiding tot planter kunnen volgen en aansluitend naar Indië kunnen gaan. Maar het is anders gelopen. In de zomer van 1930 werd ik aangenomen op de tweejarige opleiding voor stuurmansleerling aan de Gemeentelijke Zeevaartschool, Texel.

Huisvesting

Omdat de Texelse Zeevaartschool niet over een eigen internaat beschikte, ben ik, nadat ik me bij de gemeente had in laten schrijven, op zoek gegaan naar een kosthuis. Van de schoolleiding hadden we een lijstje met adressen gekregen. Mijn eerste kosthuis vond ik bij de familie Kuipers. Deze woonde op het Schilderend, min of meer recht tegenover het huis ‘Flevo’, gebouwd door Rijkswaterstaat ten behoeve van huisvesting van hoger personeel en kantoren. Kuipers had een reparatiebedrijf voor landbouwwerktuigen. De familie Kuipers had lang in Indië gewoond. Kuipers was daar hoofdmachinist geweest op een suikerfabriek in de buurt van Cheribon, West Java. Deze suikerfabriek hoorde tot één van de vijf fabrieken van het grote familiebedrijf Ament. Door de toen heersende crisis in de suikerindustrie werden vier van de vijf fabrieken gesloten, waarbij Kuipers werd ontslagen. Hij had een machinistenopleiding genoten aan de MTS Plantage Muidergracht in Amsterdam, de zogenaamde ’suikerschool’. Hij was opgeleid voor alle technische aspecten rond de productie in een suikerfabriek, waaronder ook het onderhoud en reparatie van stoommachines en smalspoortreintjes. Ik denk dat hij met zijn ontslagpremie in staat was zijn reparatiebedrijf op Texel op te zetten. Mevrouw Kuipers had, aan huis, een fietsenwinkel. Het spreekt dus vanzelf dat ik bij haar een fiets heb gekocht, die ik overigen bij mijn vertrek van Texel weer heb ingeleverd, waarbij ik mijn aankoopbedrag heb teruggekregen. Deze fiets was een onmisbaar bezit en stelde mij in staat om mij over het gehele eiland te verplaatsen. Soms was een medeleerling in het bezit van een rijbewijs. Miller de Haan, naar ik meen woonachtig in Heemstede, was er zo een. Voor kost en inwoning betaalden mijn ouders ongeveer tachtig gulden per maand. Ter vergelijking kan ik je vertellen dat een leerlingstuurman in die tijd ongeveer vijftien gulden per maand verdiende.
Ook heb ik gewoond bij de familie van Zeijlen, in het centrum van Den Burg. Om precies te zijn op Binnenburg 11, recht tegenover de kerk. Ik weet dat van Zeijlen als planter in Indië had gewerkt. Hij was getrouwd met een baronesse van Slingelandt. Bij van Zeijlen zaten meerdere leerlingen van de Zeevaartschool in de kost. Ik herinner mij een Javaanse jongen, Raden Mas Soemarsono. Hij zat een klas lager dan ikzelf. Op feestavonden van de Zeevaartschool en ook bij andere gelegenheden voerde hij Javaanse dansen op. Een andere klasgenoot, Pijpers, zong op deze avonden de in die tijd populaire liedjes. Tussen de middag werd er bij van Zeijlen door de gehele familie en alle kostgangers warm gegeten. De heer van Zeijlen kookte zelf. Voor de maaltijd werd er ’stilte’ gehouden. Later verhuisde de familie van Zeijlen naar het aan het Schilderend gelegen huis ‘Flevo’.

