Bidden en studeren op Bussums meisjesinternaat Mariënburg

Aan de drukke Brinklaan in Bussum ligt een groot smeedijzeren toegangshek tussen het groen verscholen. Achter het hek strekt zich een weids plantsoen uit, met aan weerszijden twee paden. De paden leiden naar een groot neogotisch gebouw, dat vanaf de straat haast geheel aan het zicht onttrokken wordt door bomen. Maar iedere Bussumer weet dat het er ligt: Mariënburg, voormalig meisjespensionaat en verzorgingshuis van de Congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort. Klooster, kapel en tuin vormen een oase van rust in het kloppende hart van Bussum.

Eind negentiende eeuw was Bussum een overwegend katholiek dorp. Na eeuwenlang hun geloof te hebben verborgen, waren de katholieken in opmars. In rap tempo trokken ze een spoor van neogotische kerken en katholieke scholen door het hele land. Bussum telde op dat moment al een aantal katholieke kerken, maar nog geen religieuze opleiding voor meisjes. Niet voor niets koos de aartsbisschop van Utrecht het Gooise dorp voor de stichting van een rooms-katholiek meisjespensionaat.

In 1878 werd ruim één hectare bouwgrond aangeschaft van Jacob Majoor, eigenaar van logement en koffiehuis de Rozenboom aan de Brinklaan. De bekende architect Pierre Cuypers, die een aantal jaar later ook de nabijgelegen Sint Vituskerk (1884) zou ontwerpen, werd aangetrokken voor het ontwerp van de kostschool. Op 5 augustus werd de eerste steen gelegd en kon de bouw van het klooster beginnen. De Orde Onze Lieve Vrouw van Amersfoort kreeg van de aartsbisschop de opdracht om de nieuwe school te leiden. Drie jaar later namen de eerste 24 zusters uit Amersfoort hun intrek in Bussum.

De hoofdingang van Mariënburg, aan de voorzijde van het gebouw. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Het onderwijs op Mariënburg was hoofdzakelijk gericht op meisjes uit gegoede katholieke gezinnen. Met de inkomsten uit het internaat konden elders armere meisjes gratis onderwijs krijgen. Tot 1970 waren er telkens tussen de 40 en de 100 meisjes in de kost, van wie de ouders in het buitenland werkten, te druk waren met hun bedrijf of er simpelweg zeker van wilden zijn dat hun dochter goed katholiek onderwijs genoot. Het was destijds een teken van klasse om een dochter naar een dergelijk internaat te sturen.

Mariënburg, gezien vanaf de Brinklaan. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Uniformen, missen en heiligenplaatjes

De zusters, die door de meisjes aangesproken werden met ‘Soeur’, droegen de zorg voor het onderwijs. Daarbij kwam ook een stukje opvoeding kijken. Zo werd er groot belang gehecht aan het kweken van nette manieren. Naast de religieuze lessen konden ouders bij het lager onderwijs ervoor kiezen om hun dochter Engelse, Duitse of Franse taal bij te laten brengen of hen creatieve vakken zoals pianoles, schilderen of handwerken te laten volgen. Kortom, alles wat een meisje van goede komaf diende te leren. Ze hadden dagelijks een strak schema te volgen: ‘Elke morgen gingen we om zeven uur naar de mis in de kapel en in mei ook nog elke avond naar het Lof’, aldus een pensionaire die in de jaren ’50 op Mariënburg woonde.

Prentbriefkaart van pensionaat Mariënburg, 1905. Fotocollectie Winthorst, Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen.

De meisjes droegen allemaal dezelfde kleding: ‘Ons uniform was een zwarte jurk met witte schort, zwarte kousen en een strooien hoed’, vertelt een pensionaire die in de jaren ‘30 op Mariënburg zat. Alleen op verjaardagen mochten de meisjes iets speciaals dragen: ‘Als je jarig was, mocht je op die dag een witte strik in het haar dragen. Zo kon iedereen het zien en werd je door veel medepensionaires gefeliciteerd.’ De strenge kledingvoorschriften werden door de jaren heen wat soepeler: ‘Na de oorlog was uniforme kleding niet meer verplicht; alleen zondags een blauwe jurk, maar ook dat is langzamerhand verdwenen. We wilden er niet allemaal hetzelfde uitzien’, aldus de eerder geciteerde pensionaire uit de jaren ’50.

Klaslokaal van pensionaat Mariënburg, 1910. Fotocollectie Winthorst, Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen.

