De jeugdige zomers van Dr. W.A. Visser ’t Hooft

De familie Visser ’t Hooft woonde in de 19e en het begin van de 20e eeuw in grote buitenhuizen. Caspar Visser ’t Hooft schreef er een boek over, waarin hij niet alleen de zeven buitenplaatsen opzoekt, maar ook levendige beschrijvingen geeft van de kleurrijke karakters die er woonden.

In Een hof tot ons gerief maken we kennis met kapitein Hendrik Philip Visser, die rond 1835 naar Japan voer, en met de roemruchte Marinus Cornelis Paspoort, burgemeester van Middelburg. Maar ook met Caspars grootvader, misschien wel de bekendste telg uit het geslacht: Dr. Willem Adolph Visser ’t Hooft (1900-1985).

Dr. W.A. Visser ’t Hooft bij de opening van het nieuwe lyceum in Leiden, dat zijn naam draagt, 23 oktober 1967. Foto: Ruud Hoff, ANP Historisch Archief (ANP Foundation).

Een werkzaam leven

De Haarlemse Dr. Visser ’t Hooft is vooral bekend vanwege zijn theologisch werk. Hij groeide op in een vrijzinnig remonstrants gezin en ging naar het Haarlems gymnasium. Zijn lidmaatschap van de Nederlandsche Christen-Studenten Vereeniging (NCSV) deed hem besluiten om theologie te gaan studeren. Tijdens zijn studie vervulde hij diverse bestuursfuncties bij de NCSV, waarvoor hij enkele buitenlandse conferenties aandeed. Zijn blik werd steeds internationaler.

Op slechts 38-jarige leeftijd werd Visser ’t Hooft benoemd tot secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, tijdens de oprichtingsbijeenkomst in Utrecht in 1938. Deze functie heeft hij tot zijn pensioen in 1966 vervuld. Hij reisde veel, woonde bijeenkomsten bij en gaf lezingen over de hele wereld. Van zijn hand zijn zo’n vijftien boeken bekend en een imposante 50.000 brieven. Zijn thuisbasis bleef altijd Genève, waar hij sinds 1924 met zijn vrouw Henriette Philipine Jacoba Boddaert (1899-1968) woonde en drie kinderen grootbracht.

Voorheen Hoge Duin en Daalseweg 30. Zomerhuis Thalatta, ca. 1906. Eigendom van de fam. Visser ’t Hooft uit Haarlem. Op de foto leden van de families Visser ’t Hooft en Pijncker Hordijk. De kleine jongen is waarschijnlijk Willem Adolph (‘Wim’). Het huis is in 1921 verbouwd en in 1927 afgebroken. Collectie Gemeente Bloemendaal, Noord-Hollands Archief.

Jeugdherinneringen

Tot zover zijn veel mensen met het werk van Dr. Visser ’t Hooft bekend. In Een hof tot ons gerief laat Caspar Visser ’t Hooft echter een andere, meer persoonlijke kant van zijn grootvader zien. Zo bracht Dr. Visser ‘t Hooft de zomers van zijn jeugd geregeld door bij een geliefde oudtante. Deze tante Marie woonde op buitenplaats Bellevue bij Dordrecht. Als laatste overgebleven telg van haar generatie werd ze door haar jonge neven en nichten als grootmoeder gezien. ‘… de allermooiste plek was het buiten van mijn oudtante in Dordrecht, waar we in de vakanties heen gingen,’ citeert Caspar uit de Mémoires van zijn grootvader. ‘Had ik toen de inscriptie in het paleis van de Mogol in Delhi gekend: “Als ergens het paradijs is, is het hier”, dan zou ik die regel zeker op Bellevue hebben toegepast.’

Visser ’t Hooft was dol op tante Marie, ‘een vrouw met een matriarchaal gezag die het buiten bestuurde als een welwillend despoot.’ En op het buitenleven op Bellevue, dat bestond uit varen, paardrijden en familiebezoekjes. Toen Marie in 1913 stierf en Bellevue vervolgens plaats moest maken voor nieuwbouw, vermeldde hij in zijn Mémoires ‘helemaal ondersteboven’ te zijn geweest. Van het landgoed is tegenwoordig niets meer over. Het enige dat nog aan de vroegere buitenplaats herinnert, is een straatnaambordje met daarop ‘Bellevuestraat’.

Buitenverblijf Bellevue, ca. 1906. Collectie Dordracum Illustratum, Regionaal Archief Dordrecht.

Zwelgen in vergane glorie

Het verdwijnen van huis Bellevue is typisch voor het lot dat veel buitenplaatsen ten deel viel. Daarmee staan de buitenplaatsen uit Caspar Visser ’t Hoofts Een hof tot ons gerief symbool voor iets groters. Sommige buitenplaatsen zijn door de jaren heen met de grond gelijkgemaakt en vervangen door nieuwbouw. Vele anderen werden opgedeeld in appartementen of omgebouwd tot museum of horecagelegenheid. Liefst een combinatie, want er moeten toch inkomsten binnenkomen. In Een hof tot ons gerief kan de lezer naar hartenlust zwelgen in de vergane glorie van het buitenleven.

Meer lezen over huis Bellevue of de andere buitenplaatsen van de familie Visser ‘t Hooft? ‘Een hof tot ons gerief. De geschiedenis van zeven buitenplaatsen en hun bewoners’ is nu verkrijgbaar bij Uitgeverij IJzer.

De koets en koetsier van villa Bellevue op de bok, ca. 1900-1910. Collectie Gemeentelijke Prentverzameling, Regionaal Archief Dordrecht.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Caspar Visser ’t Hooft, Een hof tot ons gerief. De geschiedenis van zeven buitenplaatsen en hun bewoners (Utrecht 2019).
  • Willem A. Visser ’t Hooft, World Council of Churches.

Publicatiedatum: 23/10/2019