Zeevaartschool aan het Schilderend

Het schoolgebouw was in mijn herinnering een symmetrisch gebouw. Het middenstuk met de hoofdingang gaf toegang tot de hal  waarin zich ook het trappenhuis bevond. Links en rechts hiervan waren de kantoren van directeur Vijn, in 1931 opgevolgd door de Groot, en bootsman de Gooijer. Links en rechts van de hal bevonden zich de leslokalen. Via een vrij brede trap naar boven kwam je op de zolderverdieping. Op de overloop stond een grote vitrinekast met daarin een prachtig scheepsmodel van een volgetuigd zeilschip. Een mooi gebouwd model waarmee we ons de namen van de zeilen en de tuigage eigen konden maken. Op de zolder kregen we lessen in schiemanswerk, touw- en staaldraadsplitsen. Ook leerden we veel bijzondere knopen maken, zoals een Turkse knoop en de hele en halve sjouwerman (1), en ook een platting (2). Op de zolder kon je via nog een trap en een luik naar de kop van het hoofdgebouw, zeg maar het platte dak, een grote vrije ruimte met uitzicht naar alle kanten. Hier stond een levensgroot kompasmeubel, met veel koper om te poetsen! Op dit kompas konden instrumenten geplaatst worden voor het verrichten van peilingen en azimutmetingen (3). Je had hier een prachtig uitzicht over niet alleen Den Burg, maar het gehele eiland. ’s Nachts werden hier, bij heldere hemel, de verschillende sterrenbeelden bestudeerd. In de benedenhal kon je aan de achterkant van de school via deuren naar buiten. Hier stond, tegen de achtergevel, de pomp. Een bijzonder belangrijk object dat een grote rol in ons schoolleven zou spelen. De pomp was namelijk de watervoorziening voor de gehele school. Iedere zaterdag werd daar uitgebreid gepompt om het water te krijgen nodig voor de door de ons, de zeevaarders, te verrichten schoonmaakwerkzaamheden. Maar ook voor een koele dronk waren we op deze pomp aangewezen. Voor de school lagen grote zwerfkeien, die we de Hunebedden.(4) noemden. Ook stond op het terrein van de school een echte bezaansmast (5), voorzien van alle stagen, touwladders, pardoens (6) en zaling (7). Deze mast werd gebruikt voor instructiedoeleinden, zoals het optuigen en gebruik maken van een laadboom, in het want klimmen (aan stuurboord omhoog, over de zaling en aan bakboord weer naar beneden) en natuurlijk ook bij het pavoiseren (8). Ook het onderhoud van de mast en de tuigage werd door ons gedaan. Je leerde zo goed je handen te gebruiken. Voor praktijklessen roeien, wrikken (8) en zeilen gingen we naar Oudeschild. Hier had de school twee grote sloepen, barkassen, liggen in de haven, vlakbij de botenhelling van scheepswerf De Wijn. Hier hebben we ook botters te water zien gaan. Mijn uniform, dat verplicht gedragen werd tijdens de lessen, werd aangemeten en gekocht bij de kleermaker. Mogelijk was dit kleermaker Wortman in de Nieuwstraat, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Wel herinner ik mij dat hij in kleermakerszit boven op zijn werktafel zat. Schoenen werden gekocht bij de schoenenwinkel van Rab, gevestigd op het adres Weverstraat 1. Onze schoolboeken kochten we, voor eigen kosten, met behulp van de door school verstrekte boekenlijst, bij de Boekhandel Parkstraat. Eén van mijn klasgenoten was een Texelse jongen, Klaas van der Kooij. Hij kreeg in de oorlogsjaren, tijdens de Georgische opstand, toen een kleine groep Texelaars met de reddingboot Joan Hodshon de oversteek waagde naar Engeland, bekendheid als Engelandvaarder. In de zomer van 1931 werden wij, met uitzondering van zeven klasgenoten, bevorderd naar de tweede klas. Onder hen mijn vrienden van Rheenen, Benes en Pijpers.

Vrije tijd

We maakten van alles mee. Op mooie zomerse dagen gingen we met de fiets naar De Koog. Even op strand kijken, en natuurlijk even de zee in. Nou dat hebben we geweten. Mijn klasgenoot Benes, keeper van ons voetbalelftal, ging iets te ver door de branding en kwam in moeilijkheden tussen de muien. Hij verdronk bijna. Ik heb hem er uit gehaald. Later bleek dat hij niet kon zwemmen.
Op vrije middagen en in het weekend gingen we ook vaak zwemmen in de Weegeswaal. Dit was een behoorlijke diepe plas, een overblijfsel van een vroegere dijkdoorbraak, in de polder Waalenburg. Nee, een zwempak hadden we niet bij ons, gewoon in je blootje te water. Dit was bekend bij de meiden en het gebeurde dan ook wel dat we vanuit de kant bespied werden. We waren jong en dachten aan niets.

