Arrondissementsrechtbank Alkmaar: Geestersingel 15

Op de plek waar tegenwoordig het Amrâth Hotel staat, stond ooit het gebouw van de Arrondissementsrechtbank Alkmaar, met daarbij het Huis van Bewaring. Hier speelde zich het eerste hoofdstuk af van de strafzaak tegen Johannes Jacobus Beek, de man die een vergiftigde taart had gestuurd aan zijn vroegere collega Willem Markus, gemeentebode en marktmeester te Hoorn. Alleen diens 86-jarige echtgenote Maria Musman en een dienstmeisje aten van de taart, waarna mevrouw Markus overleed.

Spoorwegovergang Bobeldijk

Bij deze spoorwegovergang werd Beek uit veiligheidsoverwegingen op de trein gezet naar Alkmaar, omdat hij bij station Hoorn door een menigte kwade inwoners werd opgewacht. Velen waren de arrestantenwagen op de fiets gevolgd. Sommigen wilden Beek nog te lijf gaan, maar de politie wist dat te voorkomen. (Foto Westfries Archief)

69a4e94710f824c45af37f95a64da9a15b630e5769a4e94710f824c45af37f95a64da9a15b630e57

Tijdens de eerste weken van Beeks verblijf in de Alkmaarse gevangenis deed zich iets opmerkelijks voor. Hij werd op 22 oktober in het gemeenteziekenhuis geopereerd. Meer weten we hier niet over, wel dat hij twee dagen later al werd teruggebracht naar het Huis van Bewaring. De rechtzaak kon doorgaan. Alles draaide om de vraag of Beek zou worden veroordeeld tot moord of tot doodslag. Volgens zijn advocaat kon moord niet worden bewezen. Immers, Beek had niet de bedoeling gehad om de echtgenote van Markus te doden. Maar de verdediging had juist op dit punt een groot probleem. Beek gaf tijdens een van de politieverhoren toe, dat hij de mogelijkheid dat iemand anders van de taart zou eten wel had overwogen. Dat gebeurde op 28 september, nadat hij de taart vanuit Amsterdam had verzonden. In de trein op weg naar Hoorn dacht Beek daarbij aan mevrouw Markus. Dat er ook een dienstmeisje in huis was, beweerde hij niet te weten. De consequentie van deze verklaring was duidelijk. Als hij dit werkelijk had bedacht, dat had hij de dood van de “verkeerde” persoon ook kunnen voorkomen. Vermoedelijk om die reden paste Beek zijn verhaal later enigszins aan. Hij beweerde opeens dat hij op 29 september, de dag dat de taart aankwam opnieuw naar Amsterdam was gegaan. Pas toen zou hij op de terugweg naar Hoorn aan mevrouw Markus hebben gedacht. Ook vertelde hij dat hij meende dat een gierige man als Willem Markus zijn vrouw vast geen stuk van de taart zou gunnen. De oorspronkelijke versie was een belangrijke troefkaart voor de officier van justitie. Zijn strafeis loog er dan ook niet om: veroordeling tot levenslang wegens moord met voorbedachten rade op mevrouw Markus, en poging tot moord op het dienstmeisje. De uitspraak volgde op 13 december 1910 en kwam voor velen als een schok. De rechtbank achtte moord en poging tot moord niet bewezen en veroordeelde Beek wegens doodslag en poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van 15 jaar.

Arrondissementsrechtbank Alkmaar

Gerechtsgebouw aan de Geestersingel te Alkmaar in 1904. Beek verbleef hier vanaf 4 oktober 1910. (Foto Regionaal Archief Alkmaar)

d8c7ee3e1e7feac25f7f349858878ac4e1f69611d8c7ee3e1e7feac25f7f349858878ac4e1f69611

Het openbaar ministerie tekende hoger beroep aan bij het gerechtshof te Amsterdam. Beek werd op 28 december naar de hoofdstad vervoerd. De zaak diende begin maart. De diverse verklaringen van Beek werden opnieuw uitgebreid besproken. Het hof wees vonnis op 9 maart 1911. Het vernietigde het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar. Het achtte moord en poging tot moord bewezen en veroordeelde Beek tot een levenslange gevangenisstraf. Dit vonnis werd op 19 juni bekrachtigd door de Hoge Raad der Nederlanden. Sindsdien ligt het principe van voorwaardelijk opzet vast in de Nederlandse rechtspraak. Daarin spelen drie elementen een rol: – de dader had een vooropgezet plan- de dader overzag de consequenties van dit plan- de dader heeft de consequenties van zijn plan aanvaard en uitgevoerd Johannes Jacobus Beek sleet de rest van zijn dagen in de gevangenis in Leeuwarden. Hij overleed daar op 16 mei 1918 op 70-jarige leeftijd. Auteurs: Richard Sandbrink en Jan de Bruin

Publicatiedatum: 24/10/2011