Bergen: Middenstanders en hun klanten tijdens WO II

Dit is een verhaal van het Verhalenpaviljoen, een initiatief van de kustgemeenten en Provincie Noord-Holland. In de zomer van 2010 en 2011 ging het Verhalenpaviljoen in verschillende kustplaatsen op zoek naar de lokale identiteit. Dit heeft geresulteerd in tientallen prachtige persoonlijke verhalen van bewoners, bezoekers en ondernemers uit Den Helder, Bergen, Zandvoort, IJmuiden, Wijk aan Zee, Castricum en Callantsoog. Verhalen over vroeger en nu, over de zee, het strand, de samenleving, monumenten en gebouwen. Hier lees je een van deze bijzondere verhalen, die het karakter van de kustplaatsen versterken en onze kust aantrekkelijker maken voor bewoners, ondernemers en bezoekers.

Luchtfoto Bergen aan Zee, 1938

Inventarisnummer: NL-HlmNHA_559_01111. Beeld: Noord-Hollands Archief, collectie Provinciale Atlas

Luchtfoto Bergen aan Zee, 1938Luchtfoto Bergen aan Zee, 1938

Oorlog: de scholen waren geen school meer

10 mei 1940 begon ‘Bergens’ eerste oorlogsdag met een bombardement op het militaire vliegveld Bergen; het werd al snel een bezetting met grote gevolgen voor ons kustgebied. Ik was nog geen zeven toen ik die dag met mijn ouders en mijn oudere broers en zus rond de keukentafel zat en vader ons vertelde dat het nu oorlog was. Ik zal het niet helemaal hebben begrepen, maar er was iets verschrikkelijks gebeurd. Ik zag tranen over zijn wangen lopen, wat mij altijd is bijgebleven. Mijn wereldje speelde zich toen nog af in een klein deel van ons dorp; dat veranderde toen ik in september naar de lagere school ging. Dat had de Adelbertusschool moeten zijn, maar het werden klassen op drie verschillende adressen in woonhuizen en in het patronaatsgebouw naast de kerk. De scholen waren geen school meer.

Niet-gewilde ‘gasten’:

Ze waren er zomaar: honderden mannen in dezelfde pakken, met grote laarzen en met wapens. Ze spraken een vreemde taal en reden met grote legerwagens, op motorfietsen en later ook met huifkarren met zware trekpaarden ervoor. Ze pakten onze scholen af en maakten er kazernes van. Ze pakten onze speelplekken af, want daar moesten ze marcheren. Ze namen steeds meer bezit van ons dorp. Vanuit ons huis aan de Loudelsweg 33 hadden we een goed zicht op de lagere school van de zusters Ursulinen tegenover ons.

Die school hadden ze ook ingepikt en daar kwamen wekelijks kort na acht uur ’s avonds (vanaf acht uur was er voor de bewoners van Bergen een straatverbod) wagens vol met jongemannen in burgerkleding, achttien à negentien jaar oud. Duitse officieren met hun pistool in de aanslag hielden bij zo’n aankomst de hele omgeving in de gaten. De volgende dag liepen de nieuwe soldaten onwennig in hun nieuwe legerkleren door de straten. Binnen een paar dagen exerceerden ze als de besten. Na een korte hevige opleiding vertrokken ze weer, de oorlog in, plaatsmakend voor een nieuwe lichting. De Duitse rekruten werden steeds ouder! Voor alle volwassenen die kranten lazen en naar de radio luisterden, moet het allemaal heel dreigend zijn geweest.

Onzekere tijden

Mijn ouders hadden voor Bergen gekozen toen zij in 1929 startten met een brood- en banketbakkerij. Ze zagen goede mogelijkheden door een groeiende bevolking en de toename van het toerisme. Na tien jaar hard werken hadden zij een mooi bedrijf opgebouwd, ondanks tegenslag door een brand in 1935 die onze bakkerij voor de helft in de as had gelegd.

Veel middenstanders in die tijd waren net als mijn ouders in ‘Bergen Binnen of aan Zee’ met enthousiasme en idealen begonnen. Maar toen kwam die brute inval in mei 1940. Toekomstverwachtingen werden de bodem ingeslagen. Nationaal en internationaal werd het een wanorde. Voor bedrijven die afhankelijk waren van toerisme zag het er somber uit. Veel later besefte ik hoeveel verdriet en zorgen deze inval door de Duitse agressor teweeg heeft gebracht. In de loop der jaren werd de oorlog heviger en de situatie in onze dorpen grimmiger.