Ik vertelde al dat er voor de maaltijden stilte werd gehouden, maar ook werden door de leerlingen op de zondagen de diensten in diverse kerken bezocht. Ikzelf kwam alleen in de kerk wanneer het of heel slecht weer was of als er echt niets interessants te doen was. En dat was slechts bij hoge uitzondering het geval. Naar de overkant, naar huis, gingen we alleen in vakantietijd. Met de bus van Boekel, die stopte voor de school, reden we naar Oudeschild. Van diezelfde Boekel heb ik ook nog eens een motorfiets gekocht.  Vanuit Den Helder konden klasgenoot Frans de Craen van Haeften (door ons van Haeften genoemd) en ik met zijn oom meerijden in diens auto. Deze oom was aan de Zeevaartschool van Den Helder verbonden. Van Haeften woonde in Hilversum en ik in Bussum, dus dat systeem werkte prima. Ik stapte in Bussum uit en liep het laatste stuk naar mijn ouderlijk huis, op de Gooilandseweg. Af en toe kwamen mijn ouders mij op Texel bezoeken. Uiteraard per automobiel. De auto werd in Oudeschild altijd met veel zorg en mankracht op de wal gezet. We reden over het hele eiland, en bekeken de Slufter, de Wezenputten en ook de werf in Oudeschild.

Stappen deden we in Den Burg. Dit hield in dat we van ons bescheiden zakgeld een pilsje kochten bij Café Lips (10), op de hoek bij De Waag. Op mijn vrije zaterdagen hielp ik Lips met hakken van stiekels op zijn land. Dat leverde me een kwartje per uur op, plus een fles bier. Nee, financiële problemen heb ik niet of nauwelijks gekend.

Zeevaarders sportief

Ons sportieve leven speelde zich af op het voetbalveld, de tennisbaan, of zoals in mijn geval bij de korfbalvereniging, Verdo Nigro (Esperanto voor Groen Zwart). Ook had ik een min of meer vaste plaats in het voetbalteam van de Zeevaartschool. Wij speelden tegen voetbalvereniging Texel uit den Burg, maar ook in de andere dorpen waren wij graag geziene gasten. Onder mijn medeleerlingen waren diverse goede voetballers. Ik herinner mij Martin Liotard, een Indische jongen. In het veld een ster, maar ook op de feestavonden waar hij bijzonder in de smaak viel bij de dames. Hij had een meer dan goede band met een meisje Molenaar, van het Schilderend. We waren, bijna zonder uitzondering, lid van tennisvereniging Deuce. Tijdens toernooien werd ik vaak gevraagd op te treden als umpire, zeg maar scheidsrechter. Maar ook op de baan stond ik mijn mannetje. Maar het meest verknocht was ik aan de korfbalsport. Bij Verdo Nigro heb ik een fijne tijd beleefd. We speelden soms op het veld bij boerderij Buitenlust, aan de Koogerweg en verder in alle dorpen. Ook was er een rijk sociaal leven verbonden aan de sportclubs, waarbij het duidelijk moge zijn dat korfbal een gemengde sport is. Tochtjes naar de overkant, gezellige middagen op het terras van het badhotel in De Koog. Kortom het leven lachte ons toe.

