Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

De toren van het stadhuis

Wel eens omhoog gekeken en gezien welke windvaan er op de toren van het stadhuis staat? Dat is een zeemeermin! In 1403 strandde er tijdens een storm een zeemeermin in het Purmermeer bij Edam. Haarlem, als grootste stad van Holland, eiste het wonder gewoon op en zo kwam zij hier te wonen. Men leerde haar spinnen en bidden en zij zou hier nog jaren hebben geleefd. Toen ze overleed werd ze gewoon in de kerk begraven.

>

7 vrouwelijke kunstenaars die je gezien moet hebben

Er zijn veel meer vrouwelijke kunstenaars in de Nederlandse kunstgeschiedenis te vinden dan tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw nog werd gedacht. Vele grootmeesters in de beeldende kunst van het vrouwelijke geslacht zijn overschaduwt door hun mannelijke tegenhangers. Hieronder een aantal succesvolle Noord-Hollandse kunstenaressen die uit deze schaduw tevoorschijn zijn gekomen en te bewonderen zijn in verscheidene Nederlandse en ook buitenlandse musea.

>

Cornelis Troost (1696-1750)

Cornelis Troost is een bekende veelzijdige Nederlandse kunstenaar uit de 18de eeuw. In zijn leven heeft Troost diverse portretten, genreschilderingen, militaire voorstellingen en toneelscènes gemaakt. Hij werd ook wel de Nederlandse ‘Hogarth’ genoemd, naar de Engelse kunstenaar William Hogarth die met satirische schilderijen de hogere klasse becommentarieerde. Troost tekende en schilderde ook huiselijke taferelen waarmee hij de gegoede burgerij te kijk wist te zetten.

>

Suze Robertson: Schilder van sociale misstanden

Ondanks dat de armoede een geliefd onderwerp was onder kunstenaars, waren zij niet altijd bijzonder betrokken bij de omstandigheden waarin de plaatselijke bevolking verkeerde. Schilderijen over de lagere sociale klassen waren omstreeks 1890 veelal lieflijk en romatisch. Lien Heyting schrijft hierover in haar boek ‘De Wereld in een dop’ (1994) over de kunstenaars die eind negentiende eeuw naar Laren trokken het volgende: ‘Hoe meer de dorpse eenheid tussen mens en natuur bedreigd werd, des te zoetelijker die door de schilders werd weergegeven. Nooit eerder hebben ze in de armoede  […] zoveel lieflijks gezien als juist toen’.

>

Grote of Sint Bavokerk – Graf van Frans Hals

Frans Hals werd oud. Hij stierf in 1666, en was toen de 80 ruim gepasseerd. Hij kreeg een graf in de gereformeerde Sint Bavokerk, waarvan hij in 1655 was lid geworden. Frans Hals was van huis uit katholiek. Zowel zijn eerste vrouw Anneke Harmensdr, als zijn tweede vrouw, Liesbeth Reyniers was gereformeerd. Ook zijn kinderen zijn gedoopt in gereformeerde kerk.

>

Het Prinsenhof in Haarlem

De westvleugel van het stadhuis werd rond 1590 verbouwd tot logement voor de stadhouder en staat sindsdien bekend als het Prinsenhof. De vleugel behoorde oorspronkelijk tot het voormalige Predikherenklooster, het klooster van de Dominicanen, dat achter het stadhuis lag. In het Prinsenhof kregen schilderijen die na de reformatie eigendom waren geworden van de stad Haarlem een plaats. Zo hingen hier de zijluiken van het Drapeniersaltaar, die afkomstig waren uit de Grote of Sint Bavokerk, en geschilderd waren door Maerten van Heemskerck.

>

Voormalig St. Elisabeth Gasthuis

Op nummer 47 staat de poort van het voormalige Sint Elisabeths Gasthuis. Op de steen boven de deur is te zien hoe een zieke wordt vervoerd in een grote draagmand. Het St-Elisabeth Gasthuis was het ziekenhuis voor de armen. De rijke bovenlaag werd thuis verpleegd.

>

De paarse heide

De paarse heide heeft menig kunstenaar en schrijver tot verrukking gebracht. De schilder Anton Mauve was er helemaal weg van. Regelmatig trok hij er met zijn schilderskist op uit om de schaapskudde met de herder en zijn hond vast te leggen. Toch is een paarse heide niet vanzelfsprekend. Het is dankzij de goede zorg van het Goois Natuurreservaat dat we van de heide kunnen genieten. Als er niet op tijd wordt geplagd, gemaaid en er geen schapen en Schotse Hooglanders lopen, zou de heide veranderen in bos en helemaal vergrassen.

>

Schermermolens geschilderd en gesloopt

In 1931 kreeg kunstschilder Arnout Colnot (1883-1983) uit Bergen een bijzondere opdracht. Het polderbestuur van de Schermer droeg hem op twee grote doeken van de Schermermolens te maken. Die stonden op het punt gesloopt te worden nadat de polder op elektrische gemalen was overgestapt.

>