Amsterdam rond 1900

Wie wil zien hoe Amsterdam er zo'n honderd jaar geleden uit zag, toen de Dam nog gewoon een eindhalte voor de paardentram was, kan in het Amsterdamse Stadsarchief terecht voor de fototentoonstelling ' Amsterdam 1900.'

Foto’s van voor 1900 zijn doorgaans statische plaatjes van gebouwen, omdat de camera’s van die tijd nogal log waren en niet zonder statief konden. Loeizware houten camera’s waren het, met grote glasnegatieven, die de fotografen nog zelf moesten maken en waar ze per negatief wel een half uur mee in touw waren. De eerste fotografen trokken dan ook veel bekijks, schrijft het blad Ons Amsterdam in het oktobernummer. Even ongemerkt een plaatje schieten was er niet bij. ‘Een fotograaf moest er tegen kunnen dat hij prompt het middelpunt van een nieuwsgierige meute werd als hij zich met zo’n grote kast op statief op een straathoek posteerde.’

Blik op Centraal Station vanaf Prins Hendrikkaade circa 1888. Fotograaf onbekend.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Blik op Centraal Station vanaf Prins Hendrikkaade circa 1888. Fotograaf onbekend.Blik op Centraal Station vanaf Prins Hendrikkaade circa 1888. Fotograaf onbekend.

Straatgewoel

In 1888 introduceerde de Amerikaanse firma Eastman Kodak een relatief kleine handcamera, met zeer lichtgevoelige platen en snellere sluitertijden, waardoor je voortaan het straatgewoel, de handkarren en de paardentrams kon vastleggen. Archiefvoorlichter Frank Driessen: “Een koets die in volle vaart langs stoof zag er nog bewogen uit, maar je kon er wel wandelende mensen mee vastleggen.”Een van de mensen die met draagbare camera’s levendige straatfoto’s maakte, is Johan Rombouts. Om het straatleven te kunnen betrappen, zonder dat de fotograaf alle aandacht naar zich toetrok, adviseerde hij zijn collega-straatfotografen om hun camera ‘nonchalant een beetje schuin voor de borst te dragen, alsof je helemaal niet van plan bent die te gebruiken’, aldus Ons Amsterdam.En zo konden de fotografen dan eindelijk een levendige, drukbevolkte en bedrijvige stad laten zien. Het was de tijd dat het water van de Nieuwezijds Voorburgwal werd gedempt in verband met de bouw van het Centraal Station. Wie de tentoonstellingszaal betreedt krijgt dan ook meteen een enorm opgeblazen panoramafoto van 11 bij 3 meter te zien die Jacob Olie in 1889 van het net geopende station maakte. Op de achtergrond hoor je een soundscape van stoombootfluiten op het IJ, getrappel van paardenhoeven en het gebeier van de klokken van de Sint Nicolaaskerk.

Tweede Weteringplantsoen, april 1902. Foto Jacob Olie.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Tweede Weteringplantsoen, april 1902. Foto Jacob Olie.Tweede Weteringplantsoen, april 1902. Foto Jacob Olie.

Damrak slinkt

De bouw van de Beurs van Berlage veranderde het Damrak ingrijpend, legt tentoonstellingsmaker Anneke van Veen uit: “Het Damrak was ooit een smalle kade aan een brede binnenhaven, maar ná 1900 werd het water teruggedrongen en werd de weg steeds breder. Met name Breitner vond dat er daardoor veel verloren ging van het karakteristieke Amsterdam.”

De tentoonstelling ‘Amsterdam 1900′ omvat in totaal 250 foto’s. Boven, in de expositiezaal, wandel je door de straten, langs gebouwen en over de pleinen van Amsterdam. Beneden, in de Schatkamer, zie je hoe mensen woonden en werkten.

De beroemde stadsfotograaf Jacob Olie – geboren in 1834 – maakte zowel de tijd van de statische statiefcamera’s als van de dynamische handcamera’s mee. “Olie maakte aanvankelijk foto’s met zijn zelfgebouwde driepoot. Pas op latere leeftijd schafte hij een moderne handcamera aan. Dat was een soort schoenendoos, waarmee hij de sloop van de Beurs van Zocher vastlegde, waar de Bijenkorf voor in de plaats is gekomen. Vanaf dat moment zie je veel meer mensen op zijn foto’s en zie je pas hoeveel reuring er in de stad was.”

Nieuwe Amstelbrug in aanbouw Foto Gustaaf Oosterhuis, 1901.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Nieuwe Amstelbrug in aanbouw Foto Gustaaf Oosterhuis, 1901.Nieuwe Amstelbrug in aanbouw Foto Gustaaf Oosterhuis, 1901.

Mistige beelden

Fotograaf Bernard Eilers legde de stad weer héél anders vast, namelijk in schilderachtige, bijna mistige beelden. “Die foto’s komen bij de kleindochter van Eilers vandaan, die in Engeland woont. Ze zijn altijd in familiebezit geweest en we hebben ze nu voor de tentoonstelling kunnen lenen. Ze zijn nog nooit eerder in Nederland vertoond.”