Texelse gastvrijheid

Ik ben in mijn tijd op Texel bevriend geweest met een aantal leuke Texelse meisjes, waarbij vooral Ina Rab, de dochter van schoenmaker Rab uit de Weverstraat en Antje, uit Oudeschild, haar achternaam was geloof ik Dogger, maar zeker weten doe ik dit niet meer, een speciaal plekje in mijn herinnering hebben. Ina had ik ontmoet tijdens het korfballen bij boerderij Buitenlust. Ook gingen we samen naar de schapenmarkt op de Groene Plaats. Deze markt werd altijd gevolgd door de jaarlijkse kermis. Een hoogtepunt in ons jonge en redelijk onbezonnen leven. Ook met Antje ging ik naar de kermis. Haar ouders waren vissersmensen. Toen ik haar na afloop op de fiets naar huis bracht en we het aan de dijk gelegen huis binnengingen, hoorden we een stem uit de bedstee, die zei “Zijn jullie daar? Er ligt op tafel nog een vissie voor jullie, welterusten”.Het zal duidelijk zijn, mits je goed bekend stond, kon je ook bij je Texelse vriendinnen thuis komen.

Ook was ik altijd welkom bij Bakker Moojen in de Weverstraat. Hier haalden we voordat we naar school liepen een lekker vers broodje. Ik hoor nu van je dat hij bij de beschieting van Den Burg in April 1945 is omgekomen. Een bijzonder tragische gebeurtenis. Waar ik niet thuis kwam was bij leraren zoals Schmidt, Ruiterman en directeur Vijn. Niet dat ik geen goede band met hen had, maar bij hen over de vloer komen, nee, dat deed ik niet.

Zeevaartschoolbeurs

’s Avonds na het eten verzamelden we altijd bij het burgemeestershuis, hoek Weverstraat-Julianastraat. We liepen dan met een klein groepje collega zeevaarders een rondje linksom of rechtsom, al naar gelang de kans wie we onderweg tegen konden of wilden komen. Dit rondje lopen werd door ons de Zeevaartschoolbeurs genoemd. Na onze avondwandeling gingen we terug naar onze respectievelijke kosthuizen. Nog even wat huiswerk maken, napraten en dan wacht te kooi! Bootsman de Gooijer ging ’s avonds langs de diverse kosthuizen om zich er van te vergewissen dat iedereen ook werkelijk op tijd thuis was. Een soort avondronde dus.

Eerste zeereis

Ik moet natuurlijk ook nog iets vertellen over wat voor ons bijna allemaal het hoogtepunt was van de tijd doorgebracht op de zeevaartschool, de reis met het instructieschip Prinses Juliana, opvolger van de Prins Hendrik. Onze klas maakte deze reis in de week van 22 tot 29 april 1932. Een boeiende, leerzame, maar zeker ook avontuurlijke reis, waarbij ons eerste reisdoel Amsterdam zou zijn. Het was de bedoeling om de route via de Noordzee te nemen. Dit plan kon, doordat de Marine ter hoogte van  Huisduinen schietoefeningen hield, niet uitgevoerd worden. Er werd toen besloten om via Kornwerderzand, het werk aan de aanleg van de Afsluitdijk was nog in volle gang, naar Enkhuizen te varen. Vandaar via Urk naar Amsterdam. Hier meerden we af achter het Centraal Station. De volgende dag voeren we via IJmuiden naar Rotterdam, waar we aanlegden aan de Parkkade. We vervolgden onze reis en na een tussenstop in Vlissingen gingen we via de route over de Noordzee terug naar Texel. Uiteraard lag het in de planning om Oudeschild over het Marsdiep te bereiken, maar door de dichte mist zijn we Huisduinen voorbijgevaren. Je zou kunnen zeggen dat we de afslag hadden gemist. Het eerstvolgende herkenningspunt was de vuurtoren van Eierland, waarop besloten werd om door te varen naar Terschelling. Via Zürich, Friesland, kwamen we op vrijdag 29 april weer terug in het ons vertrouwde Oudeschild. Hier werd schoonschip gemaakt waarna we gezamenlijk teruggingen naar Den Burg. Onze eerste echte zeereis was een feit!

