De ondergrondse pers in Haarlem 1940-1945

Johannes Hoogendoorn stierf op 25 mei 1944 voor het vuurpeloton. Vlakbij de naar deze verzetsstrijder vernoemde straat bevond zich op de Burgwal zijn bedrijf: de Haarlemsche Handelsdrukkerij. Hoogendoorn drukte op zijn persen onder andere 'De Vonk'.

De Vonk

‘De Vonk’ was een illegale publicatie van de Communistische Partij. Die had doorgaans dezelfde inhoud als het door deze partij uitgegeven blad ‘De Waarheid’. Onder deze titels bestreken deze verzetsbladen geheel Nederland. ‘Vrij Nederland’, ‘Het Parool’ en ‘Trouw’ waren nieuwe kranten die tijdens de bezetting voor het eerst verschenen. Bij al deze publicaties waren Haarlemmers betrokken: als drukker, organisator en verspreider. Om in het gehele land te kunnen verschijnen, hadden deze bladen een grote organisatie nodig. Ze waren daardoor kwetsbaar en de bezetters spanden zich tot het uiterste in om deze organisaties op te rollen. Bij die inspanningen boekten ze helaas regelmatig successen. Hoogendoorn was niet de enige Haarlemmer die gearresteerd werd en het leven liet.

Johannes Hoogendoorn in 1930. Beeld: Familiearchief Hoogendoorn

Landelijk verschijnende verzetsbladen

Alleen al door het feit dat ze bestonden, en regelmatig verschenen, gaven de landelijke verzetsbladen een belangrijk signaal af. Zowel de bezetters als de Nederlanders begrepen dat het een uitzonderlijke prestatie was om onder het bezettingsregime in het gehele land een blad met dezelfde opmaak en tekst naar de lezers te brengen. De bladen telden acht à  tien bladzijden en verschenen twee, soms vier keer per maand. Daarvoor was een grote clandestiene organisatie nodig. Met uitzondering van De Waarheid, die meestal als stencil verscheen, streefden de landelijk bladen ernaar zoveel mogelijk in gedrukte vorm uit te komen. Dat hield in dat er, behalve een groep redacteuren, ook andere specialisten bij betrokken waren. Dat waren zetters (destijds nog handwerk), drukkers en leveranciers van krantenpapier. Daarnaast natuurlijk een omvangrijk distributieapparaat. Vooral de drukkers namen grote risico’s. Een stencilmachine kon, indien nodig, gemakkelijk verplaatst worden. Een drukpers niet en die produceerde het nodige geluid als hij, vaak ’s avonds, in bedrijf was. Vanwege dat risico werd regelmatig van drukker gewisseld. Bovendien werd een editie op meerdere plaatsen in Nederland gedrukt, anders zou de afstand tussen drukkerij en lezer te groot worden.

Exemplaren van Trouw, Het Parool, De Vonk, Oranjebode, De Ploeg en De Vrije Katheder. Beeld: Beeldbank WO2

Beleefde Duitser

Het vervoeren van loodzetsel van de zetter naar de drukker, of van de ene drukker naar de andere, was een zware en riskante klus. In elk geval moest je daarbij zo min mogelijk opvallen. Ada van Randwijk, echtgenote van de grote man van ‘Vrij Nederland’ Henk van Randwijk, reisde eens met zetsel van dit blad per trein van Amsterdam naar Haarlem. Ze had het zetsel op haar buik gebonden en probeerde zo door te gaan voor een zwangere vrouw. Tot haar niet geringe schrik trof ze een beleefde Duitse officier aan die haar zijn zitplaats aanbood. Weigeren kon niet, want dat zou de aandacht op haar vestigen. Maar toen ze zat, merkte ze dat “het scherpe zetsel zo meedogenloos in haar vlees sneed dat de pijn bijna ondraaglijk werd”.

Hendrik Mattheus van Randwijk (1909-1966). Beeld: Literatuurmuseum

Inval bij drukkerij van Hoogendoorn

Op 29 april 1943 deed de Sicherheitspolizei een inval in de drukkerij van Hoogendoorn. De boel was verraden. Een Beverwijkse communist, die betrokken was bij de verspreiding van ‘De Vonk’, was gearresteerd. Hij werd zwaar mishandeld en zwichtte uiteindelijk toen hij te horen kreeg dat zijn vrouw en kinderen naar Buchenwald gestuurd zouden worden als hij niet meewerkte. Hoogendoorn en zijn zoon verzetten zich heftig, maar dat mocht niet baten. Johannes Hoogendoorn werd op 10 maart 1944 ter dood veroordeeld en op 25 mei 1944 op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag gefusilleerd. Zijn zoon, Ad Hoogendoorn, werd veroordeeld tot gevangenisstraf, door te brengen in Duitse gevangenissen. Ad overleefde de oorlog en hoorde pas na zijn terugkeer wat er met zijn vader was gebeurd.

