Het Sterremannetje

Op de Derde Dag van de Amsterdamse Geschiedenis, zondag 26 juni 2011, was de Amsterdamse Oude Kerk ook een verhaallocatie. Deze gotische kerk op de Wallen bestond al voor het jaar 1275, wanneer de officiële geschiedenis van de stad aanvangt. Hier gebeurden al heel lang zeer bijzondere ding. Herbert van Hasselt (oud-directeur van de Oude Kerk) vertelde die dag dit waargebeurde 'nachtsprookje'.

Een nachtsprookje over het verschil tussen een Aardse Zoen en een Hemelse Kus

Stel je voor, het is pikkedonker in Amsterdam, midden in de nacht – ongeveer twee uur. De hemel wordt bedekt door een zwaar wolkendek en het is heel stil in de stad. Wij bevinden ons in de Oude Kerk, terwijl de hele stad op één oor ligt. Eberhard, de burgemeester van Amsterdam droomt. Het hoofd van de Brandweer slaapt en ook de hoofdcommissaris van de Amsterdamse Politie slaapt met af en toe wat onrustig gesnurk, alsof hij wil waken. Op het politiebureau is er één politiemannetje half-wakker. In de hele stad gebeurt niets – het is echt heel stil: geen trams – geen sirenes – geen carillon.Plotseling schuiven de wolken open: een grote, volle maan verschijnt en verlicht de hele stad. Ook op de gravenvloer binnen in de Oude Kerk geeft de maan haar heldere licht. Veel meer licht dan normaal, want het is volle maan! Steeds als de volle maan haar koele, heldere ‘gezicht’ toont, dan gebeurt er iets magisch … in deze oude ruimte, die bekend staat om de mooie speling van het licht.

Interieur van de Oude Kerk.

De bijzondere gebeurtenis, die zich toen afspeelde, kent echt niemand. Het is heel wonderlijk wat ik toen zag. Luister! Alle dieren in de kerk, overdag als versieringen op de zerken zichtbaar – uit oude steen gehouwen – staan één voor één op. Dat gebeurt alleen bij volle maan, dat zij ontwaken.

De allereerste die haar pootjes uitstrekt, is een haas met lange flaporen. Zij heet Clara en ze springt op uit het ‘stenen veld’ – zoals alleen hazen dat doen. Zij verzamelt al haar vrienden, al de verschillende dieren, uitgehouwen in de oude grafstenen. In de Oude Kerk zijn wel vijftig verschillende dieren en vijfentwintighonderd graven. De dieren staan allemaal op, want zoals gebruikelijk bij volle maan, is er een vergadering in het hart van de kerk, in de viering, bij het hoge koor (waar ik nu dit sprookje vertel).

Er is echter één probleem: het betreft de enige beer in de kerk. Eén, die wel lijkt op Winnie de Poeh. Hij houdt ervan op zijn zij te slapen, op zijn rechterzij. Hij heet niet Winnie de Poeh, maar Oude Sam. Het is altijd erg moeilijk hem wakker te schudden, maar de andere dieren weten hoe je dat moet doen bij beren. Met een potje zoete honing onder zijn berenneus verleiden ze hem om nu snel op te staan. Dus staat hij op en samen met de andere dieren zit hij in het midden van de kerk zijn boterhammen met honing op te eten. En de heldere maan kijkt toe. Met zijn maneschijn geeft hij een prachtige verlichting rond deze gezellige dierenvergadering.

Grafsteen met beer.

Plotseling horen zij allen het geluid van iemand, die huilt, midden in Amsterdamse nacht. De dieren kijken om zich heen in de verre, toch wel donkere uithoeken van de kerk. Dat maakten zij nog nooit mee. Dan zien zij bovenop het stille grote orgel een heleboel flonkerende sterretjes. De sterretjes dansen dicht bij elkaar als een klein, helder vuurwerk. En dan horen zij toch heel duidelijk iemand zachtjes huilen. En dan zien zij daar boven op het orgel een heel klein mannetje met veel sterrelichtjes; hij begint naar beneden te roepen:

“Help me alsjeblieft! Ik ben uit de hemel gevallen… ik wil zo graag terug naar mijn vriendjes.” De nieuwsgierige dieren roepen: “Nou, kom eerst maar eens helemaal naar beneden en vertel ons je hele verhaal – wij willen alles weten over de hemel. Wij hebben een heerlijke maaltijd klaar staan en er is honingthee. En we willen je verhaal horen; daarna kunnen wij je misschien helpen.”

Nog een afbeelding van het interieur van de Oude Kerk.

