Amstelveen lokt forensen met parken

"Burgemeestertje, wat heb ik met u te doen." Koningin-regentes Emma had medelijden met burgemeester Van Son van Nieuwer-Amstel. De gemeente verloor namelijk ongeveer 24.000 inwoners aan Amsterdam bij de annexatie van wijken die aan de uitdijende hoofdstad grensden. Het fraaie stadhuis aan de Amstel moest worden ontruimd en de raadsleden vergaderden nu in een cafézaaltje aan de Dorpsstraat. Amstelveen zakte weg in de vergetelheid. Het gemeentebestuur probeerde de gemeente nieuw leven in te blazen aan de hand van drie indrukwekkende parken.

Zicht op het water in park ‘de Braak’

De Braak is een van de twee Heemparken in Amstelveen. Beeld: Henk van der Eijk

Zicht op het water in park 'de Braak'Zicht op het water in park ‘de Braak’

Eerste park in Amstelveen

Arie Colijn (broer van de latere minister-president) volgde Van Son op. Onder aanvoering van de nieuwe burgemeester besloot het gemeentebestuur het dorp op te krikken tot een aantrekkelijk woonoord met ruime woningen voor bemiddelde forensen die “na gedane dagtaak Amsterdam willen ontvluchten en profiteren willen van ons landelijk schoon.” Alles werd uit de kast gehaald om ze te lokken.

Een bekende tuinarchitect, D.F. Tersteeg, kreeg het verzoek een park te ontwerpen. Hij schetste een wandelpark met landschappelijke uitstraling en een majestueuze entree aan de Amsterdamseweg. In de jaren daarna werd het park aangelegd met ook de naam ‘Wandelpark’. Het was een succes. Zelfs kranten in Nederlandsch-Indië schreven over dit park, dat in juni 1928 tijdens een zomers regenbuitje feestelijk open ging.

Als Tuinbaas leidde Christiaan Pieter Broerse destijds de redacteur van de plaatselijke krant rond in het wandelpark. De journalist juichte: “De aanleg is verrukkelijk.” Rond het park stond toen een monumentaal hek. De verslaggever vond het “in den vollen zin des woords een monument van onbedorven moderne bouwkunst.”

Heemparken van tuinbaas Broerse

Broerse maakte als landschapsarchitect met zijn heemparken eveneens een populaire woonplaats van Amstelveen. Hij was een groot liefhebber van de Nederlandse flora en wilde de oude veenplas ‘de Braak’ tot park ontwikkelen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon de aanleg van dit park. Hij gebruikte uitsluitend Nederlandse flora: mossen, varens, kruiden en heesters die zich op de veengrond thuis voelen. Enige jaren later zou hij hetzelfde concept gebruiken bij het ontwerp van het Jac. P. Thijssepark. Buitenlandse deskundigen kwamen kijken naar de revolutionaire aanpak van Broerse.

In 1967 werd het Wandelpark door de gemeente vernoemd Broerse, die vanaf 1926 voor het groen werkzaam was geweest. Het park heet nu het ‘C.P. Broersepark’. Burgemeester Colijn maakte de opening van het Wandelpark (C. P. Broersepark) mee, maar de heemparken heeft hij niet gezien. In het Broersepark herinnert een gedenkteken aan burgemeester Arie Colijn.

Jac. P. Thijssepark in Amstelveen

Het Jac. P. Thijssepark kent dromerige hoekjes. Foto: Tineke Blok

Jac. P. Thijssepark in AmstelveenJac. P. Thijssepark in Amstelveen

Precisiewerk door tuinlieden

Één van de Amstelveners die je al tientallen jaren regelmatig in de heemparken ziet wandelen is Peter Huizinga. Hij kwam in 1971 in Amstelveen wonen, op vijf minuten lopen van De Braak. “Moet je kijken wat mooi, die kastanje en azalea’s eronder. Zie je hoe mooi die plas bedacht is? Knap gedaan met zo’n eilandje in het midden, waar je bruggen heen leidt.” Huizinga prijst de tuinlieden. “Daar, op die open plek zag ik laatst een man op zijn knietjes bezig om de vegetatie eruit te halen. Op die manier geef je andere planten een kans. Doe je dat niet, dan krijg je een eenvormig veld en daar is niets leuks aan.” Er komt geen schoffel aan te pas, het wieden hier is precisiewerk!”

Auteur: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 02/12/2010