De Belleman van de Sijpekerk

Schuin tegenover kasteelmuseum Sijpesteijn in Nieuw-Loosdrecht staat de middeleeuwse dorpskerk met een mooie toren. In de kerk zijn verschillende bezienswaardigheden uit voorbije eeuwen bewaard gebleven, zoals de Belleman, een houten mannetje dat met een flinke tik op een bel aangaf dat het tijd was voor de dominee om zijn preek af te ronden.

De Sijpekerk
De oude kerk van Nieuw-Loosdrecht staat bekend als de Sijpekerk en is van verre herkenbaar door de hoge toren. De dorpen Oud- en Nieuw-Loosdrecht zijn ongeveer even oud en hebben beide hun ontstaan te danken aan de middeleeuwse ontginning van het uitgestrekte veengebied ten oosten van de Vecht; vandaar de langgerekte ligging langs een dijk. De inwoners van Loosdrecht waren eeuwenlang aangewezen op de kerk in Loenen, totdat in de veertiende eeuw een kerk gebouwd werd in Oud-Loosdrecht.

De buurtschap Ter Sijpe, zoals Nieuw-Loosdrecht toen heette, moest zich nog behelpen met een kapel. In 1400 kreeg ook Ter Sijpe een eigen kerk, de Sijpekerk, die grotendeels uit het midden van de vijftiende eeuw dateert. De middeleeuwse kerk van Oud-Loosdrecht werd wegens bouwvalligheid in 1842 afgebroken en vervangen door een eenvoudig zaalkerkje, zodat het kerkgebouw van Nieuw-Loosdrecht sindsdien het oudste is.

De Sijpekerk, beeld: Rijksmonumenten.

De kerk van Nieuw-Loosdrecht. Beeld: Rijksmonumenten.nl

De bediening van het Woord
Achterin de Sijpekerk hangen twee predikantenborden. Daarop staan alle voorgangers vermeld vanaf Nicolaas Johannes Thol, sinds 1569 pastoor, die in 1578 overging tot de Reformatie en aldus de eerste predikant werd, tot en met de huidige dominee. Het is een lange lijst met namen, maar onderaan het tweede bord is nog wat ruimte over. Zij waren elke zondag in de kerk verantwoordelijk voor de ochtend- en middagpreek.

In de katholieke kerk van de Middeleeuwen vormde de preek een deel van de misliturgie, maar was niet verplicht. In de protestantse kerk van de zestiende eeuw en later daarentegen was de preek door de ‘dienaren van het Woord’ het belangrijkste onderdeel van de eredienst. Hij moest vooral dienen om de bijbel uit te leggen en de predikant had daarbij rekening te houden met het bevattingsvermogen van de hoorders. Wie met een forse stem sprak, indrukwekkende gebaren maakte en duidelijke taal gebruikte, kon rekenen op grote toeloop; de kerk zat dan soms al uren te voren vol. Van een zekere zeventiende-eeuwse voorganger werd zelfs verteld dat, als hij op de preekstoel in vuur geraakte, “de stoel had gedaverd en gerookt”.

Het predikantenbord van de kerk van Nieuw-Loosdrecht. Beeld: Henk Bouma
Het predikantenbord van de kerk van Nieuw-Loosdrecht. Beeld: Henk Bouma.

Zandloper
De kerkdiensten duurden vaak lang, ook al omdat sommige predikanten toch niet konden nalaten om vanaf de kansel allerlei geleerdheid ten toon te spreiden, liefst met citaten van schrijvers uit de klassieke oudheid. Daarom was bij een preekstoel, ook wel ‘de houten broek’ genaamd, meestal behalve een lessenaar voor de statenbijbel en een kaarsenhouder ook een zandloper aanwezig, goed zichtbaar voor dominee en gemeente. Een hele grote is te vinden in de kerk van Medemblik, maar ook elders is zo’n uurglas wel bewaard gebleven. De voorganger mocht het eenmaal omdraaien, maar dat hielp soms weinig. Ergens wordt verteld over een predikant die de zandloper opnieuw omkeerde met de woorden “we nemen nog een glaasje’.

In de kerk van Krommeniedijk hangen naast de preekstoel met zandloper drie zwartfluwelen collectezakken, met onderaan de zak een belletje om tijdens de dienst in slaap gevallen gemeenteleden mee te wekken. Overigens liet dominee Heirmans van de Sijpekerk, die in 1684 tegen de gewoonte in werd begraven buiten zijn kerk, op de opvallende graftombe tegen de buitenmuur het nu verweerde opschrift aanbrengen “Laat preken dien het preken lust, ik ruim mijn plaats en leg in rust.”