Eindexamen en naar zee

Ik had je al eerder verteld dat we met een zekere regelmaat een bezoek brachten aan Café Lips. Dat dit cafébezoek soms ook wel eens uit de hand kon lopen werd bewezen ten tijde van ons eindexamen, in juli van het jaar 1932. Het resultaat… vier gezakt, en tien geslaagden, waaronder ikzelf. Een aantal van ons haalde met de grootst mogelijke moeite het diploma. Onze groep was  voorafgaand aan de diploma-uitreiking wezen stappen, en sommigen hadden duidelijk te veel gedronken. Directeur de Groot, de opvolger van de naar de zeevaartschool Vlissingen vertrokken Vijn, kon ons gedrag maar matig waarderen en besloot om dat jaar het gebruikelijke geschenk voor de beste leerprestaties te laten vervallen. In zijn toespraak werd ons, het in zijn ogen liederlijke gedrag dik ingewreven en verweten. Dit ’bijzondere’ nieuws haalde uiteraard ook de Texelse Courant. Een leven op zee lag voor ons.
Tijdens onze schooltijd op Texel was voorlichting over de rederijen werd gegeven via lezingen gehouden door onze leraren, o.a. Vijn en Schmidt of door vertegenwoordigers van de rederijen zelf. Maar door de crisis in de scheepvaart viel het echter niet mee om een plek als stuurmansleerling te krijgen. Je kunt wel stellen dat in deze periode de grote maatschappijen zoals de Mij. Nederland en de Rotterdamsche Lloyd niet direct stonden te trappelen om de geslaagden van de Texelse zeevaartschool in dienst te nemen.
Via voorspraak van een in Bussum wonende directeur van de Mij. Nederland, lukte het mij echter om bij deze rederij aangenomen te worden. Met het m.s. Poelau Laut voer ik naar Batavia. Tijdens één van mijn reizen als stuurmansleerling op het s.s. Sembilan ontmoette ik mijn klasgenoot van Rheenen. (Een aantal jaren later hoorde ik dat hij op 17 april 1943 met het s.s. Sembilan, in de buurt van Durban, Zuid Afrika, door een Italiaanse onderzeeboot was getorpedeerd. Alle opvarenden, op één na, kwamen hierbij om. Eén van hen was van Rheenen. Ik denk dat hij toen vierde of derde stuurman was). In Batavia ben ik overgestapt op het m.s Talisse, varend in de Java-New York Lijn. In het jaar 1935 heb ik mijn derde rang gehaald. Met dit diploma op zak kon ik in 1937 een plaatsing als vierde stuurman krijgen bij de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (K.P.M). In 1938 kreeg ik in Indië een oproep om mij in de op Oost Java gelegen havenstad Soerabaja te melden voor militaire dienst. We kregen de kans om een opleiding te gaan volgen als reserveofficier op de vloot of bij de vliegdienst. Ik koos voor de Marine Luchtvaartdienst. Doordat ik helaas werd afgekeurd voor de pilotenopleiding werd ik waarnemer. Ook heb ik in Soerabaja mijn eerste vrouw ontmoet. In 1941 zijn we getrouwd. De oorlogsjaren heb ik in Zuidoost Azië gevlogen. In deze enerverende periode in mijn leven heb ik kennis genomen van de tragische ondergang van het s.s Tjisalak, van de Java China Japan Lijn. Dit was het schip waarop Frits de Jong, ook oud leerling van de Texelse Zeevaartschool, 1e stuurman was. Hij was één van de slechts vijf overlevenden van deze tragedie. Bijzonder was dat wij met onze Catalina (11) jacht hebben gemaakt op de voor dit drama verantwoordelijke Japanse onderzeeboot I-8.

Mijn verdere werkzame leven heeft in het teken gestaan van de Luchtvaart. De rest is, zoals dat zo mooi gezegd wordt, geschiedenis. Het zal je inmiddels duidelijk zijn dat ik een prima tijd gehad heb op Texel. Een tijd waar ik met veel voldoening en plezier aan terug denk. Ik zat twee jaar voor mijn gezondheid op Texel.”

Tot zover het verhaal van Wil Hamers, die op zondag 27 maart 2011 zijn 99e verjaardag vierde!
Op maandag 6 juni 2011 is Wil Hamers in zijn woonplaats Bussum overleden.

Ed Vermeulen

Naschrift: Alle genoemde namen en feiten heb ik, waar mogelijk, getracht te verifiëren.

