De aanslag op het Prinsen Bolwerk

In de nacht van 20 op 21 april 1941 werd op het Prinsen Bolwerk in Haarlem een Duitse spoorwegman neergeschoten. Voor zover bekend was het de eerste keer tijdens de bezetting dat in Haarlem een Duitser onder vuur kwam te liggen. Drie weken later arresteerde de Sicherheitsdienst (SD) de dader in Rotterdam. Hij was opgespoord door Anton van der Waals, de sluwste en gevaarlijkste landverrader uit de oorlogsjaren. Het was diens eerste 'werkstuk' en Van der Waals bewees daarmee zijn waarde voor de Duitse contraspionage. Nog voor het einde van de oorlog zou hij meer dan honderd verzetsmensen verraden. Ruim zestig van hen stierven in concentratiekampen of vonden de dood voor het vuurpeloton. Een van hen was Hans Bierhuijs, de schutter in de nacht op het Prinsen Bolwerk.

Beloning

De Duitse spoorwegman had de aanslag overleefd, maar toch waren de Duitsers furieus. Ze dreigden met zware represailles voor de stad en de bevolking. Die kennis ontlenen we aan de memoires van NSB-burgemeester Plekker die hij in 1945 schreef na zijn arrestatie. Als we hem op zijn woord kunnen geloven, voorkwam hij die represailles door het uitloven van een zeer hoge beloning, namelijk 5000 gulden. Dat bedrag was weggelegd voor degene die inlichtingen kon verschaffen die zouden leiden tot de arrestatie van de dader van deze ‘laffe moordaanslag’. Plekker voegde er nog aan toe dat het bedrag betaald was aan de Duitsers, maar hij wist niet voor wie het bestemd was.

Bierhuijs en de verzetsgroep van broeder Joseph

Johannes (Hans) Bierhuijs was in 1918 in Batavia geboren en leerling aan de Haarlemse MTS. In de nacht van 20 op 21 april probeerde hij alleen of met anderen sabotage te plegen op een Duitse trein. Die sabotagepoging mislukte en leidde tot de schietpartij op het Prinsen Bolwerk. Bierhuijs maakte deel uit van de verzetsgroep ECH/3 in Heemstede  die onder leiding stond van broeder Joseph Klingen. Die woonde daar in het broederhuis ‘Sint Jean Baptiste de la Salle’ aan de Herenweg. Broeder Joseph was zendamateur en wilde inlichtingen over Duitse militaire activiteiten in de omgeving van Haarlem naar Londen zenden. Bierhuijs was een van zijn informanten.

Van der Waals alias De Wilde

Londen hechtte uitsluitend geloof aan berichten die in een afgesproken code waren opgesteld. De Delftse hoogleraar R.L.A. Schoemaker stelde die op voor broeder Joseph. Iemand uit de groep in Heemstede moest nu met die code naar Engeland oversteken. Op 24 april 1941 sprak Van der Waals, die al in contact stond met de SD, met Schoemaker over een ‘uitvinding’ van hem – een bijzonder soort motor – die hij aan de Engelsen zou willen aanbieden. De ‘uitvinding’ had hij eerder gepresenteerd aan de Rotterdamse ingenieur en verzetsman A.P. van der Meer, een bekende van hem van voor de oorlog. Van der Meer was niet overtuigd van het nut van de uitvinding en omdat het niet wenselijk leek de Engelsen een waardeloos idee te leveren, werd het oordeel van Schoemaker ingewonnen. Bij het gesprek op 24 april in het huis van Schoemaker was ook aanwezig de Heemsteedse marconist Henk Schoenmaker, een medewerker van broeder Joseph. Inmiddels had Van der Waals, die zich bediende van het pseudoniem ‘De Wilde’, zijn verhaal wat aangedikt. Hij beweerde via een zender met de Engelsen in contact te staan. Om die reden was Henk Schoenmaker bij het gesprek uitgenodigd. In dat soort omstandigheden was Van der Waals op zijn best. Als geen ander verstond hij de kunst mensen om de tuin te leiden en hun vertrouwen te winnen. De marconist Schoenmaker kreeg de ‘zender’ van Van der Waals natuurlijk nooit te zien maar geloofde de verrader op diens woord. Een fatale vergissing.

In de val

Schoenmaker en een medeverzetsman uit de groep van broeder Joseph, Willem Zietse, werden op 6 mei 1941 in Rotterdam in de val gelokt. Van der Waals alias De Wilde had hun wijs gemaakt dat hij hen met de code en enkele andere documenten naar Engeland kon laten vertrekken. Ze vielen echter in de handen van een arrestatieteam van de SD. Uit hun verhoor, of uit gesprekken van Van der Waals met Schoenmaker en Zietse toen ze hem nog vertrouwden, kwam de identiteit vast te staan van de schutter op het Prinsen Bolwerk. Voor Hans Bierhuijs werd nu ook een val opgesteld. Op 11 mei werd hij gearresteerd en twee weken later was vrijwel de gehele groep van broeder Joseph opgerold. Van der Waals kreeg via de SD de beloning uitbetaald die Plekker had uitgeloofd. Bierhuijs, Henk Schoenmaker en broeder Joseph Klingen werden gefusilleerd. Zietse overleefde de oorlog en getuigde in het proces tegen Van der Waals. Die werd op 7 mei 1948 ter dood veroordeeld. Op 26 januari 1950 vond de voltrekking van het vonnis plaats. Zelfs de zeer pacifistische koningin Juliana wenste de grootste verrader uit de oorlog geen gratie te verlenen. Kort voor zijn executie bekende Van der Waals dat hij “een erg slecht mens was geweest”. Voor één keer sprak hij de waarheid.

Het Prinsen Bolwerk omstreeks 1939.

Het Prinsen Bolwerk omstreeks 1939.Het Prinsen Bolwerk omstreeks 1939.

Bronnen

* L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel V (‘s-Gravenhage 1974), pp. 840-842.
* Auke Kok, De verrader (Amsterdam 1995), pp. 60-66.
* Hans Krol, ‘Het verhaal van één der twee nog in leven zijnde personen uit de verzetsgroep ECH/3 rond broeder Joseph Klingen: Adrianus A. van Amerongen (87)’, in: Oud-Heemstede-Bennebroek (1990), pp. 27-38.
* Frank Visser, De zaak Antonius van der Waals (‘s-Gravenhage 1974), pp. 36-40, 243-248.

* Ter inzage in het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.