De orgelluiken van de Alkmaarse Grote Kerk

De Alkmaarse schilder Caesar van Everdingen heeft zijn roem vooral te danken aan de belangrijke bijdrage die hij leverde aan de versiering van de Oranjezaal in het Huis ten Bosch bij Den Haag. Rond het midden van de zeventiende eeuw bracht hij daar veelgeprezen historische en allegorische voorstellingen aan. Sindsdien geldt hij als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het zogeheten Hollandse classicisme. Enkele jaren eerder had de jonge Van Everdingen al naam gemaakt door de orgelluiken van de Grote of Sint-Laurenskerk in zijn geboortestad te beschilderen met een bekend verhaal uit de bijbel.

De aanwezigheid van een orgel in een grote stadskerk was in de eerste helft van de zeventiende eeuw nog niet vanzelfsprekend. Rechtlijnige calvinisten vonden muziek in de kerk maar lichtzinnig en afleidend. Zo schreef een predikant in die tijd dat orgelspel “de menschen verlockt tot de gedachten van vleeschelijke lusten, zonder eens te zuchten tot Godt over sijne sonden”. Die tegenstand werd geleidelijk minder toen bleek dat de gemeentezang verbeterde door begeleiding van een muziekinstrument. Voorstanders wezen erop dat in het Oude Testament al muziek gemaakt werd bij feestelijke en plechtige gelegenheden.

Het orgel in de Grote Kerk van Alkmaar met geopende luiken.

Beeld: Albertus82 via Flickr.

Het orgel in de Grote Kerk van Alkmaar met geopende luiken.Het orgel in de Grote Kerk van Alkmaar met geopende luiken.

De uitwendige godsdienst

Een belangrijke rol speelde het stadsbestuur. Het gebruik van de stadskerk, ook wel de ‘uitwendige godsdienst’ genoemd, was de verantwoordelijkheid van de overheid. Zij regelde niet alleen de aanstelling en bezoldiging van organist en orgeltrappers en het bespelen van het orgel buiten de kerkdiensten om, maar nam ook de kosten van het bouwen van een nieuw orgel en de versiering voor haar rekening. Het kerkgebouw fungeerde immers als openbare overdekte wandelgelegenheid, begraafplaats en muziekzaal. Een fraai orgel verhoogde daarbij de status van stad en stadsbestuur. Ook speelde de gedachte mee dat muziek de burger uit de kroeg kon houden.

Hollands classicisme

Voor het bouwen van een orgel in de Grote of Sint-Laurenskerk zocht het Alkmaarse stadsbestuur in 1638 de bekende orgelbouwers vader en zoon Van Hagerbeer en de gevierde architect-schilder Jacob van Campen aan. Deze bouwmeester zou zijn stempel drukken op de stijl die het Hollandse classicisme wordt genoemd. Met classicisme wordt een stroming in de kunst bedoeld die teruggrijpt op de beeldhouw- en bouwkunst van de klassieke oudheid, maar ook op de kunst van de Italiaanse renaissance. Het streven was gericht op helderheid, evenwicht en voornaamheid van vormen, zonder sterke contrasten van licht en donker. Van Campen ontwierp de orgelkast met een strakke rechthoekige opbouw waarbij de groepen grote orgelpijpen als zuilen van een tempel een driehoekig fronton dragen. Ook stelde hij de kunstenaars en ambachtslieden voor die aan de hand van zijn schetsen moesten zorgen voor de versiering van het orgel met beschilderde luiken, beelden en houtsnijwerk. Die decoratie stond in het teken van de muziek. Het ontwerp van Van Campen viel bij het stadsbestuur in de smaak en werd in de volgende jaren uitgevoerd.

Orgelluiken

Zoals alle grote orgels van de zeventiende eeuw heeft ook het orgel van Alkmaar twee grote luiken waarmee het kan worden gesloten. Ze dienen naar het schijnt om het orgel te beschermen tegen het binnendringen van stof, vogels en vleermuizen. Bovendien kunnen de openstaande luiken helpen om het geluid de goede kant uit te sturen. Bij orgels uit later tijd is er kennelijk minder behoefte aan, want dan blijven luiken achterwege. De binnenzijde van de luiken is soms rijker beschilderd dan de buitenkant, het geopende orgel heeft dan iets feestelijks. Het gesloten orgel is meer een teken van inkeer; als er bij begrafenissen op gespeeld werd gebeurde dat met gesloten luiken en daardoor omfloerste klanken. Bij het orgel van Alkmaar is de buitenzijde echter het belangrijkste. Het orgel heeft verder als grote bijzonderheid dat het nog het oorspronkelijke systeem van touwen en katrollen bezit voor het openen en dichtmaken van de luiken. Wel sluiten ze na meer dan drieëneenhalve eeuw niet meer zo nauw op elkaar aan.

