De Inlaagpolder: tussen een zwakke en een sterke dijk

In 1861 werd een begin gemaakt met de afdamming en inpoldering van het IJ. De grens van het toenmalige IJ is tegenwoordig nog terug te vinden in het huidige landschap van de Inlaagpolder bij Spaarnwoude door het beloop van een lage grasdijk.

Kaart van de Inlaagpolder uit 1876.

Beeld: beeldbank Noord-Hollands Archief.

Kaart van de Inlaagpolder uit 1876.Kaart van de Inlaagpolder uit 1876.

De Inlaagse Dijk en de Hoge Spaarndammerdijk

De Inlaagse Dijk was lange tijd de eerste verdedigingslinie tegen het brakke water van het IJ en was onderdeel van de Spaarndammerdijk. De Spaarndammerdijk was geen sterke dijk. De Sint-Elisabethsvloed van 19 november 1421 bracht langs de gehele Hollandse kust grote ellende. De Spaarndammerdijk bij Spaarnwoude en Hofambacht bezweek en een vloedgolf van het IJ zette het land tot bij Leiden onder water. Om dit in de toekomst te voorkomen werd direct met de aanleg van een nieuwe ‘hoge’ en ‘korte’ dijk begonnen. Het gebied dat de Inlaag werd genoemd werd buitengedijkt en de Hoge Spaardammerdijk werd de nieuwe IJdijk. Om beweiding van de Inlaag enigszins mogelijk te maken werd een lage zomerdijk – de Inlaagse Dijk of Kadijk- rond de Inlaag aangelegd en ontstond de huidige Inlaagpolder.

De Dolle Hond

De Inlaagpolder werd tot 1879 bemalen door de windmolen ‘De Dolle Hond’. In dat jaar werd, na de sloop van de molen, het stoomgemaal in gebruik genomen. Tot de aanleg van het Noordzeekanaal en de daarmee samenhangende droogmaking van de Houtrakpolder lag de Inlaagpolder aan het IJ. De Inlaagse Dijk is vanaf de Ringweg ten oosten van Spaarndam in de vorm van een graskade nog goed herkenbaar in het landschap.

Wandelaars op de Spaarndammerdijk, 1826.

Beeld: beeldbank Noord-Hollands Archief.

Wandelaars op de Spaarndammerdijk, 1826.Wandelaars op de Spaarndammerdijk, 1826.

De Houtrakpolder

Bij de inpoldering van het IJ en de aanleg van het Noordzeekanaal ontstond de Houtrakpolder. In 1873 werd de Houtrakpolder drooggemalen. De vette en vruchtbare zeeklei van de polder was bijna een eeuw lang de voedingsbodem voor aardappels, suikerbieten en graan. In de jaren zestig van de vorige eeuw verdween het oostelijk deel van de polder onder het zand van ‘Joop den Uyl’, een twee tot vier meter dikke laag zand, genoemd naar de toenmalige Amsterdamse wethouder Economische Zaken J.M. den Uyl. Het zand was nodig om het gebied bouwrijp te maken voor de uitbreiding van de Amsterdamse haven. Het andere deel van de Houtrakpolder werd opgekocht en ingericht als recreatiegebied. In dit deel verwijzen alleen nog de rechthoekige verkaveling, enkele stukken boerenbouwland tussen het bos en de nog niet gesloopte boerderijen naar een rijk agrarisch verleden van de Houtrakpolder.

Gezicht op de Houtrak vanuit Halfweg, 1829.

Beeld: beeldbank Noord-Hollands Archief.

Gezicht op de Houtrak vanuit Halfweg, 1829.Gezicht op de Houtrak vanuit Halfweg, 1829.

Weidevogels

In het voorjaar is het grasland van de Inlaagpolder rijk aan vogels zoals kievit, grutto, tureluur en zomertaling. In het najaar en de winter is de polder een belangrijk pleistergebied voor onder andere toendrarietganzen, kolganzen en smienten. In 1995 is langs de snelweg het natuurontwikkelingsgebied de Houtrakkerbeemden aangelegd. Een moerasbiotoop bestaande uit een reeks plasjes en poeltjes is het fourageergebied van vogels zoals kluut, kleine plevier, lepelaar en visdief. De slechtvalk rust vaak in de hoogspanningsmasten; vooral mast nummer 19 heeft de voorkeur.

Kluut.

Beeld: Martin Melchers.

Kluut.Kluut.

Publicatiedatum: 25/06/2011