Een tragische liefdesgeschiedenis op Slot Purmersteijn

De geschiedschrijving is doorspekt met romantiek, maar opvallend genoeg zijn gelukkige paartjes behoorlijk ondervertegenwoordigd. Die leefden meestal 'nog lang en gelukkig'. Juist tragische liefdesperikelen lijken de mensheid te fascineren. Achter de droge feiten uit een aantal notariële akten in het Waterlands Archief gaat eveneens een tragisch liefdesverhaal schuil. Hieronder een reconstructie van de onmogelijke liefde tussen een Purmerendse dame van hoge stand en een simpele bode uit de Beemster.

De bode en de zuster van de baljuw

Op het vroegere slot Purmersteijn leefde in de eerste helft van de zeventiende eeuw de vooraanstaande Cornelis van der Nieustadt. Hij was kastelein en hoofdofficier van de stad Purmerend en baljuw over de recente droogmakerijen van de Beemster en Wormer. Slot Purmersteijn is het epicentrum waaruit de droogmaking van de Beemster wordt gecoördineerd. Regelmatig komt de bode van de Beemster, ene Claas Jans Heinis langs op het slot om het laatste nieuws over de uitgifte van de gronden en andere zaken aan de hoofdofficier te melden. De jonge bode maakt kennis met de  zuster van Cornelis, Margrieta van der Nieustadt die bij haar broer op het slot woont.

Claes Jansz. Visscher, Gezicht op het Slot Purmersteyn met Slotgracht, ca. 1625. Bron: Waterlands archief.

Onmogelijke liefde

Claas Jans Heinis en Margrieta van der Nieustadt worden verliefd. Dit zeer tegen de zin in van Margrieta’s broer Cornelis, die het standsverschil tussen beiden veel te groot vindt. Tot overmaat van ramp voor Cornelis blijkt Margrieta zwanger te zijn van de bode en wil ze met hem trouwen. Cornelis houdt dit huwelijk tegen, maar in maart 1625 bevalt Margrieta van een zoontje: Simon Claas van der Nieustadt. Het prille liefdesgeluk is van korte duur, want acht weken na de bevalling komt Margrieta te overlijden wegens te veel bloedverlies. De pasgeboren Simon Claas wordt al na een paar dagen na zijn geboorte ondergebracht bij een min in Axwijk. In de kerk van Middelie wordt hij gedoopt. Op negenjarige leeftijd wordt Simon bij een broer van zijn moeder, Jacob van der Nieustadt ondergebracht en gaat hij naar de Franse School in Beverwijk. Uiteindelijk schopt Simon het tot extra ordinaris bode en deurwaarder in Beemster, hetzelfde beroep als zijn vader.

In de doofpot

De hele affaire is natuurlijk een blamage voor de vooraanstaande bewoners van Slot Purmersteijn en moet daarom verborgen blijven. Maar dit lukt niet, want als Simon Claas 18 jaar wordt gaat hij op zoek naar zijn afkomst, waarschijnlijk aangemoedigd door hardnekkige geruchten die al jaren de ronde doen over het onechte kind van de familie Nieustadt. In januari 1643 laat Simon Claas bij de notaris enkele getuigenissen van direct betrokkenen optekenen. Het is aan deze notariële akten te danken dat we de tragische liefdesgeschiedenis die zich op Pumersteijn heeft afgespeeld kunnen navertellen.

Trouwbeloften

Uit het zestal akten is op te maken dat Margrieta en de bode Claas Heinis diverse malen een trouwbelofte aan elkaar hebben uitgesproken, maar dat zij moesten accepteren dat ze vanwege de bezwaren van Margrieta’s broer Cornelis nooit in de kerk konden trouwen. Volgens de getuigenis van de stadsvroedvrouw van Purmerend heeft Margrieta in de nacht van haar bevalling tegenover de vroedvrouw de ware identiteit van de vader van het kind onthuld. Ook andere getuigen, zoals de min in Axwijk, de timmerman en de dienstmeid op het slot, en de zus van Claas Heinis bevestigen allen de identiteit van de echte ouders van de dan achttienjarige Simon Claas.

Ware liefde

Uit de akten blijkt eveneens dat Margrieta bovengenoemde getuigen heeft gezworen haar bevalling altijd stil te houden. Maar vanaf het begin dat een kind op het slot was gehaald, hebben geruchten altijd de ronde gedaan in de stad Purmerend. De akten spreken duidelijk van een ware liefde tussen de zus van de hoofdofficier en de bode uit de Beemster. Met name de akte van de vroedvrouw Grietje Hermans spreekt wat dit betreft boekdelen. Grietje laat optekenen dat Margrieta en Claas Heinis elkaar voor God almachtig trouwbeloften hadden gedaan en dat ze zichzelf als echtelieden beschouwden. Maar dat ze niet in de kerk getrouwd waren, omdat zij te hoog van stand was. Voor God was Claas Heinis niettemin de vader van haar kind. De vroedvrouw is van mening dat Margrieta’s intenties zuiver waren. Door te trouwen met de bode zou ze hem in stand verheffen.

Kortstondig geluk

Door haar overlijden in het kraambed was de liefde tussen Margrieta van der Nieustadt en Claas Jans Heinis geen lang leven beschoren. Maar over het verdere – wellicht veel gelukkiger – liefdesleven van de bode uit Beemster weten we niets. Hierover zwijgen de archieven, zoals wel vaker het geval is.

Auteur: Jephta Dullaart op basis van een verhaal van Jan Dekkers (Vereniging Historisch Purmerend)

Publicatiedatum: 12/02/2011