De Molch: Eenmansduikboten in de Visbuurt

De foto met de gecamoufleerde eenmansduikboten opgesteld in de Gasstraat is bij iedereen wel bekend, maar het 'wat, hoe en waarom' niet.

Een Molch

Een Molch. Kleine Duitse duikboot. Beeld: Wikimedia Commons.

Onderzeebootjes tentoongesteld

De Duitsers ontwikkelden in de loop van de Tweede Wereldoorlog verscheidene types mini onderzeeboten met de voor ons vreemde namen als Molch, Biber, Hecht, Marder en Seehund. De meesten van jullie zullen je wel herinneren dat in de jaren zestig van de vorige eeuw, op Harssens tegenover de aanlegsteiger van de Texelse boot, een viertal van die onderzeebootjes stond tentoongesteld. De gewone Helderse sterveling mocht daar dan weer niet komen, zodat lang niet iedereen ze van dichtbij hebben gezien. In 1971 werden ze ‘gespot’ door een Duitse marineofficier en deze wist het Marinemuseum zover te krijgen om ze af te staan aan Duitse musea. Veel moeite hoefde hij daarvoor overigens niet te doen, want er was in die tijd geen geld en belangstelling om de boten voor ons land te behouden.

De Molch

De Molch werd in 1944 ontwikkeld. Het was een eenmansonderzeeboot, net als de Biber. Dit in tegenstelling tot de tweemansboten Seehund en Hecht. De ongeveer tien meter lange Molch was uitgerust met aan iedere zijde een torpedo. Voortgestuwd door een elektromotor, kon ze achttien uur varen met een snelheid van drie tot vijf knopen. De duikdiepte was dertig meter. Er zijn er ongeveer vierhonderd van gebouwd. Er werden aanvankelijk drie flottieljes gevormd, K-Flotille 411, 1/412 en 2/412. Ze waren bedoeld voor inzet bij de invasiestranden van Normandië, maar de eerste inzet van K411 was in september 1944 in Italië, waarbij alle twaalf boten werden vernietigd.

Moeilijkheden in de Noordzee

Na dit debacle zijn ze alleen nog ingezet op de Noordzee. Het bleek een moeilijk te hanteren vaartuig, waardoor alleen jonge, goed opgeleide mensen er mee mochten varen. Omdat de trim van de onderzeebootjes was ingesteld voor het veel zoutere water van de Oostzee, kostte het erg veel moeite om onder water te komen en te blijven. Bij het snel wegduiken kwam het wel eens voor dat het achterschip lang boven water bleef hangen, wat bij een naderend vijandig vliegtuig of naderende onderzeebootjager niet al te prettig was.

Bovendien was de Noordzee ruw vaarwater, waardoor men al snel niets meer zag met de periscoop. De onderzeeboot lag namelijk erg laag in het water, waardoor de bestuurder eigenlijk alleen kon varen met gesloten luik. Hierdoor had hij alleen zicht via de periscoop. De enige navigatiemiddelen waren een kompas en een koersschijf waarop stond hoelang men bepaalde koersen moest varen naar het beoogde doel. Verwarming was er niet aan boord, zodat het onderwater in de wintermaanden niet bepaald aangenaam was. Zeker als je nauwelijks kon bewegen. Soms werden de onderzeebootjes gedwongen om uren op de bodem te liggen wachten, waardoor de hele tocht wel eens 36 uur kon duren.

In Den Helder voor de kustverdediging

De Molche van K1/412 zijn in februari en maart 1945 een aantal malen ingezet vanuit Hoek van Holland en Hellevoetsluis tegen de zeevaart op Antwerpen. Ze werden vanuit de haven naar een bepaald punt gesleept, waarvandaan ze op eigen kracht verder voeren en ook zelf weer naar de thuisbasis moesten terugkeren. Deze acties waren niet succesvol, waarbij veel materiaal en mensen verloren gingen. Na deze acties werd K-Flotille 1/412 naar Oldenburg overgebracht. De Molche van K411 werden in Den Helder gestationeerd en waren alleen bedoeld voor de kustverdediging. Ze zijn vanuit Den Helder nooit actief ingezet. Er werden nog andere flottieljes gevormd, waarvan K 413 ook enige tijd in Den Helder gestationeerd is geweest. K414 en K415 werden in Denemarken gestationeerd en K416 in Noorwegen. Ook deze flottieljes zijn nooit ingezet.

Klein Venijn

Bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van het eind 2009 verschenen boek ‘Klein Venijn’. De schrijver, Cor Heijkoop uit Middelburg, heeft na jaren onderzoek naar deze zogenaamde ‘Kleinkampfmittel’ een heel interessant boek geschreven. Hierin komen alle Duitse mini onderzeebootjes ter sprake, met dramatische verhalen van hun commandanten, verlevendigd met veel foto’s.

 

Auteur: Maarten Noot

Publicatiedatum: 22/12/2010