Met dank aan: Wil Braam, medewerker archief Gemeente Texel, en Gelein Jansen, Den Burg, Texel.

Bron: Archief Texelse Courant.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Voetnoten
(1)  Platte bundel gevlochten touw, o.m. gebruikt voor het maken van matten en het bekleden van trapleuningen a/b van schepen.
(2)  Sierknopen, waarbij de strengen van het touw losgedraaid en daarna door elkaar gewerkt worden.
(3)  Meting gebruikt bij de plaatsbepaling op zee.
(4)  Stenen zijn later naar de nieuwgebouwde RSG verhuisd.
(5) Achterste kleine mast.
(6)  Lang touw dat van top van de mast naar het scheepsboord loopt.
(7)  Dwarshout in de mast dat dient om het staand want te spreiden.
(8)  Met reeksen vlaggen versieren
(9)  Een (roei)boot met één riem aan het achtereinde roeien.
(10)  Later bekend als Café De Karseboom.
(11) Vliegboot of watervliegtuig, in gebruik bij de MLD, Marine Luchtvaart Dienst, tussen 1941 en 1957.

Foto: Collectie Wil Hamers

Zeevaarder Wil Hamers als umpire bij tennisvereniging Deuce, Den Burg, Texel. Foto gemaakt in 1931-1932. Veel Zeevaarders waren lid van deze tennisvereniging die in 2012 haar 100-jarig bestaan vierde.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Ed Vermeulen

Wil Hamers (1912) in zijn zelfgemaakte stoel á la Rietveld. Foto gemaakt tijdens onze gesprekken in het voorjaar van 2010. Ons contact ontstond n.a.v. een interview met Hamers in het dagblad De Gooi- en Eemlander van 5 december 2009.

Foto: Ed VermeulenFoto: Ed Vermeulen

Foto: Collectie Wil Hamers

Het ouderlijk huis van Wil Hamers aan de Gooilandseweg in Bussum.
Deze fraaie villa werd ontworpen door de heer Hamers sr., architect, en bestaat nog steeds. Foto gemaakt in 1931.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Jaar- en klasgenoten van Wil Hamers, jaargangen 1930-1931. Poseren voor de hoofdingang van de Zeevaartschool aan het Schilderend, Den Burg.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Instruktieschip Prinses Juliana in de haven van Oudeschild. Molen de Traanroeier op de achtergrond bestaat nog steeds en is beeldbepalend voor het Maritiem- en Juttersmuseum ‘Kaap Skil’. De molen is afkomstig uit de Zaanstreek, gebouwd in 1727 en werd in 1902 naar Texel verplaatst. Foto gemaakt in 1932.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Zeereis met het instruktieschip Prinses Juliana van 22 tot 29 april 1932.
Van Oudeschild via de toen nog bestaande Zuiderzee naar Amsterdam. De aanleg van de Afsluitdijk was nog in volle gang. Vervolgens via IJmuiden, Rotterdam en Terschelling terug naar Texel.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Zeevaarders halen een frisse neus aan dek van het instruktieschip Prinses Juliana.
Op de Zuiderzee stond een woest zeetje; er werd ongetwijfeld geofferd aan Neptunus.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie: R. E Poot

Het instruktieschip Prinses Juliana in rustig vaarwater! Door het Onderwijsfonds voor de Scheepvaart werd in 1930 aan de Scheepsbouwwerf ‘Gideon’ te Groningen opdracht tot de bouw gegeven. Op 20 juni 1931 werd het als tweemast gaffelschoener getuigde en van een 150 pk Bronsmotor voorziene schip gedoopt door Prinses Juliana en te water gelaten. Het schip is eind 1969 uit de vaart genomen en verkocht.