Atlantikwall

Vanaf 1941 versterkten de Duitsers het kustgebied van Noorwegen tot aan Zuid Frankrijk. Onze hele kuststrook werd vanaf medio 1942 ‘Sperrgebiet’. In Bergen aan Zee werd alles wat in de weg stond voor een goed schootsveld met de grond gelijkgemaakt. Iedereen die daar woonde en de bedrijven die daar gevestigd waren, moesten weg. Er werden bunkers gebouwd en kannonen opgesteld en in het duingebied tot in Bergen kwamen mijnenvelden. Deze afbraak en landjepik (zo noemden we ons jongensspel) schakelden Bergen aan Zee uit. Het grondgebied waar de Bergenaren nog mochten komen werd steeds kleiner. Mijn speelveld werd naarmate ik ouder werd steeds groter. Met mijn vriendjes kwamen we zelfs op verboden plaatsen; dat was heel spannend en voor ons waren niet alle Duitsers vijandig!

Evacuatie

In juli 1942 werd burgemeester Van Reenen als gijzelaar weggevoerd. Tot de bevrijding hebben drie waarnemende burgemeesters ‘van de nieuwe orde’ de gemeente bestuurd. In oktober 1942 werd er geteld; er woonden in Bergen 7411 personen in 1878 huizen. Er waren voorbereidingen op gang gekomen om ruim 75% van de bewoners voor onbepaalde tijd op bevel te laten vertrekken naar bestemmingen in de directe omgeving, of naar andere provincies. Begin 1943 was het zover: 5780 aangewezen personen vertrokken in januari en februari met een deel van hun huisraad en lieten 1488 huizen grotendeels leeg achter! Met onvoorstelbaar veel zorgen en verdriet gingen ze op weg naar een gedwongen nieuwe bestemming. Ze waren geschrapt uit het bevolkingsregister. De bezetter had ze bestempeld als onnodig, en het recht om naar eigen keuze in Bergen te wonen en te leven was hun ontnomen.

Dit gold niet voor de agrariërs, gemeente- en politieambtenaren, onderwijzers, kerkelijke voorgangers, enkele huisartsen en ongeveer 25 % van de plaatselijke middenstand. Zij waren geselecteerd om in Bergen te blijven. Ook onderhoudsbedrijven, die voor de bezetter en de achterblijvers belangrijk waren, en bouwbedrijven die voor de Duitsers werkten, mochten blijven. Hoe groot het inwoners aantal van Bergen tijdens de evacuatieperiode in werkelijkheid was, is niet goed aan te geven, want het aantal clandestiene bewoners was omvangrijk. Kinderen die in de directe omgeving waren ondergebracht, bleven in Bergen onderwijs volgen. Alle bedrijfspanden die als gevolg van de evacuatie leeg kwamen te staan, werden bij de Kamer van Koophandel in Alkmaar aangemeld in verband met onderhoud en schadevergoeding.

Zuur brood

Ik had in die tijd geen besef van de getallen die ik nu in mijn verhaal noem. En wat wist ik van de grote leegloop van ons dorp? Mijn beste vriendje mocht ook in Bergen blijven en bij mijn vader in de bakkerij werd het gezelliger, want er kwamen elke dag Duitse mannen in bakkerskleren brood- en koekbakken. Mijn vader hield ons daar een beetje bij weg, alsof hij moeite had met deze vreemde situatie. Maar wat ik mij heel goed herinner is, dat die mannen uit dat andere land baksels maakten, die bij ons niet in de winkel lagen. Ik proefde er wel eens van, maar vond niet alles lekker. Zo bakten ze bijvoorbeeld zuur brood! Later heb ik gehoord dat er bij Smid Hoebe en bij bakker Buisman en bij meerdere bedrijven ook Duitsers werkten. Wat sterk in mijn herinnering leeft, is dat er zoveel huizen leegstonden. En in 1944-1945 heb ik meer dan eens gezien dat er van alles uit de verlaten woningen werd gehaald (gestolen!). Uit de verhalen die rondgingen begreep ik wel dat het steeds chaotischer werd.

Naar normale tijden

In mei 1945 kwam er gelukkig een einde aan de wurggreep door de Duitsers en kon de bevrijding worden gevierd. Bijna iedereen, evacués maar ook de mannen die in Duitsland te werk waren gesteld, haastten zich om naar hun vertrouwde stek in bergen terug te keren en een nieuwe start te maken. In Bergen aan Zee was meer tijd nodig voor terugkeer, want er was te veel vernield aan huizen en infrastructuur en er zat nog zoveel gevaar in de grond! Huizen en gebouwen in Bergen die de bezetter langdurig had gebruikt, waren uitgewoond en werden in een rap tempo hersteld. Onze dorpen zijn er bovenop gekomen en werden weer snel aantrekkelijk voor de toeristen. De middenstanders toonden een enorme inzet om het leven voor hun klanten en de gasten zo aangenaam mogelijk te maken. Voor menig Bergenaar was er echter veel tijd nodig om met Duitsers, die onze dorpen weer kwamen bezoeken, respectvol en op basis van gelijkheid om te gaan. Dat zal niet altijd gelukt zijn.

Naarmate ik de oorzaak en de samenhang van alles beter leerde begrijpen, was de oorlog verder achter mij.

Publicatiedatum: 22/12/2010