De slag bij Velsen

Het is al tegen zonsondergang als de komst wordt gemeld van een klein schip met daarin een hoge ambtenaar en enkele zwaar bewapende mannen. De Romeinse legionairs die de wacht houden bij de haven van het Castellum Flevum brengen hun superieuren op de hoogte. Niemand weet dan nog welke verstrekkende gevolgen de aankomst van deze hoge ambtenaar voor het fort en zijn bewoners zal hebben.

Tekening zwaardschede gevonden te Velsen.

Tekening zwaardschede gevonden te Velsen.Tekening zwaardschede gevonden te Velsen.

Germania en de keizerlijke politiek

Castellum Flevum was in 15 n. Chr. gesticht in opdracht van keizer Tiberius en had, naast een haven met enkele schepen, een vaste bezetting van ongeveer 400 manschappen. Tiberius had zijn adoptiefzoon Germanicus benoemd tot veldheer en hem opgedragen het noordwestelijk deel van Germania Inferior aan het rijk toe te voegen en zo de Elbe te maken tot noordelijke grens. Het was wel zaak om eerst met de Friezen, die noordelijk van Velsen woonden, een soort vriendschapsverdrag te sluiten; dat wil zeggen: de Romeinen boden de Friezen bescherming tegen eventuele vijanden in ruil voor het betalen van een geringe belasting.

Belasting opgelegd aan de Frisii

De jaarlijkse belasting die de Friezen moesten betalen per huisgezin was afgestemd op hun draagkracht, die niet erg groot was. Zij kenden geen geld en waren kleine boeren met een gemengd bedrijf in een volledig egalitaire samenleving. Daarom hoefden zij slechts één koeienhuid per gezin te leveren.

Olennius

De hoge ambtenaar die door de gouverneur van Neder-Germanië was gestuurd was Olennius, een centurio van de eerste rang. Hij oordeelde dat de huiden van de kleine koeien die de Friezen bezaten niet voldeden en eiste meer. De Friezen konden niet meer huiden leveren, omdat ze koeien alleen voor het vlees en als trekdier hielden. Ze moesten dan maar hun vrouwen en kinderen in slavernij overdragen aan de Romeinen. Dit leverde natuurlijk grote onrust op en in 28 n. Chr. barstte de bom: grote groepen Friezen trokken op naar het castellum.

Castellum Flevum aan het Oer-IJ wordt belegerd

Het fort was gebouwd aan de zandige oever van een voormalige noordelijke Rijntak en had een verdediging van grachten en wallen aan de zuidelijke landzijde. De noordkant lag aan het water wat als voldoende bescherming werd gezien. Uiteindelijk kwam het tot een serie van kleine gewapende conflicten tussen Romeinen en Friezen, die een steeds grimmiger karakter kregen en uiteindelijk leidden tot de bestorming van het fort, waarbij zeer veel soldaten het leven lieten.

Slingerkogels gevonden te Velsen.

Foto: Arjen Bosman.

Slingerkogels gevonden te Velsen.Slingerkogels gevonden te Velsen.

Romeinen in het nauw

De gouverneur, Lucius Apronius, stelde zichzelf aan het hoofd van de opgetrommelde hulptroepen en dacht met een snelle wraakactie de Romeinse eer en aanzien te redden – dat bleek een verkeerde inschatting. Het veengebied waar veel Friezen woonden, was moeilijk toegankelijk en Apronius kon het voetvolk en de ruiterij slechts achter elkaar aan het gebied in laten trekken. Daar werden ze echter opgewacht door duizenden Friezen die al snel korte metten maakten met deze soldaten. De overgeblevenen sloegen op de vlucht en daarom waren de troepen lichtbewapenden en de rest van de Cananefaatse ruiterij die er als hulp achteraan werden gestuurd, ook zelf niet opgewassen tegen de Friezen die het terrein als geen ander kenden. Het restant van de hulptroepen werd onder bevel gesteld van Cethegus Labeo, die vergeefs smeekte om extra militairen, maar die niet kreeg.

Na de slag

Pas enkele dagen later werd bericht ontvangen over een detachement Romeinen dat strijd had geleverd in het Heilige Woud van Baduhenna, maar dat alle 900 soldaten waren gesneuveld. Ook kreeg men het trieste nieuws dat een groep van 400 man zich had weten te verschansen in de boerderij van een zekere Cruptorix, maar dat de soldaten, bang voor de woede van de sterke Friezen, de hand aan zichzelf hadden geslagen. Zo moeten er alles bij elkaar genomen meer dan tweeduizend Romeinse soldaten het leven hebben gelaten in de slag bij Velsen. De Friezen zijn niet teruggekeerd naar Flevum en het verdere verloop van de relaties tussen Romeinen en Friezen is onbekend, maar het Friese woongebied, dat zich uitstrekte tot de Waddenzee, heeft nooit deel uitgemaakt van het Romeinse Rijk. In ieder ander Europees land zou men met trots terugdenken aan de nederlaag die de eigen bevolking de Romeinen had toegebracht, maar de nuchtere Nederlander heeft er blijkbaar zijn schouders over op gehaald.

Frans Diederik

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 15/11/2011