Casa Nostra: een stukje Italië in Haarlem

Het pleintje op deze foto heeft de wat onheilspellende naam 'Donkere Begijnhof'. Op een bordje naast de groene deur in het midden van de foto staat 'Italiaans Centrum'. Sinds 1961 is dit de vestigingsplaats van het zogenaamde Casa Nostra (Ons Huis). Casa Nostra was bedoeld als ontmoetingsruimte voor de eerste groep naoorlogse gastarbeiders in Haarlem. Dat waren Italianen die werkten bij bedrijven als Droste Cacaofabriek, Kousenfabriek Hin en de Koninklijke Hoogovens. In Casa Nostra konden ze zich ontspannen met kaarten en biljarten. Ze vonden er Italiaanse kranten en lectuur en konden tegen een kleine vergoeding Italiaanse maaltijden nuttigen. Er werd hulp geboden bij formaliteiten en bij persoonlijke problemen stond een maatschappelijk werker ter beschikking.

Casa Nostra

Het pleintje op deze foto heeft de wat onheilspellende naam ‘Donkere Begijnhof’. Beeld: Noord-Hollands Archief

Casa NostraCasa Nostra

Binnen de katholieke zuil in Haarlem en Beverwijk

Het Casa Nostra werd in het leven geroepen door de Haarlemse katholieke Stichting Peregrinus. De meeste Italianen waren katholiek en in het verzuilde Nederland van 1961 lag het voor de hand dat katholieken allerlei maatschappelijke activiteiten voor zichzelf organiseerden. Het Haarlemse Casa Nostra was niet het eerste in zijn soort. Al in 1956 vestigde de Beverwijkse Stichting Peregrinus het Nuestra Casa Nostra. Dit was bijna uitsluitend bestemd voor Italianen die bij de Hoogovens werkten. De Haarlemmers namen dit voorbeeld over, maar pogingen om tot intensieve samenwerking te komen met de Beverwijkers hadden weinig succes. Toch waren er veel overeenkomsten tussen het Haarlemse en het Beverwijkse Casa. Behalve dat ze beiden tot de katholieke zuil behoorden werden ze bijvoorbeeld ook alle twee in de beginjaren gefinancierd door het bedrijfsleven. In 1963 betaalden die bedrijven 220 gulden per Italiaan die ze in dienst hadden.

Italiaanse gastarbeiders

De Italianen vormden de eerste grote groep naoorlogse gastarbeiders. In de eerste helft van de jaren zestig kampten veel Nederlandse bedrijven met personeelstekorten. Met toestemming en medewerking van de overheid gingen deze bedrijven personeel werven in het buitenland, te beginnen in Italië. De meeste Italianen kwamen naar Nederland, met een contract voor één of twee jaren. De Nederlandse overheid en de bedrijven veronderstelden dat het personeelstekort tijdelijk zou zijn en dat de gastarbeiders dus na enige jaren zouden terugkeren naar hun vaderland. Toen op 10 juni 1969 het Haarlems Dagblad een artikel wijdde aan het Casa Nostra stond daarboven de veelzeggende titel: “Gastarbeider moet niet vernederlandsen”.

Casa Nostra

Het Casa Nostra werd in het leven geroepen door de Haarlemse katholieke Stichting Peregrinus.

Casa NostraCasa Nostra

Voetbal, maaltijden en kerkdiensten

Veel activiteiten in het Casa Nostra hadden een recreatief karakter. Zo was er de fameuze Haarlems-Italiaanse voetbalclub ‘Cariocas’. Met Pinksteren werden nationale ‘Italianendagen’ georganiseerd in Den Haag. Een voetbaltoernooi maakte daarvan deel uit. De Haarlemse Italianen wonnen dit toernooi in 1965 en 1966, onder meer na klinkende overwinningen op de Haagse en Rotterdamse Italianen. Op kerkelijke feestdagen organiseerde het Casa maaltijden en kerkdiensten. Voor de zielzorg van de Italianen stond de Italiaans-Nederlandse pater Romedio beschikbaar.

Voorgoed in Nederland

De meeste Italiaanse gastarbeiders waren bij hun aankomst jonge mannen. Ze vielen op en tot verontrusting van de autochtone jongelingen waren veel Nederlandse meisjes erg in hen geïnteresseerd. In de jaarverslagen van de Haarlemse vreemdelingendienst kunnen we lezen dat dit niet altijd probleemloos verliep. Sommige Nederlandse meisjes verwachtten meer van hun Italiaanse vrienden dat die bereid waren te geven. Toch sloten veel Italianen huwelijken met Nederlandse vrouwen en vestigden zich voorgoed in Nederland. Nog steeds komen Italianen regelmatig naar het Casa Nostra om met elkaar een stukje Italiaanse cultuur in stand te houden. Ze zijn alleen niet zo jong meer.

Bronnen

H.F.L. Wals red., Peregrinus in het zilver. 25 Jaar welzijnswerk buitenlanders (Beverwijk 1981)
Jaarverslagen stichting Peregrinus 1964-1966 en 1975-1976.

Artikelen in de Nieuwe Haarlemse Courant d.d. 12-9-1961 en 19-9-1961, het Haarlems Dagblad d.d. 19-10-1966 en 10-6-1969 en in Dagblad De Tijd d.d. 17-11-1966.

Alle bronnen liggen ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.Dit item maakt onderdeel uit van de route ‘Migranten in Haarlem en Kennemerland’

Publicatiedatum: 11/12/2010