Schaalmodel

Voor het beschilderen van de orgelluiken met een verhaal uit de geschiedenis van David wendde Jacob van Campen zich tot de Alkmaarse schilder Caesar van Everdingen (1616/1617-1678). Van Campen moet een groot vertrouwen in de jonge kunstenaar hebben gehad want het ging om een prestigieuze en moeilijke taak. Van Everdingen was volgens de schildersbiograaf Arnold Houbraken (1718) in de voorgaande jaren in de leer geweest bij de veelgezochte Utrechtse schilder Jan Gerritsz. van Bronckhorst. Caesars vader, notaris te Alkmaar, zal de opleiding hebben bekostigd. Van Bronckhorst had wellicht de vroegere leerling bij zijn relatie Van Campen aanbevolen omdat hij zelf geen tijd had voor deze opdracht. Van Campen liet, om zijn opdrachtgevers een indruk te geven van zijn ontwerp, een twee meter hoog schaalmodel maken van het orgel. Dat model kon zelfs klanken voortbrengen. Als schilder kende de bouwmeester de problemen van de perspectivische vertekening: het orgel zou hoog boven de toeschouwers komen te hangen en bovendien hadden de luiken vlakke en halfronde delen die de vormen van de groepen orgelpijpen volgden. Een kunstenaar moest daar door een zekere vervorming van de voorstelling rekening mee houden om zijn werk natuurlijk te laten overkomen. Het model kon ook daarvoor goede diensten bewijzen.

Succes na lange voorbereiding

In het najaar van 1641 kon Van Everdingen beginnen met het beschilderen van het schaalmodel en daarbij zoeken naar een evenwichtige compositie en de juiste verhoudingen bij het uitrekken of verbreden van de figuren. Hij deed dat onder de hoede van Van Campen in diens atelier op het landgoed Randenbroek bij Amersfoort, waar hij gedurende anderhalf jaar verbleef. In de zomer van 1643 was deze voorbereiding voltooid en op 16 augustus kreeg Van Everdingen de opdracht om de schildering op ware grootte op de beide orgelluiken van negen meter hoog over te brengen. Een geweldig karwei: met hun 73 vierkante meter waren deze de grootste van Europa. Na zeven maanden was het werk op 22 maart 1644 gereed. Het honorarium was tweeduizend gulden, een zeer hoog bedrag in die tijd, met een bonus van honderdvijftig gulden. De opdrachtgever was duidelijk bijzonder ingenomen met de eerste grote schepping van de jonge schilder. Met ‘De Triomf van koning Saul’ vestigde Caesar van Everdingen zijn naam, al kon hij op deze monumentale schaal nog niet zo nadrukkelijk het vleiende penseel van zijn latere werken demonstreren dat zijn grote kracht zou worden: het zorgvuldig weergeven van stoffen, huid, metaal, de weerkaatsing van het licht op armen en benen, op plooien van sjerpen en gewaden.

De triomf van koning Saul na Davids overwinning op Goliath.

Beschilderde luiken van het orgel in de Grote Kerk in Alkmaar, onderzijde. Beeld: Grote Kerk Alkmaar.

De triomf van koning Saul na Davids overwinning op Goliath.De triomf van koning Saul na Davids overwinning op Goliath.

De triomf van koning Saul na Davids overwinning op Goliath

Het onderwerp van de beschildering was ontleend aan een verhaal uit de geschiedenis van David dat te vinden is in het bijbelboek 1 Samuel 18: 6-7. Saul, de koning van Israël was met zijn leger ten strijde getrokken tegen de Filistijnen, de aartsvijanden die zijn rijk belaagden. Goliath daagde als voorvechter van de Filistijnen de Israëlieten uit om in een tweegevecht tegen een van hen de oorlog te beslissen. Niemand durfde zich aan te bieden, totdat de onbekende herder David ten tonele verscheen en met een kiezelsteen uit zijn slinger de gepantserde reus in het voorhoofd trof en velde. Daarna greep David het zwaard van Goliath en hakte zijn hoofd af. De Filistijnen die dat zagen sloegen op de vlucht, achtervolgd door de Israëlieten. Koning Saul plaatste de overwinnaar David vervolgens aan het hoofd van zijn krijgslieden. Zo keerde het leger terug naar huis, waar volgens traditie “vrouwen uit alle steden van Israël koning Saul onder gezang en in reidans tegemoet gingen met tamboerijnen, vreugdebetoon en triangels; en de dansende vrouwen zongen een beurtzang en zeiden: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden.” Deze ‘Blijde Intocht’ in de hoofdstad Jeruzalem is op de luiken afgebeeld, waarbij David het hoofd van Goliath op een lange spies meedraagt. Het lied van de vrouwen zette wel kwaad bloed bij de jaloerse koning.

Vrouwen met muziekinstrumenten.

Detail van De triomf van koning Saul na Davids overwinning op Goliath. Beeld: Grote Kerk Alkmaar.

Vrouwen met muziekinstrumenten.Vrouwen met muziekinstrumenten.

Een drievoudige symboliek?