Collectezakken bij de preekstoel van de kerk in Krommeniedijk. Beeld: Stichting Beheer Hervormde Kerk te Krommeniedijk.
Collectezakken bij de preekstoel van de kerk in Krommeniedijk. Beeld: Stichting Beheer Hervormde Kerk te Krommeniedijk.

Boete
Soms trad de kerkeraad van een gemeente op en verordonneerde dat een dienst bijvoorbeeld niet langer dan anderhalf uur en een preek niet langer dan één uur mocht duren. De voorganger die zich daar niet aan hield zou met zestien stuiver gekort worden in zijn traktement. Immers, op het platteland was een lange predikatie niet wenselijk “om der kouden wille ende oock dewijle dat volck met den beesten te doen heeft”. Bovendien werd de preek door een deel van de kerkgangers staande aangehoord. Zo waren de weinige vaste gestoelten in de Sijpekerk voorbehouden aan hoogwaardigheidsbekleders als de Ambachtsheer of de heren van het Gerecht. Het was volgens een regeling uit 1757 verboden daar zonder toestemming te gaan zitten; op overtreding stond een boete van twintig stuiver.

 

Het interieur van de Sijpekerk door J. Bosboom rond 1863. Beeld: Brand (1988).
Het interieur van de Sijpekerk door J. Bosboom rond 1863. Beeld: Brand (1988).

De Belleman
Misschien voldeed in Nieuw-Loosdrecht de zandloper nog minder dan elders. In de eerste helft van de achttiende eeuw moest hij het veld ruimen voor de Belleman en verdween naar de consistoriekamer. De Belleman is een houten mannetje in een open kastje dat achter het orgel bij de torenmuur was aangebracht. Hij was door een metalen draad verbonden met het torenuurwerk en gaf met een luide tik op een bel aan dat de dominee een punt achter zijn vertoog moest zetten. Alle kerkgangers wisten dan meteen hoe laat het was, want horloges werden nog niet gedragen. Het kastje heeft het opschrift “Ik ben uijt liefd’ en tot dit werk, alhier gestelt in dese kerk.” Een jaartal ontbreekt jammer genoeg. In later tijden werd zijn werk kennelijk minder op prijs gesteld en werd de verbinding met het torenuurwerk verbroken. De Belleman moest net als de zandloper verhuizen en vond zijn huidige plek bij de predikantenborden.

 

De Belleman, tijdelijk in de consistoriekamer neergezet vanwege een tentoonstelling in de kerkruimte. Beeld: Henk Bouma, 2017.

De Belleman, tijdelijk in de consistoriekamer neergezet vanwege een tentoonstelling in de kerkruimte. Beeld: Henk Bouma, 2017.

De Heilige Geest
Een zelfde lot onderging het enige andere vergelijkbare beeldje dat mij bekend is, de Klockman in de Joriskerk van Amersfoort uit 1724. Dat is overigens wel wat fraaier van uitvoering. Gelukkig staan zowel de Klockman als de Belleman nog steeds in hun eigen kerk paraat, al is het dan niet op de oorspronkelijke plaats en moeten ze er voorshands het zwijgen toedoen. De gemiddelde protestantse preek duurt trouwens tegenwoordig, zo bleek uit een enquête van het Christelijk Informatie Platform in 2013, meest niet langer dan een half uur. Bij dat onderzoek kwam naar voren dat de kerkgangers van onze tijd zich niet zozeer storen aan de lengte van de preek als wel aan langdradigheid en te veel herhalingen. Er was ook iemand die antwoordde dat een preek, als de Heilige Geest aanwezig is, voor haar niet lang genoeg kan duren. Maar een al uren voor de preek volgepakte kerk zal zelfs bij een ‘zwartekousengemeente’ nog maar zelden voorkomen.

Auteur: Henk Bouma

Bronnen
F. Brand, De Sypekerk te Nieuw-Loosdrecht, in tijdschrift Tussen Vecht en Eem, mei 1988.
H. Brunekreef, De Sypekerk te Nieuw-Loosdrecht: spiegel van een gemeente, Zaltbommel 1977.
A.Th. van Deursen, Bavianen en Slijkgeuzen: kerk en kerkvolk in de tijd van Maurits en Oldenbarnevelt, Assen 1974.
K. Runia, Het hoge woord in de Lage Landen: hoe er door de eeuwen heen in Nederland gepreekt is, Kampen 1985.
C.A. van Swigchem, T. Brouwer, W. van Os, Een huis voor het Woord: het protestantse kerkinterieur in Nederland tot 1900, ’s-Gravenhage 1984.
http://sijpekerk.nl/kerkgebouw/sijpekerk
https://cip.nl/

Publicatiedatum: 22/09/2017