Foto: Collectie: R. E PootFoto: Collectie: R. E Poot

Foto: Collectie Wil Hamers

Bootsman de Gooijer (met pijp) te midden van Zeevaarders in werktenue aan boord instruktieschip Prinses Juliana. De Gooijer, voormalig bootsman van de Koninklijke Marine, gaf les in schiemanswerk, touw- en staaldraadsplitsen en natuurlijk roeien en wrikken.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Zeevaarders in Pakkie-an deftig (uitgaanstenue). Mogelijk doen beiden de Zeevaartschool-beurs. Verzamelen bij de voormalige burgemeesterswoning hoek Julianastraat en vervolgens een blokje linksom of rechtsom door Den Burg. Foto gemaakt in het jaar 1931.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Op werkbezoek bij Scheepswerf De Wijn, Oudeschild, waarvan in maritiem museum Kaap Skil een prachtige maquette is te bewonderen. Op de achtergrond twee beeldbepalende en nog steeds bestaande gebouwen, molen De Traanroeier en rechts het historische Pakhuis, nu bekend als ’t Pakhuus, al tientallen jaren een gerenommeerd visrestaurant. Foto gemaakt in 1931.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Vakantietijd! De bus van Boekel brengt Zeevaarders naar Oudeschild. Details…Boekel’s telefoonnummer is 13, de bus stopt recht voor de school aan het Schilderend en de rechterachterband behoeft enige lucht! Instappend Liotard, de voetballer, met naast hem rechts Moerbeek.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Toeren over Texel met klasgenoot Nout Miller de Haan, leunend tegen portier en in bezit van rijbewijs, als chauffeur. De auto werd bij de fa. Boekel gehuurd. Miller de Haan is na een relatief korte loopbaan op zee, naar Rhodesië, het huidige Zimbabwe, gegaan.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Zeevaarders gekleed volgens de laatste badmode in een duinpan nabij De Koog! Links Wil Hamers.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Een vrolijk gezelschap. Zeevaarders met Texelse dames op het terras van het Strandpaviljoen behorende bij het Badhotel Prinses Juliana, De Koog van de heer Pieter Janszn. Kikkert. Achter het tafeltje Wil Hamers met rechts zijn vriendin Ina Rab, dochter van schoenmaker Rab uit Den Burg.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Charmante foto van Wil’s vriendin Ina Rab tijdens een bezoek aan de lammerenmarkt in Den Burg. De maker van deze foto…Wil Hamers!

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Historische Vereniging Texel

Zeer oude opname van de Stenenplaats (Texels: Stiêneplaas). Rechts het begin van de Weverstraat. Het huis van schoenmaker Rab, Weverstraat 1 (niet zichtbaar), aan het begin links. Dit was het ouderlijk huis van Ina Rab, vriendin van Wil Hamers.

Foto: Collectie Historische Vereniging TexelFoto: Collectie Historische Vereniging Texel

Foto Collectie Wil Hamers

Poseren bij de ‘Hunebedden’ voor de school. Deze stenen liggen nu bij de Openbare Scholen Gemeenschap (OSG) in Den Burg. Links achter Moerbeek, voor rechts van den Berg.

Foto Collectie Wil HamersFoto Collectie Wil Hamers

Foto Collectie Wil Hamers

Het voltallige voetbal elftal plus reserves van de Zeevaartschool Texel. Dit team speelde in de lokale competitie op Texel en verplaatste zich, per fiets, naar alle dorpen. Ook leverde de ZVS spelers voor het elftal van S.V Texel. Wil Hamers staand, tweede van van links.

Foto Collectie Wil HamersFoto Collectie Wil Hamers

Collectie Wil Hamers

De familie Hamers brengt een bezoek aan Texel. Onder het toeziend oog van Hamers sr. wordt ‘de Roll’s’ door dekpersoneel van TESO (Texels Eigen Stoomboot Onderneming) in Oudeschild vakkundig aan wal gezet. Hier zien we v.l.n.r Mevr. Hamers, Wil en een tante.

Collectie Wil HamersCollectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Tijdens de rondrit werden de Wezenputten bezocht. Hier werd reeds in de VOC-tijd water opgehaald bestemd voor de Indië vloten. Het water is sterk ijzerhoudend en daardoor langer bruikbaar voor consumptie. De Wezenputten bestaan nog steeds, lokatie t.o Huize Brakestein, nabij Oudeschild.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie Wil Hamers

Hamers Sr. en Jr., in een jolige pose bij de sloep van de TX 67.
Het originele onderschrift van deze foto luidt: ‘Zeeziek’.

