De verdwenen slagers van Weesp

Van eigenzinnig slachtvee en de 'paaskoe' tot aanvallen met een hakmes en het tragische lot van Levi Wonder: het slagersbedrijf van Weesp kent een grotendeels vergeten maar boeiende geschiedenis.

Slagerij Van Donk, Nieuwstraat 14

Beeld: Historische Kring Weesp

Slagerij Van Donk, Nieuwstraat 14Slagerij Van Donk, Nieuwstraat 14

‘Slagersnummer’

Elf slagerijen op zevenduizend inwoners telde Weesp in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Vandaag de dag is er weinig overgebleven van die hoge ‘slagersdichtheid’: op één na zijn al die vleeshouwers uit het stadsbeeld verdwenen, terwijl het inwonertal juist is gestegen tot 18.000. Reden voor de Historische Kring Weesp (HKW) om deze bijna verdwenen beroepsgroep te eren met de prachtige kleurenuitgave ‘Weesper Slagerijen, 1900-2015’.

Cover van het slagersnummer van Historisch Weesp, 2015

Beeld: Historische Kring Weesp

Cover van het slagersnummer van Historisch Weesp, 2015Cover van het slagersnummer van Historisch Weesp, 2015

Onhygiënische thuisslachters

Het themanummer is gebaseerd op een manuscript van voormalig slager Nico Dalmulder en zijn werk is niet vergeefs geweest: volgens eindredacteur Cees Pfeiffer behoort het ‘slagersnummer’ tot de bestverkochte edities van het tijdschrift in de losse verkoop. En er is veel interessants in te lezen. Zoals over de geschiedenis van de ‘huisslachting’ in Weesp. Zo slachtte veehouder De Ridder aan de Kerklaan aan het begin van de negentiende eeuw nog thuis, ‘op bestelling’. Daartoe ging hij eerst met zijn notitieboekje langs bij familie, vrienden en kennissen om hun wensen te noteren. Daarna slachtte hij in de schuur van zijn boerderij een koe, die werd uitgebeend en verdeeld. Volgens de gemeentelijke keurmeester gebeurde dat allemaal weinig hygiënisch: ‘Men had er eenvoudigweg geen idee van wat bacteriën waren’.

De levende have op de binnenplaats, 1931

Beeld: Historische Kring Weesp

De levende have op de binnenplaats, 1931De levende have op de binnenplaats, 1931

Loeiende koeien

De slachtplaatsen van de Weesper slagers lagen in de stad en gaven weleens overlast aan omwonenden. Zo kreeg Jan Pieter den Adel, slager aan de Hoogstraat nummer 21, het aan de stok met zijn buren. Hun slaapkamers grensden aan de binnenplaats achter de slagerij, waar schreeuwende, knorrende en vechtende varkens hen uit hun slaap hielden. Tot overmaat van ramp stond er in 1931 ook nog een koe te loeien, die Den Adel net op de veemarkt had gekocht. De kwestie kon in onderling overleg worden geregeld.

Slager Grijpink met de paaskoe voor zijn slagerij in de Slijkstraat

Beeld: Historische Kring Weesp

Slager Grijpink met de paaskoe voor zijn slagerij in de SlijkstraatSlager Grijpink met de paaskoe voor zijn slagerij in de Slijkstraat

Aanval met hakmes

Pas met de Vleeskeuringswet (1919) ontstonden in de jaren twintig moderne slagerswinkels, met mooie glasplafonds, betegelde wanden en marmeren etalages. Fraai is in 1927 bijvoorbeeld de etalage van Van den Heuvel in zijn nieuwe winkel (Nieuwstraat 14). Deze slager was berucht bij de autoriteiten. Rond 1918 hadden twee belastingambtenaren namelijk ontdekt dat hij vlees in zijn winkel had liggen waarover geen accijns was betaald, zoals toentertijd verplicht was. Hun bezoek liep akelig uit de hand: Van den Heuvel greep een hakmes en verwondde daarmee een van de controleurs. De agressieve slager moest zich verantwoorden voor de rechter en kreeg een jaar celstraf opgelegd.

De nieuwe slagerij van Van den Heuvel, Nieuwstraat 14, 1927

Beeld: Historische Kring Weesp

De nieuwe slagerij van Van den Heuvel, Nieuwstraat 14, 1927De nieuwe slagerij van Van den Heuvel, Nieuwstraat 14, 1927

Levi Wonder

Uitzonderlijk tragisch was het lot van de Joodse slager en veehouder Levi Wonder. Deze nam in 1925 een slagerij in de Slijkstraat over. Hij verkocht er koosjer geslacht vlees aan de circa zeventig andere Joodse inwoners van het stadje. Tijdens de bezetting zijn al deze mensen door de Duitsers weggevoerd. Door bemiddeling van een collega kregen Wonder en zijn vrouw de kans om onder te duiken, maar ze maakten geen gebruik van dat aanbod. Vanuit ‘verzamelplaats’ Amsterdam werden ze naar Polen gedeporteerd en in Sobibor omgebracht. Twee dochters overleefden de oorlog, maar hun derde dochter werd met haar man doodgeschoten bij de Zwitserse grens. Slechts zeven van de zeventig Joodse inwoners van Weesp overleefden de kampen.

Ten onder aan de supermarkt

In de vijf decennia na de bevrijding verdwenen de meeste slagers uit Weesp. Met de opkomst van het grootwinkelbedrijf in de jaren zestig kregen zij het zwaar te verduren: ze konden niet op tegen het aanbod van scherpgeprijsde verpakte vleeswaren. De zelfbedieningszaken en strengere milieuwetgeving gaven in de jaren zeventig de nekslag aan het aloude ambachtelijke vleesbedrijf. De ene na de andere slagerij sloot in Weesp zijn deuren. Een enkele vleeshouwersdynastie, zoals het familiebedrijf Van Proosdij (Buitenveer 4), hield het nog lang vol: van 1935 tot 2000 zaten ze in het gebouw met het karakteristieke trappetje. Sinds het vertrek van slager Jan van Proosdij en diens vrouw Nel heet het pleintje naast hun winkel nog jarenlang ‘Jan van Proosdijplein’, volgens een illegaal opgehangen naambordje. Slagerij Van Donk (Nieuwstraat 14, voorheen Van den Heuvel van de hakmesaanval) is tegenwoordig nog de enige ambachtelijke slagerij in de stad.

Publicatiedatum: 09/12/2015

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.