Altijd in de mode: Man in pak

Tijdens de Amsterdam International Fashion Week tonen modeontwerpers weer hun nieuwste collecties. Maar hoewel de mode sterk aan verandering onderhevig is, blijft de basis hetzelfde. Zoals het uniform van de representatieve man: het pak.  Het staat voor macht en traditie. De standaard voor het mannenpak – broek, jasje, vest – bestaat al ruim drie eeuwen.

In de zeventiende eeuw verscheen aan het Engelse en Franse hof voor het eerst een nieuwe driedelig ensemble: een kniebroek, jas en vest. Het verving het wambuis – een kort gewatteerd jak – dat werd gedragen op een strakke broek. De nieuwe mode sloeg aan, en werd de voorloper van het ons bekende mannenpak.

Het zag er nog wel heel anders uit dan tegenwoordig. Mannenkleding was in de zeventiende eeuw net zo kleurrijk en uitbundig versierd als vrouwenkleding. Alles was gericht op het tonen van welstand en status. De rijke heren droegen ensembles gemaakt van luxe stoffen, getooid met lint, borduursels en kant. Onder de kniebroek werden kostbare zijden kousen gedragen. Een enkeling droeg kuitvullingen om een mooi gevormde kuit te tonen.

Galapak van zijde en laken, circa 1780-1790, Collectie Amsterdam Museum.

Revolutie van het mannenpak

De Franse Revolutie (1789) zorgde voor een omwenteling. Revolutionairen en het volk kwamen in opstand tegen de verkwistende monarchie en de adel. Het mannenpak verloor zijn uitbundige versieringen en werd vanaf toen donkerder en sober. In de 19e eeuw werd de kniebroek vervangen door de lange pantalon. Deze uitvoering van het pak bestaat, op wat kleine veranderingen na, nog steeds.

De opkomst van de vrijetijdsmode in de jaren ’20 van de 20ste eeuw zorgde voor een lossere variant op het pak. Vanaf de jaren ’60 en ’70 – de tijd van flower power en individuele vrijheid – verlevendigden modeontwerpers het mannenpak door vrijere kleuren, vormen en materialen toe te passen.

Het sobere pak is echter tot op de dag van vandaag populair. Broek, jasje en vest zijn de klassieke onderdelen van het pak gebleven, ook al zijn er inmiddels verschillende variaties op dit thema.

Tweedelig pak van varkensleer, 1972, Collectie Amsterdam Museum

Het varkensleren pak van Job Cohen

In de jaren ’70 van de vorige eeuw was individualisering belangrijk: iedereen koos zijn eigen stijl. In de roerige tijd van de opkomende jeugdcultuur, provo’s en hippies kreeg het mannenpak meer variatie. Het klassieke pak stond voor de gevestigde orde en werd door jongeren als ouderwets gezien. Er verschenen onconventionele stoffen als fluweel en spijkerstof en gekleurde hemden met dessins werden populair.

Job Cohen (1947) – fractievoorzitter van de PvdA en burgemeester van Amsterdam van 2001 tot 2010 – droeg dit niet-traditionele varkensleren pak op zijn huwelijk met Lidie Lodeweges in 1972. Cohen en zijn aanstaande vrouw hadden geen zin in een “normaal” kostuum: dat paste ook niet in de tijd. Cohen heeft lang geaarzeld, maar besloot uiteindelijk geen das bij het pak te dragen. Het pak kwam weer boven water in 2001 bij de verhuizing naar Amsterdam.

Spijkerbroek met jasje, overhemd, das en schoenen, 2009, Collectie Amsterdam Museum

De outfit van het Amsterdamse studentencorps

Een casual variatie op het traditionele pak is de spijkerbroek met een jasje en een das. Onder leden van het Amsterdamse studentencorps een graag geziene outfit. Reinier Bernaert (1987), student economie aan de Universiteit van Amsterdam, is sinds 2007 lid van het corps bij het oudste literaire mannendispuut B.E.E.T.S.

Tijdens de wekelijkse borrel op de sociëteit gelden er kledingcodes: broek, jasje, dispuutsdas en nette schoenen. Sneakers en witte sokken zijn niet toegestaan. Het jasje is nooit gewassen. De schoenen zijn hard geworden en wit uitgeslagen door het bier. Voor het aantrekken maakt hij ze nat om het leer soepel te krijgen. Per dispuut verschilt de kleur en vorm van de das. Je onderscheidt je ermee van andere disputen en versterkt het groepsgevoel tussen de eigen dispuutleden.

Tweedelig pak met overhemd, das en schoenen, 2010, Collectie Amsterdam Museum

Het klassieke maatpak

De das is voor de Italiaanse Amsterdammer Roberto Payer – directeur van Hilton Hotel Amsterdam – het belangrijkste onderdeel van het pak: daarmee kan een man zich onderscheiden. Het is de finishing touch. Hij heeft ongeveer 800 dassen. Payer vertegenwoordigt het klassieke maatpak. Een goed pak draagt bij aan zijn identiteit. Kleding koopt Payer in Italie en Engeland. Schoenen en sokken zijn belangrijke onderdelen van het geheel.

De indruk die Payer wil achterlaten is serieus, verzorgd, stijlvol en niet poenerig. Bijzonder probeert hij niet te zijn, dat is typisch Nederlands. De voorliefde voor kwaliteitskleding dankt hij aan zijn katholieke achtergrond waar hij leerde kijken: “mijn ogen zijn gewend aan de mooiste kunstschatten”. Nederlanders weten op kledinggebied jammer genoeg vaak niet hoe het hoort; zij willen graag bijzonder zijn, de Italianen willen kwaliteit uitstralen.

Jasje en broek met shirt en overjas, 2010. Hans Ubbink, Collectie Amsterdam Museum

Hans Ubbink

Hans Ubbink heeft sinds 2000 zijn eigen modelabel. Ubbink (1961) heeft de mannenmode in Nederland veranderd. Hij is bekend geworden door zijn jasjes, broeken en shirts. Ubbink stoorde zich aan het feit dat er nauwelijks aparte en onderscheidende kleding voor mannen verkrijgbaar was. Met jasjes in onverwachte stoffen en uitgesproken prints bracht hij daar verandering in.

Ubbink’s filosofie is om je te kleden zoals je bent. Kies bewust, laat zien wie je bent en toon je identiteit. Het gaat om de persoon, niet om het effect. Kleding moet volgens Ubbink je persoonlijkheid fluisteren en niet overschreeuwen, wat je helaas nogal eens ziet. Het gaat niet om anders, maar om mooi, beter en jezelf. Ook voor zijn eigen manier van kleden is dit een leidend gegeven. Ubbink omschrijft zijn eigen stijl als ingetogen en uitgesproken.

Bron: Amsterdam Museum

Publicatiedatum: 25/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.