Eilers was een kunstfotograaf, die schilderachtige foto’s maakte en zijn foto’s dan ook titels meegaf. Van Veen wijst op een foto van de Nieuwezijds Voorburgwal, die bijna in de mist is verdwenen. “Deze foto heet bijvoorbeeld: ‘Nog aarzelt het licht…’ Het ging Eilers niet om de Nieuwezijds Voorburgwal, maar om de sfeer en de stemming. En daar slaagt hij wonderwel in, want het zijn erg mooie foto’s.”

Kelderwoning in de Nieuwe Spiegelstraat 49, waar een gezin met zes kinderen woonde. Amsterdam, 1914. Onbekende fotograaf.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Kelderwoning in de Nieuwe Spiegelstraat 49, waar een gezin met zes kinderen woonde. Amsterdam, 1914. Onbekende fotograaf.Kelderwoning in de Nieuwe Spiegelstraat 49, waar een gezin met zes kinderen woonde. Amsterdam, 1914. Onbekende fotograaf.

Overvol Amsterdam

In de benedenruimte van het Stadsarchief, waar de tentoonstelling wordt voortgezet, wordt duidelijk dat er ondanks de bloeiperiode die de stad doormaakte nog veel armoede heerste. De bevolking van Amsterdam was in de tweede helft van de negentiende eeuw verdubbeld, tot een half miljoen. De stad was overvol en de armste mensen woonden bij elkaar in tochtige krotwoningen en vochtige donkere kelders, in de Jordaan en Jodenbuurt, en op de Oostelijke eilanden. Maar ook op de grachten kon je nog kelderwoningen vinden waarin gezinnen met zeven kinderen op een paar vierkante meter moest zien te overleven.”Helena Marchier, een filantroop die zich de armoede in buurten als de Jordaan erg aantrok, had het altijd over de schimmen van de onderwereld. Vanaf de straat stapte je ècht een andere wereld binnen. Het was een wereld van smalle gangen die leidden naar achterafterreintjes, die hélemaal waren volgebouwd”, vertelt Anneke van Veen.

Notenpakhuis Blaauwhoedenveem circa 1900. Fotograaf onbekend.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Notenpakhuis Blaauwhoedenveem circa 1900. Fotograaf onbekend.Notenpakhuis Blaauwhoedenveem circa 1900. Fotograaf onbekend.

Woonellende

Dat het leven in de sloppen in beeld is gebracht danken we onder andere aan ‘Bouwonderneming Jordaan’, die een blok woningen aan de Lindengracht opkocht om te slopen en door moderne arbeiderswoningen te vervangen. Maar voordat ze tot sloop overgingen, stuurden ze in 1895 een inspecteur en een fotograaf op pad om de woonellende van de krotten voor het nageslacht vast te leggen. Het was de eerste keer in Nederland dat het leven in krotten werd vastgelegd. “Aan de foto’s kun je zien dat het héle kleine en donkere kamers waren.”
Ook amateurfotografen legden het leven in de sloppenwijken vast. Een van hen was Johan Huiskens. Hij gaf zijn verslag de titel ‘donkerst Amsterdam mee, vanwege het gebrek aan daglicht in de smalle, volgebouwde steegjes. Om niet te veel op te vallen, verkleedde hij zich als werkman en wikkelde hij zijn camera in krantenpapier. Dat zijn foto’s volgens de conservator nu meer ogen als ‘een studie in licht en schaduw dan als een sociaal document,’ neemt niet weg dat het stadsbestuur zijn fotoserie in 1909 aankocht, omdat het een stukje Amsterdam laat zien dat inmiddels – gelukkig maar – is verdwenen.

Spelende kinderen circia 1900. Foto G.H. Breitner.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Spelende kinderen circia 1900. Foto G.H. Breitner.Spelende kinderen circia 1900. Foto G.H. Breitner.

Autochromes

De meeste foto’s zijn weliswaar in zwart wit, maar het Stadsarchief is er trots op dat ze drie van de allereerste kleurenfoto’s kan laten zien, gemaakt met een techniek die Gebroeders Lumière in 1907 hebben bedacht. Het zijn nogal kwetsbare kleurenfoto’s op glas, autochromes genaamd, en om die reden worden ze zelden tentoongesteld. Het archief heeft daarvoor een speciale zuurstofarme vitrine gemaakt, waarin telkens een week lang één zeldzame kleurenfoto wordt getoond.Amsterdam 1900, Foto’s van Olie, Breitner, Eilers en tijdgenoten, is tot en met 5 februari te zien in het Stadsarchief, Vijzelstraat 32, Amsterdam. De Schatkamer en de Filmzaal zijn gratis toegankelijk. In de Filmzaal worden de oudste filmopnamen van Amsterdam getoond (1900-1920). We zien hoe de Dam eindpunt van de paardentram was, we zien schaatsplezier op een dichtgevroren Herengracht (1917) en we zien een Centraal Station met stoom- en zeilboten op het IJ en treinen die er meer als trams uit zien. Verder zijn er wandelingen langs plekken die fotografen rond 1900 hebben vastgelegd. Zie voor het programma: www.amsterdam.nl/stadsarchief.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 19/10/2016