De meisjes zullen het niet altijd makkelijk hebben gehad, in een vreemde omgeving, ver weg van hun familie. Maar na verloop van tijd werd Mariënburg hun thuis en bloeiden er mooie vriendschappen op. Ze hadden veel bijnamen voor elkaar en gaven elkaar op verjaardagen en andere speciale gelegenheden heiligenplaatjes cadeau. ‘De “Hummel-“ en “Spötl”-plaatjes waren op het pensionaat zeer favoriet. Deze vielen vooral [op] door de lieflijke afbeelding’, zo vertelt Ina de Beer, die tussen 1937 en 1943 op Mariënburg woonde. De heiligenplaatjes werden op de achterkant beschreven om te herinneren aan een bepaalde persoon of gebeurtenis: ‘Veel plaatjes heb ik in mijn album verzameld. Blader ik het door, dan valt het op, dat ik geen enkele moeite heb met de namen van medepensionaires’.

De leerlingen van pensionaat Mariënburg in de sneeuw, 1940. Fotocollectie Winthorst, Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen.

Katholiek onderwijs in Bussum

Naast het meisjespensionaat werden later ook een naai- en bewaarschool (de latere St. Jozefkleuterschool aan de Herenstraat) en een Fröbelschool aan het complex toegevoegd. Op een nieuw stuk grond aan de huidige Mariastraat, op een steenworp afstand van Mariënburg, werd in 1902 bovendien een lagere school voor dagonderwijs gebouwd. Deze werd al snel uitgebreid met een Mulo/Ulo- en modevakschool. De Congregatie nam langzaam het hele gebied over, want in 1926 volgde ook nog eens een nieuw kloostergebouw aan de Brinklaan: Huize Joseph.

De kapel van Mariënburg, aan de achterzijde van het gebouw. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Twee jaar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Mariënburg door de Duitse Wehrmacht gevorderd. De dag- en kostschoolactiviteiten werden op verschillende plaatsen in het dorp voortgezet, onder meer in villawijk het Spieghel. Na de oorlog keerden de zusters en pensionaires terug naar Mariënburg. Aanstootgevende SS-leuzen werden van de muren verwijderd en het internaat werd in ere hersteld. Er volgde een bloeitijd voor het katholieke onderwijs, met maar liefst 500 kinderen op de bewaarschool in 1955, meer dan 500 in het lager onderwijs, 215 Ulo-scholieren en 35 leerlingen op de modevakschool.

De hal van het klooster wordt verlicht door glas-in-loodramen. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Van klooster tot appartementen

Vanaf dat moment liep het aantal pensionaires echter terug. De Mulo werd steeds belangrijker, kostscholen raakten uit de mode. In 1968 werd het pensionaat opgeheven, waarna een verbouwing tot klooster-verzorgingshuis voor zusters volgde. De zusters kregen de vrijheid om hun oude dag door te brengen in het klooster waar ze zoveel jaren lesgegeven hadden. Dat deden ze dan ook graag, zittend in de schaduw van de vele oude bomen in de kloostertuin of wandelend langs de Lourdesgrot, met Mariabeeld van Maria ad Fantes, afkomstig uit Ootmarsum.

De Lourdesgrot in de tuin van Mariënburg, 1920. Fotocollectie Winthorst, Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen.

In 2015 vertrokken de laatste zusters naar het Moederhuis in Amersfoort. Mariënburg werd aangekocht door Slokker Vastgoed, die grote plannen heeft met het voormalige klooster. Er worden binnenkort duurzame appartementen gerealiseerd in het bestaande gebouw en in twee nieuwe vleugels, die aan de achterzijde aangelegd zullen worden. Ook komen er ruimtes bestemd voor publieke functies en blijft de Fröbelschool in gebruik door de naschoolse opvang. De monumentale tuinen blijven zoveel mogelijk intact, maar de voortuin aan de Brinklaan zal opengesteld worden voor inwoners van Bussum. De tijd van bidden en studeren achter een gesloten poort is voorgoed voorbij.

Een stenen nis zonder Mariabeeld en een tbc-huisje in de kloostertuin achter Mariënburg. Foto: Sarah Remmerts de Vries.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Gea van der Horst, Zicht op Mariënburg (Bussum 2015).
  • Website van de Historische Kring Bussum.
  • Website van bouwproject Mariënburg.
  • Klaas Oosterom, ‘Mariënburg: Burcht van Maria’, Bussums Historisch Tijdschrift 25/2 (augustus 2009) pag. 28-30.
  • Erik Droogleever Fortuyn, ‘Huize Mariënburg’, Tussen Vecht en Eem 18 (2000) pag. 71-72.
  • Ina de Beer, ‘Jarig zijn op pensionaat “Mariënburg”’, Contactblad van de Historische Kring Bussum 8/1 (april 1992) pag. 13.
  • Nel Krijnen-van Gog, ‘De Rozenboom: van herberg tot café-hotel-restaurant, deel 2’, Bussums Historisch Tijdschrift 24/1 (maart 2008) pag. 16-21.
  • Klaas Oosterom, ‘Herbestemming van schoolgebouwen’, Bussums Historisch Tijdschrift 27/2 (augustus 2011) pag. 8-9.

Publicatiedatum: 10/05/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.