De Erfgooiers

De geschiedenis van de Erfgooiers gaat eeuwen terug. Sinds de middeleeuwen waren de Gooise gronden eigendom van de Abdij van Elten (nu gelegen bij Emmerik, vlak over de grens in Duitsland). Tijdens het bewind van de graaf van Holland, eind dertiende eeuw, kwam de Gooise Marke tot stand. Dit was een agrarische belangenorganisatie, met als voornaamste doel het ten eeuwigen dage behouden en gebruiken van de Gooise (al)gemene gronden. De Marke kreeg ook een naam: Stad en Lande van Gooiland. In 1912 werd de Erfgooierswet aangenomen in de Tweede Kamer. Deze wet regelde het voortbestaan van de Gooise Marke. De Vereniging Stad en Lande van Gooiland kreeg volgens deze wet het eigendom van de gemene weiden en heiden. Tegenwoordig worden deze gronden beheerd door het Goois Natuur Reservaat.

Heren van de heide

In de middeleeuwen was het Gooi een dunbevolkt gebied, met veel onverdeelde grond. Hoewel de Gooise boeren niet de eigenaar waren van het land, hadden ze wel het gebruiksrecht en hier waakten ze dan ook zorgvuldig over. Toen het Gooi in 1280 werd verpacht aan de Hollandse graaf Floris V (1254-1296), gingen ze zich organiseren om op te komen voor hun rechten. Door zich te verenigen konden ze hun recht op de gemeenschappelijke gronden veiligstellen.

Daarnaast moesten ze ervoor zorgen dat niet teveel nieuwelingen rechten kregen op de gronden, omdat veel nieuwkomers en buitenstaanders in deze tijd hun vee onbeperkt lieten grazen op de weiden, het zogenaamde ‘scharen’. De Gooiers lieten hun rechten in 1404 vastleggen in een ‘schaarbrief’, waar alleen mannelijke Gooiers (‘man uit man in het Gooi geboren’) rechten aan konden ontlenen. Vanaf dit moment kunnen we voor het eerst spreken van de Erfgooiers.

Anton Mauve, Heide bij Laren, 1887. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Scharen op de meent

Slechts één man uit elke Gooise familie kreeg het zogenaamde ‘schaarrecht’ om zijn vee op de meent te laten grazen. Zo werd voorkomen dat de Gooise gronden uitgeput raakten. Zo ontstonden uiteindelijk twee soorten Erfgooiers: de scharenden en de niet-scharenden. Erfgooiers zonder schaarrecht hadden geen vee, maar mochten gebruik maken van andere bouwstoffen uit de Gooise natuur (o.a. turf, zand en leem) voor eigen gebruik. De meesten waren simpelweg boer. Door het kappen van bomen en het afgraven van leem oefenden de Gooise boeren grote invloed uit op de natuur, waardoor onder meer zandverstuivingen en leemkuilen ontstonden.

Toen tijdens de negentiende eeuw welgestelde stadsbewoners zich in het groene Gooi vestigden, was er veel vraag naar Erfgooiersgronden voor de bouw van woningen. De Erfgooiers verdedigden hun rechten met de oprichting van een nieuwe partij, met de Huizer erfgooier Floris Vos (1871-1943) als voorzitter. De spanningen liepen hoog op en bij een incident in 1903 viel één dode, waardoor de Erfgooierskwestie ineens landelijk nieuws werd. In 1912 werd de Erfgooierswet aangenomen, die bepaalde dat er een nieuwe Vereniging van Stad en Lande werd opgericht, die het belang van de Erfgooiers behartigde in het beheer van de gemene gronden.

Dick Melck, schilderij naar foto van de Erfgooiers op de jaarvergadering in de Grote Kerk te Naarden, 1944. Via Week van de Erfgooier.

Het einde van de Erfgooiers

In de twintigste eeuw liep het aantal scharende Erfgooiers echter sterk terug. In 1932 werden de eerste stukken heide en bos verkocht aan het nieuw opgerichte Goois Natuur Reservaat. Na de Tweede Wereldoorlog bleek opheffing onvermijdelijk. In 1971 viel het besluit: de Erfgooiersorganisatie Stad en Lande zou in 1979 definitief opgeheven worden. De grootste stukken land werden verkocht aan het Goois Natuur Reservaat, het Rijk en de Gooise gemeentes, die ze gebruikten voor de bouw van woningen. Alle Erfgooiers ontvingen een deel van de opbrengst. Veel straatnamen in deze nieuwe woonwijken herinneren nog aan de historie van de Erfgooiers.

Bronnen:

  • Sarah Remmerts de Vries, Canon van Huizen (Huizen 2019).
  • Vrankrijker, A.C.J., Stad en lande van Gooiland. Geschiedenis en problemen van de erfgooiers 968-1968 (Bussum 1968).
  • Vrankrijker, A.C.J. de en Eppo Doeve, De geschiedenis van het Gooi en zijn erfgooiers (Hilversum 1984).

Publicatiedatum: 22/02/2011