Jullie moeten wel weten, dat dit allemaal echt is gebeurd. Als je het niet gelooft, dan is dat een groot probleem. De kleine man in de grote dierenkring is namelijk het echte, kleine Sterremannetje. Hij is veel kleiner dan de dieren en er schijnen steeds kleine sterren om hem heen; zijn kleuren zijn groenig en gelig.Dan vertelt het Sterremannetje zijn verhaal. Daar, hoog in de hemel was hij aan het spelen met zijn vrienden. Tijdens een wolkenspelletje struikelde hij over een maansteen en vervolgens gleed hij pardoes van een wolk af… Hij kon zich niet meer vasthouden en hij tuimelde in de oneindige ruimte naar beneden. Maar hij had veel geluk, want de grote gouden haan op de Oudekerkstoren waakt altijd ’s nachts over de stad. De haan ving hem op in zijn warme veren: “Ga gauw naar beneden in de kerk; je treft het – daar zijn juist vannacht al mijn wakkere vrienden bijeen, want het is volle maan.”

Het geschrokken Sterremannetje was niet erg gelukkig – zo ver van de hemel en zo hoog boven de stad. Hij pinkte een sterretraantje weg. Dat komt omdat hij helemaal niet op de aarde thuishoort. Het is veel beter voor hem als hij snel daar naar boven terugkeert – naar zijn hemelvriendjes.

Beneden gekomen luisterden alle dieren met aandacht naar het verhaal uit de hemel: …haasje Clara, beer Sam, de paarden en de draken, de leeuwen en de kleine egeltjes en alle andere dieren wilden alles weten, hoe het er daar tussen de sterren uitziet… Ook de slimme spinnen luisterden; zij hadden het Sterremannetje heel vriendelijk vanaf het grote orgel met spinnedraden naar beneden laten glijden.

De Oude Kerk gezien vanaf de Oudezijds Voorburgwal.

Na dit verhaal en na de heerlijke maaltijd in de koele maneschijn (met kadetjes, worstjes en thee met honing) besloten de dieren, dat het tijd was het Sterremannetje te helpen om terug te keren naar de hemel. Ze hadden haast, want de zon ging bijna op… Maar hoe ?

De slimme spin kwam natuurlijk weer met een oplossing; hij maakte een katapult. Toen liepen ze samen de toren op, vijftig dieren – stel je dat eens voor – zeventig meter klimmen over tweehonderdvijftig treden naar de haan, die ook alles wilde horen. Op de torentop – boven de kroon en het kruis. Het was ongeveer drie uur in de ochtend; ze hadden haast, want een Sterremannetje kan alleen maar reizen voor zonsopgang, als het nog echt donker is. Hij houdt niet van het schelle aardelicht; hij reist alleen ’s nachts met al zijn sterretjes.

Baletto del granduca, Jan Pieterszn. Sweelinck (1562-1621) door Boudewijn Zwart

Bij de gouden haan aangekomen, stapte het Sterremannetje in de katapult. Blij met zijn nieuwe vrienden, maar ook gelukkig, omdat hij weer naar huis kon gaan. Toen kwam het moment van afscheid. Dat is niet zo eenvoudig als je iedereen wilt omhelzen … met z’n twee-en-vijftigen op het topje van de Oudekerkstoren. En een Aardse Zoen is heel iets anders dan een Hemelse Kus en dat met zoveel dieren. Toen wisselden ze allemaal Zoenen en Kussen met elkaar, van een kloek Hazenzoentje tot een stevige, natte Berenzoen enzovoort. Het was betoverend onder de sterren en de late maan en bij een ongeduldige zon aan de kim, die dit ook wel wilde zien. En hij zwaaide nogmaals naar iedereen, heel vriendelijk – naar alle vijftig dieren en de Haan.

Toen lieten de dieren de katapult gaan. Beneden begon de organist prachtig te spelen. Het Sterremannetje suisde de lucht in, naar het duister en naar de heldere sterren, waar zijn vrienden al naar hem aan het zoeken waren. Hij voelde zich heel anders, bijna aards. Alle dieren op de Oudekerkstoren waren verbaasd over wat zij die nacht bij volle maan hadden gezien en gehoord. Nog nooit kregen zij zo’n echte Hemelse Kus… wel vijftig maal.

Dit is een echt gebeurd sprookje van de Oude Kerk. Als jullie het niet geloven, dan zul je nooit gelukkig worden.

Elevazione – Anonimo, door Matteo Imbruno

Meer informatie over de Oude Kerk: www.oudekerk.nl

Publicatiedatum: 20/06/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.