De herder David met zijn harp en de gebeurtenissen uit zijn leven werden in de zeventiende eeuw vaak op orgels uitgebeeld. Dat is bijvoorbeeld ook zo bij de luiken van het orgel in de Amsterdamse Nieuwe Kerk door Van Bronckhorst. De symboliek was voor ieder duidelijk: David musiceerde graag en gold bovendien als de dichter van vele psalmen in de bijbel, die ook door het kerkvolk gezongen werden onder begeleiding van het orgel. Voor bijbelvaste of geregeld ter kerk gaande Alkmaarders bevatte de voorstelling nog een rechtstreekse toespeling. De voorgeschiedenis, de onwaarschijnlijke overwinning van de weinig krijgshaftige herder op de reus in zijn blinkende wapenrusting, was hun bekend en had een weerspiegeling in de strijd van de Nederlandse gewesten tegen de Spaanse grootmacht die in deze jaren ten einde liep. Daarbij wisten zij: “Van Alkmaar begint de victorie“.Minder vanzelfsprekend is het dat in de voorstelling op de luiken koning Saul het meest opvallende personage is en niet de held David. Natuurlijk gaat het in de uitgebeelde bijbelpassage om de intocht van de koning, maar een schilder kan altijd de werkelijke hoofdpersoon naar eigen inzicht op de voorgrond plaatsen. Zo schreef Houbraken over Caesar van Everdingen: “Onder vele van zyne Konstwerken worden geprezen de beschilderde deuren van het groot Orgel in de Kerk tot Alkmaar, waar op hy verbeeld heeft den Triumf van David, over het nedervellen van den grooten Goliat van Gad.” Toch trekt hier de koning in zijn rode mantel op een wit paard het eerst de aandacht en daarmee verwerkte Van Everdingen misschien een eigen ervaring. De meeste kerkgangers wisten ook wat na de beschrijving van koning Sauls triomf in het direct daaropvolgende bijbelvers staat: Saul sloeg vol wantrouwen David gade en meende dat deze hem in het koningschap wilde opvolgen. De volgende dag raakte Saul bezeten door een boze geest en slingerde in razernij een speer naar David die voor de koning op de snaren tokkelde. David kon de speer tot tweemaal toe ontwijken maar de aanslag betekende voor de koning het begin van het einde.

Koning Saul en de held David.

Detail van De triomf van koning Saul na Davids overwinning op Goliath. Beeld: Grote Kerk Alkmaar.

Koning Saul en de held David.Koning Saul en de held David.

Bij de compositie van de schildering heeft Van Everdingen, steeds in overleg met coördinator Van Campen, wellicht de voor hemzelf bijna fatale gebeurtenis voor ogen gehad die enige tijd tevoren had plaatsgevonden in een Alkmaarse herberg. Daar had hij het bij het kolfspel aan de stok gekregen met een andere bezoeker die waarschijnlijk flink aangeschoten was, een zekere Overschie. Deze verviel op een gegeven moment in razernij en trok een mes. Gelukkig wisten omstanders de zaak tijdig te sussen. Bij zijn vertrek riep Overschie nog naar zijn tegenstander dat het hem speet dat hij “sijn pistool [dat] hij alle dagen bij hem droech niet bij hem hadde, want hij soude hem […] doot geschooten hebben als een hont”. Destijds kreeg deze aangrijpende belevenis voor Van Everdingen geen vervolg. Maar door in zijn uitbeelding van de intocht van koning Saul het personage van de grimmig kijkende koning naar voren te halen, zonder dat de conventie dat vereiste en ten koste van de werkelijke hoofdrolspeler, kon Van Everdingen de symbolische betekenis die de onberekenbare Saul voor de schilder zelf had voor een goede verstaander duidelijk maken.

Auteur: Henk BoumaIn het Stedelijk Museum Alkmaar is de tentoonstelling ‘Vleiend penseel: Caesar van Everdingen 1616/1617-1678’ te bezoeken van 24 september 2016 tot en met 22 januari 2017. De grote orgelluiken konden daar geen plek vinden maar zijn door een kleinere reproductie vertegenwoordigd. Om het vroege meesterwerk van Van Everdingen voor of na het museumbezoek in het echt te bewonderen in de naburige Grote Kerk, waar de schilder ook begraven ligt, is niet zo eenvoudig: het mooie laatgotische bouwwerk is buiten het voorjaar en de zomer op doordeweekse dagen meestal gesloten.

Bronnen

Quentin Buvelot: ‘Caesar van Everdingen en Jacob van Campen’, in: Caesar van Everdingen: schilder met een vleiend penseel, 1616/1617-1678, Zwolle 2016, pp. 38-42.
Jeroen Giltaij: ‘Caesar van Everdingen en het Hollands classicisme’, in: Caesar van Everdingen: schilder met een vleiend penseel, 1616/1617-1678, Zwolle 2016, pp. 43-57.
Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen (1718-1721) (via website dbnl.org), pp. 94-95.
C.A. van Swigchem, T. Brouwer en W. van Os, Een huis voor het Woord: het protestantse kerkinterieur in Nederland tot 1900, ‘s-Gravenhage 1984, pp. 238-249.
Mieke M. van Zanten, Orgelluiken: traditie en iconografie: de Nederlandse beschilderde orgelluiken in Europees perspectief, Zutphen 1999.

Publicatiedatum: 21/10/2016