De dankdag voor het gewas en de kool ligt in de schuur

De Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen vieren het zogeheten kruis- en quatertemperdag. Die dagen, die aansluiten op de vier jaargetijden, zijn bedoeld om God te danken voor de schepping en de vruchten van de aarde en om te bidden voor bijzondere noden van de kerk. De bisschoppen willen daarmee aansluiten bij dagen voor gewas en arbeid die de protestantse kerken kennen. De kruis- en quatertemperdagen in de RK-Kerk stammen uit de vijfde eeuw maar zijn in Nederlandse parochies grotendeels van de liturgische kalender verdwenen. De benaming quatertemperdagen is afgeleid van het Latijnse quattor tempora (de vier jaargetijden). Ze stonden in het teken van dankzegging voor de vruchten van de aarde (vooral de graan-, wijn- en olijvenoogst), waarvan de eerstelingen aan God werden toegewijd. Het waren dagen van vasten en gebed. De bisschoppen hebben de quatertemperdagen vastgesteld op de derde zondag in september en de woensdag in de eerste week van de advent, de tijd voor Kerst. Traditioneel hielden de gelovigen op die dagen een kruisprocessie, vaak door velden en akkers. Bisschop Mamertus van Vienne stelde de kruisdagen in 475 om Gods hulp af te smeken in tijden van rampen.

De Rooms-Katholieke kerk

De Rooms-Katholieke kerkDe Rooms-Katholieke kerk

In de dagen dat bisschop Willibrord (de Apostel der Nederlanden) het christendom predikte in Noord-Kennemerland, moet hij in het plaatsje Hargen of Schoorl geweest zijn. Daar heeft hij voor de uitoefening van de christelijke eredienst een kerkje neergezet en iemand achtergelaten, die zijn werk zou kunnen voortzetten. De scheidslijn liep toen langs de Rekere. West-Friesland had, misschien wel terecht, een kijkje op dat christendom. Het was het geloof van de Frankische vorst, die hen wilde overweldigen en een nieuwe cultuur en godsdienst wilde opdringen. Toch zag men kans om aan de rand van West-Friesland, vooral in de streek van het Geestmerambacht, het christendom te verspreiden.Vaak waren die randgebieden aan de West-Friezen ontnomen en had men dus alle kansen om er het geloof te verspreiden. Voor het westelijke gedeelte van Geestmerambacht werd deze verkondiging gedaan vanuit Schoorl. Er was bijvoorbeeld aan de Langedijk een aantal kleine nederzettingen ontstaan en Schoorl liet daarom om de mensen bijeen te brengen, kleine kapelletjes bouwen. In een aantekening in het werkboek van het kapittel van St. Jan te Utrecht worden in 1094 de volgende kapellen genoemd: Sudreckerke of Sudschoorlewalth (Zuid-Scharwoude), Aldenkercka (Oudkarspel), Notherscherwoude (Noord-Scharwoude) en Bemardus kercke (Broek op Langedijk). In overeenstemming met het toenmalige recht van die dagen stonden de kapellen rechtstreeks onder het bisdom.

Publicatiedatum: 13/04/2015

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.