De dubbele schutsluis bij Fort Aalsmeer

Bij Fort Aalsmeer, onderdeel van de Stelling van Amsterdam, lag een complex netwerk van sluizen en kanalen. In oorlogstijd werden de kanalen gebruikt voor de toevoer van munitie naar het fort en in vredestijd maakten vooral plaatselijke boeren gebruik van het water voor het vervoer van suikerbieten. Bij oorlogsdreiging kon zelfs het zuidelijk gedeelte van de Haarlemmermeer ermee onder water worden gezet.

Sinds 1857 kwamen er veel verzoeken en ook plannen om de wateren binnen de nieuwe polder met een schutsluis aan te sluiten op de Ringvaart en de daaraan verbonden waterwegen. Na twaalf jaren onderhandelen werd op 1 november 1889 een overeenkomst getekend tussen de Staat der Nederlanden en het bestuur van de Haarlemmermeerpolder om een slaperdijk (nu bekend als de Geniedijk) met de daarbij behorende voorzieningen aan te leggen.

De aanleg betrof een dijk vanaf de Ringdijk bij Vijfhuizen tot Aalsmeer. Daarbij kwam een dubbele schutsluis met bijbehorende werken. Op de eindpunten van de dijk kwamen forten: één bij Vijfhuizen en één bij Aalsmeer. De Geniedijk is een onderdeel van de nog altijd bewaard gebleven Stelling van Amsterdam. Deze voormalige verdedigingslinie is de grootste kringstelling van Europa (een kringstelling is een ring van afzonderlijke forten om de daarbinnen gelegen stad van vijandelijk artillerievuur te vrijwaren).

Schutsluis naast Geniedijk te Rijsenhout. Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer, Noord-Hollands Archief.

Netwerk van kanalen

De Geniedijk was een volledig nieuwe en exclusief militaire liniewal die de polder in een noord- en zuidgedeelte verdeelde. De Haarlemmermeerpolder vormde het zuidwestelijk front van de Stelling. Bij een vijandelijke aanval kon de zuidelijke Haarlemmermeer onder water worden gezet. De ‘Verbindingswal’, zoals de Geniedijk officieel heet, was zowel inundatiekering als verdedigingswal. De mogelijkheid om de zuidelijke Haarlemmermeerpolder onder water te zetten (inundatie) werd zo min mogelijk ter sprake gebracht: dat zou de grondverkoop maar kunnen stagneren – met een enorme grondprijsdaling als gevolg.

De aanleg van de Geniedijk heeft meer dan drie jaar geduurd. De totale lengte van het werk bedraagt negen kilometer. De wal is uitzonderlijk hoog. Hoewel eventuele inundatie slechts enkele decimeters zou bedragen, is toch gekozen voor een hoogte gelijk aan de polderringdijk. De schutsluis met kanalen moest de polder ontsluiten voor scheepvaart van buiten. Naast een boven- en benedensluis bij het te maken Fort bij Aalsmeer, werden een voor- en achterkanaal aangelegd. Het voorkanaal (met jaagpad) aan de front-, en het achterkanaal aan de keelzijde van de Geniedijk. Bij oorlogsdreiging kon de inundatie van het zuidelijk gedeelte van de Haarlemmermeer worden geregeld via het voorkanaal. Het achterkanaal was voor de munitietoevoer per boot. In vredestijd konden handelsschepen met suikerbieten naar de fabriek in Halfweg en schepen met andere landbouwproducten naar de markt in Amsterdam gebruik maken van het voorkanaal en de schutsluis.

Het achterkanaal is minder breed dan het voorkanaal. In oorlogstijd dient het achterkanaal als vaarwater om gedekt en ongezien geschut en dergelijke te vervoeren. Volgens de overeenkomst zou de Polder de sluizen na de bouw overnemen van het Rijk. In 1894 is het sluizencomplex met de kanalen gereed. De eerste sluiswachter was K. Rijsdijk, benoemd op 25 juni 1894.

Brug over sluisgang bij Fort Aalsmeer te Rijsenhout, 1905. Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer, Noord-Hollands Archief.

Water op bietenpeil

Een boot die van de Ringvaart kwam, passeerde achtereenvolgens een klapbrug in de Ringdijk, de voorhaven, de bovensluis, het tussenkanaal, de ondersluis en het voorkanaal, dat was verbonden met de Hoofdvaart. Tijdens de bietencampagne werden weken achtereen gedurende vierentwintig uur per dag in- en uitkomende schepen bij de sluizen geschut. Van 1913 tot 1951 werd het waterpeil in oktober en november zelfs verhoogd tot het z.g. ‘bietenpeil’. Het water stond dan zo’n 60 tot 80 cm hoger, zodat schepen met een maximum diepgang van 1,25 m in de Hoofdvaart en het voorkanaal konden varen. Eind november 1951 heeft het polderbestuur het bietenpeil afgeschaft, ten gunste van de landbouw die belang had bij een lage waterstand. Een van de argumenten bij dit besluit was dat het bietenvervoer steeds vaker over de weg ging.

Omstreeks 1957 wordt het gebruik van de sluizen voor de scheepvaart beëindigd. In januari 1966 wordt de ophaalbrug in de Ringdijk gesloopt en vervangen door een dam met duiker. Dit was het definitieve einde van de schutsluis. In 1984 plaatste de eigenaar van de schutsluis, het waterschap Groot‑Haarlemmermeer (opvolger van het polderbestuur), een gewapende betonnen damwand in de bovensluis. Sindsdien is het sluizencomplex verwaarloosd en overwoekerd door planten en onkruid.

Vervoer van suikerbieten door de schutsluis. Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer, Noord-Hollands Archief.

Auteur: Drs. Hans Dolman jr. (Haarlemmermeermuseum de Cruquius)

Publicatiedatum: 23/08/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.