Bosbeek

De voormalige buitenplaats Bosbeek laat nog restanten zien van een negentiende-eeuwse landschapstuin en een neo-formele tuin van voor 1913. Hoewel het oude buitenhuis met zijn tuin en restanten van de landschapstuin nog aanwezig zijn, wordt het terrein gedomineerd door grootschalige nieuwbouw voor ouderenzorg.

Bosbeek

Bosbeek en Groenendaal nabij Heemstede. Steendruk uit 1840

Formele tuinen

In de zeventiende-eeuw is de later pas Bosbeek genoemde hofstede in handen van de Haarlemse koopman Jan Lubbertsz Busch. Deze verkoopt de hofstede in 1631 met huis, boomgaard, vijver en doolhof aan de Amsterdamse koopman Hendrick Coymans. Na de verkoop in 1661 geeft de nieuwe eigenaar, Edmond Schardinel, de buitenplaats de naam Rustmeer. In 1690 wordt mr. Cornelis Bors van Waveren eigenaar van Rustmeer. Hij is tevens eigenaar van het naburige Meervliet, dat hij samenvoegde met Rustmeer. Vervolgens laat hij huis Rustmeer afbreken en kort na 1700 een nieuw huis bouwen, dat hij Bosbeek noemt. Wanneer de formele tuinen van Bosbeek zijn aangelegd, is onduidelijk. In ieder geval komen we in 1731 alle elementen tegen van een siertuin, namelijk een oranjerie, koepel, tuinsieraden als vazen en tuinbeelden.

Bosbeek

Bosbeek. Beeld: Nationaal Archief

In 1736 koopt Gerard Aarnout Hasselaer de hofstede. Hasselaar, burgemeester en raad van Amsterdam, laat het interieur van Bosbeek verfraaien door de kunstenaar Jacob de Wit. In 1784 kopen de erven van John Hope de buitenplaats. Zij bezitten al de ten Noordwesten van Bosbeek gelegen buitenplaats Groenendaal. Het huis van Groenendaal wordt op de centrale koepelruimte na, gesloopt en huis Bosbeek wordt voortaan gebruikt als herenhuis voor het verenigde Bosbeek en Groenendaal. Bosbeek wordt in die tijd onder meer verfraaid met het nog bestaande marmeren bad dat John Hope in 1761 in Rome had gekocht. Tussen 1784 en 1913 worden Bosbeek en Groenendaal steeds weer samen verkocht en vererfd. Kennelijk krijgt Bosbeek eind achttiende of begin negentiende eeuw een park in landschapsstijl met een grote parkweide bij het huis. Onder jonkheer Jean-Baptiste van Merlen kwam er ergens tussen 1873 en 1909 de neo-formele tuin bij met een rechte as en een ronde kom die nu nog te zien is.
In 1913 koopt de gemeente Heemstede Groenendaal en Bosbeek. Ze scheidt vervolgens Bosbeek van het nu openbare wandelbos Groenendaal. In 1915 verkoopt de gemeente Bosbeek door aan de Haarlemse fabrikant Jhr. Charles Frederik van de Poll.

Bosbeek

Bosbeek. Foto: CH Bertram, 2012

De Duits-joodse bankier Fritz Bernhard Eugen Gutman laat op Bosbeek een garage annex chauffeurswoning bouwen. Deze bijgebouwen zijn in 1999 vervangen door twee appartementengebouwen. Nadat het huis in de Tweede Wereldoorlog gebruikt en geplunderd is door de Duitse bezetter, is er tussen 1949 en 1951 een psychiatrische inrichting gevestigd. De congregatie van de Zusters van de Voorzienigheid koopt Bosbeek in 1951. Zij laat in 1959/’60 een vijfdelig gebouwencomplex bouwen door het Amsterdamse architectenbureau Tholens en Van Steenhardt Carré. In 1973 en 1978/’79 worden deze gebouwen verder uitgebreid. Het oude herenhuis Bosbeek wordt gerestaureerd en verbouwd. In 2001 komt er op het terrein nog een woonzorgcomplex bij naar ontwerp van Stels & Schoots Architecten.

Het hoofdhuis, het park en een aantal bijbehorende elementen (marmeren bad enz.) zijn Rijksmonumenten. Het terrein is officieel niet toegankelijk.

Auteur: Christian Bertram

Landschap Noord-Holland / Cultuurcompagnie

Publicatiedatum: 30/04/2012