Geen dartelheden in de kerk

Schermerhorn ontstaat als vissersplaatsje op de noordpunt van het vroegere Schermereiland. Het ligt gunstig aan een drukke scheepvaartroute van en naar Alkmaar en de Zuiderzee. In de Gouden Eeuw groeit Schermerhorn uit tot een centrum van koopvaardij en handel. Een grote brand verwoest echter in 1699 het rijkste deel van het dorp.

Niet trommelen of bommelen in de kerk

Na de brand is de grootste welvaart voorbij en breekt er een sobere periode aan. In die tijd wordt er in de kerk (die de brand overleefde) begraven, gewandeld, gespeeld en vergaderd. Om onregelmatigheden in en rondom de kerk te voorkomen hangt er aan de noordkant van de kerk een bord met voorschriften. Het ordonnantiebord vermeldt regels zoals:

‘Niemand mag tot enige tijd bij dag, avond of nacht bedrijven onbeschaamdheid, moedwil of dartelheden van lopen, jagen, roepen, krijten, trommelen of bommelen in de kerk, in het portaal of buiten rond de kerk … Op boete van 20 stuivers elk keer te bekeuren …
Het is verboden te troeven, met dobbelstenen te werpen, kaatsen, klauwen, tollen, pinken, gijben, knikkeren of dergelijke dartelheid te bedrijven in de kerk of buiten de kerk of ’t kerkhof en daaromtrent op boete van 20 stuivers.
Wie op het dak van de kerk klimt zonder toestemming van de kerkmeester om mussen of andere vogels te zoeken, uit te halen of met stokken te stofelen verbeurt 20 stuivers.’

De kerk die de brand overleefde

Het laat-gotische interieur van de huidige kerk in Schermerhorn heeft een magnifiek beschilderd houten tongewelf en elf gebrandschilderde ramen, geschonken door de Noord-Hollandse steden. De windwijzer op het dak in de vorm van een walvisvaarder bewaart de herinnering aan het zeevarende verleden.

Gezicht op de kerk van Schermerhorn. Beeld: Regionaal Archief Alkmaar. Gravure, 1732, A. Zeeman.

Gezicht op de kerk van Schermerhorn, gravure van A. Zeeman, 1732. Regionaal Archief Alkmaar.

De koekenbakker gedraagt zich niet

De kerkenraad vervult de rol van hoeder van goede zeden en een passende levenswijze. De handel en wandel van de kerkleden wordt dan ook streng in de gaten gehouden. Zo blijkt uit de – samenvatting van de – oude tekst uit het kerkarchief: Gerrit Struik, koekenbakker van beroep, is in 1726 getrouwd met Jannetje Gerrits, een weduwe. Vier jaar later komt Gerrit in de kerkenraad ter sprake. Hij heeft zich op 24 december 1730 ‘onbetamelijk gedragen tegen de jongedochter Anna Clases’. Arien Smit is opgeroepen als getuige. Hij vertelt dat hij ’s morgens rond 7 uur langs het huis van Jan Kroon kwam en Anna hoorde schreeuwen; ‘Vent, als gij zulke dingen wilt doen, gaat dan naar uw vrouw toe’. Daarop gaan dominee Henrica en twee ouderlingen meteen naar het huis van Jan Kroon om Anna Clases zelf te spreken. Zij legt een zeer belastende verklaring af.
Gerrit mag voorlopig niet deelnemen aan het avondmaal.

Geen teken van berouw

In de loop van de volgende tien jaar verschijnt Gerrit Struik met enige regelmaat voor de kerkenraad.
In 1731 maakt Gerrit zich nog steeds schuldig aan aanhoudende dronkenschap en komt hij niet naar de kerkdiensten. Hij moet zich voorlopig onthouden van de tafel des heren. In 1732 bekent hij nogmaals zijn ‘kwaad bedrijf’ maar hij toont daarover geen ‘droefheid of berouw maar een lachend gelaat en ergerlijke actiën des lichaams’. De kerkenraad leest hem keer op keer de les maar Gerrit weigert steevast een belofte van beterschap. Als hij zo doorgaat – waarschuwt de kerkenraad – moeten ze hem ‘ van de gemeente af snijden.’ Hij maalt hier echter niet om, vraagt of er nog meer te zeggen is en vertrekt. Een paar jaar gaan voorbij. In 1740 lijkt het toch goed te komen. Koekenbakker Gerrit Struik is ‘na belofte van een godzalige wandel’ weer toegelaten tot het avondmaal.

Publicatiedatum: 08/11/2011