Kampervest, hoek Kleine Houtstraat. Ter gelegenheid van de herdenking van 30 januari 1933 maakte de N.S.D.A.P. te Haarlem samen met de W.A. een wandeling door Haarlem. Beeld: Noord-Hollands Archief, collectie Kennemerland

De ‘Vrij Nederland-verraadzaak’

De hoofdverspreider van ‘Vrij Nederland’ in Haarlem was Johannes Lohmann, directeur van het Instituut voor Talen- en Handelsonderwijs aan de Wilhelminastraat. In zijn woning deed het beruchte tweetal H.J. Smit en W.M. Willemsen, kornuiten van Fake Krist, op dinsdagmiddag 23 november 1943 een inval. Ze troffen daar een pak met 500 exemplaren van ‘Vrij Nederland’ aan. Lohmann en zijn gezin werden afgevoerd naar het politiebureau. De volgende dag onderzochten Krist en Willemsen het instituut van Lohmann. Daar vonden ze onder andere een boekje met namen en adressen van verspreiders, en sommige lezers, van ‘Vrij Nederland’ in Haarlem en Heemstede. De zaak was aan het rollen gebracht doordat verspreider Ernst Moorhoff was opgepakt. ‘Foute’ Nederlanders hadden bij hem ‘Vrij Nederland’ gezien en dit gemeld. Smit en Willemsen dreigden Moorhoff dat ze diens vrouw, pas terug uit het ziekenhuis na een zware bevalling, ook zouden arresteren en verhoren. Onder die druk bezweek Moorhoff en noemde de naam van Lohmann. De vondst bij Lohmann van het adresboekje had zeer ernstige gevolgen. In de weken die op Lohmanns arrestatie volgden werden ongeveer vijftig personen gevangen genomen. Enige van hen werden kort daarna weer vrijgelaten. De anderen verdwenen naar Duitse gevangenissen, tuchthuizen en concentratiekampen. Daar verloren zestien van deze mannen het leven. Johannes Lohmann stierf op 6 februari in tuchthuis Siegburg.

Bevrijdingsnummer 'Vrij Nederland'.

Bevrijdingsnummer ‘Vrij Nederland’.

De prijs van het vrije woord

Een in 1990 opgestelde erelijst van gevallen uit de wereld van de illegale pers telt 777 namen. Bijna de helft daarvan zijn communisten, medewerkers van ‘De Waarheid’ of ‘De Vonk’. Op de lijst komen de namen voor van 31 mensen die afkomstig waren uit Haarlem of daar illegale bladen maakten of verspreidden. De meeste van hen hielden zich ook met andere verzetsactiviteiten bezig, de naam van Hannie Schaft staat bijvoorbeeld ook op deze lijst. De vrijheid van meningsuiting is de laatste jaren vaak in het openbaar bediscussieerd. Zelfs zo’n discussie was tijdens de bezetting onmogelijk en levensgevaarlijk.

Bronnen

* W. Glastra, ‘De Haarlemse ‘Vrij Nederland’-verraadzaak (november/december 1943)’, in: Nieuwsbrief Bond van Oud-Illegale Werkers Haarlem, nr.37 (nov.1995), pp. 10-14 en nr.38 (mrt.1996), pp. 16-22.
* Peter H. Heere en Arnold Th. Vernooij, De Eerebegraafplaats te Bloemendaal (Den Haag 2005).
* Hans van den Heuvel en Gerard Mulder, Het Vrije Woord. De illegale pers in Nederland 1940-1945 (‘s-Gravenhage 1990).
* Madelon de Keizer, Het Parool 1940-1945. Verzetsbladen in oorlogstijd (Amsterdam 1991).
Gerard Mulder en Paul Koedijk, H.M. van Randwijk. Een biografie (Amsterdam 1988).
* Lydia E. Winkel en Hans de Vries, De ondergrondse pers 1940-1945 (2de druk, Utrecht 1989).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.