Foto: Collectie Wil HamersFoto: Collectie Wil Hamers

Document : Collectie Wil Hamers

‘Rapport over bekwaamheid en gedrag van den leerling W.P Hamers’. Cursusjaar 1930-1931. Details…No.1 in de klasserangorde. Mooi rapport. Houwen zoo! De paraaf is van directeur Pieter Vijn.

Document : Collectie Wil HamersDocument : Collectie Wil Hamers

Foto: Collectie J.G. Nierop, Maritiem Trefpunt, Almere

Met het m.s Poelau Laut van de Stoomvaart Mij. Nederland (SMN) vertrok Wil Hamers als stuurmansleerling naar Indië. De Poelau Laut, genoemd naar het eiland Laoet voor de kust van Z.O. Borneo, werd op 28 december 1928 door de Ned. Scheepsbouw Mij. te Amsterdam opgeleverd aan de SMN. In de oorlogsjaren ingezet voor vervoer ten behoeve van de Britse oorlogsindustrie. In 1942 in San Francisco verbouwd tot troepentransportschip. In november 1945 teruggeleverd aan de SMN. Maakte in augustus/september 1958 haar laatste reis van Djakarta naar Amsterdam. In 1959 gesloopt te Hong Kong.

Foto: Collectie J.G. Nierop, Maritiem Trefpunt, AlmereFoto: Collectie J.G. Nierop, Maritiem Trefpunt, Almere

Foto: Collectie J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt, Almere

Het s.s Sembilan liep van stapel op 2 maart 1921 en werd in mei 1922 opgeleverd en overgedragen aan de SMN. Haar naam ontleende het schip aan het eiland Sembilan gelegen aan de oostkust van Sumatra. Op 17 april 1943 werd het schip in de Indische Oceaan nabij Durban getorpedeerd door de Italiaanse onderzeeboot Leonardo da Vinci. Slechts één bemanninglid overleefde deze scheepsramp, 85 opvarenden vonden de dood. Onder hen van Rheenen (oud) leerling van de ZVS Texel en klasgenoot van Wil Hamers.

Foto: Collectie J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt, AlmereFoto: Collectie J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt, Almere

Foto: Collectie J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt, Almere

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vertrekt het s.s Tjisalak van de Java-China-Japan-Lijn uit Tandjong Priok, de haven van Batavia.
Het s.s Tjisalak van de Java-China-Japan Lijn werd op werd op 26 maart 1944 in de Indische Oceaan getorpedeerd door de Japanse onderzeeër I-8. Aan boord waren 103 opvarenden, waarvan 1 onmiddellijk overleed na de torpedeoinslag. De overige 102 opvarenden werden aan boord van de I-8 genomen. Van hen werden er 97 door de Japanners vermoord. Er waren slechts 5 overlevenden, waaronder 1e stuurman Frits de Jong. Hij was een (oud) leerling van de ZVS Texel. Frits de Jong woonde op Texel en was tot aan zijn overlijden de oudste nog levende (oud) leerling van deze school (hij behaalde zijn einddiploma in 1925). Na zijn overlijden op 24 november 2010 was Wil Hamers de oudste nog levende (oud) leerling van de ZVS Texel.

Foto: Collectie J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt, AlmereFoto: Collectie J.G.Nierop, Maritiem Trefpunt, Almere

Foto: Ed Vermeulen

Graf van Frits de Jong en zijn echtgenote Petronella Anna Kikkert op de Algemene Begraafplaats in Den Burg, Texel. De reeds bij leven legendarische (oud) 1e stuurman van het s.s Tjisalak overleed op 24 november 2010 op de leeftijd van 104 jaar. Foto gemaakt in september 2012.

Foto: Ed VermeulenFoto: Ed Vermeulen

Publicatiedatum: 05/09/2012