Zeg het met bloembollen

Het is weer lente! Het zonnetje schijnt, de lammetjes dartelen in de wei… en de bloembollen schieten uit de grond. De in de winter nog kale velden lijken wel een regenboog nu zij door de meest uiteenlopende kleuren bloemen worden gekleurd. En dat is nou typisch Noord-Holland. Toeristen komen speciaal voor deze pracht naar onze regio. De bloembollen zijn al eeuwen in Nederland. Maar hoe is het zover gekomen? Maarten Timmer groeide op tussen de bloembollen en vertelde tijdens een lezing in het Alkmaars Historisch Café in 2011 over de geschiedenis van de bloembollen in Nederland.

Al in de zestiende eeuw werden de eerste tulpen naar Nederland gebracht. Deze kwamen uit het Turkse Rijk. De sultans daar hielden erg van mooie bloemen en gaven ze bijnamen die aan Allah of God refereerden. Toen Europeanen een paar tulpen mee wilden nemen naar hun vaderland kregen zij de goedkopere rondere tulp mee. Deze vonden zij erg op een tulband lijken. De bloemblaadjes waren net zo gevouwen als de hoofddeksels van de sultans en op deze manier is de naam tulp ontstaan.

Sierbloemen

Pas veel later, aan het eind van de zestiende eeuw, kwam Carolus Clusius met het idee om de tulp voor de sier in zijn hortus botanicus in Leiden te planten. Tot die tijd hadden bloemen en planten vooral een functie. Zo waren zij bijvoorbeeld goed voor medicatie. Planten werden doorgaans dan ook in een hortus medicus of medicinale tuin gehouden. Clusius zag echter de sierwaarde van de tulp in. Iedereen wilde zijn tulpen zien en ze werden soms zelfs gestolen. Zo kreeg de tulp steeds meer waarde en ontstond de tulpenwindhandel.

Portret van Carolus Clusius, Cornelis Galle (I), naar Jean Jacques Boissard, 1669. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-BI-5113X

Zieke tulp is goud waard

De V.O.C. bracht zoveel mogelijk verschillende soorten tulp naar Nederland. Een bijzondere tulp was bijvoorbeeld de gebroken tulp die verschillende kleuren had. Deze tulp was felbegeerd en hij was veel waard. Later bleek de gebroken tulp de oorzaak te zijn van een ziekte, maar toen werden deze zieke tulpjes tegen goudprijzen verhandeld. In 1637 maakte een veiling van tulpen in Alkmaar tijdelijk een einde aan de tulpenwindhandel. Daar werden zeventig verschillende tulpen nog voor 90.000 gulden verkocht. De tulpenwindhandel zakte toen ineens in.

Twee tulpen met dagpauwooog, Jacob Marrel, 1637. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-T-1950-266-29-1

Krelage grondlegger van huidige tulpencultuur

De handel in tulpen verdween echter niet helemaal en later werd Haarlem de nieuwe bakermat van de bloembollenteelt. Een zogeheten tulpenkoning uit die stad blies de handel nieuw leven in. Deze koning van de tulpen was de kweker Krelage. Hij werd vooral bekend om zijn zogenaamde Darwintulpen die een glanzende kleur hadden en een lange steel. Dankzij de activiteiten van Krelage werd de nieuwe basis van de Hollandse tulpencultuur gelegd. Vanaf 1880 werden de tulpen dan ook in grote hoeveelheden gekweekt en zijn de lange velden met kleurige bloemen op veel plaatsen te zien. Vooral langs de duinen en in de zandige gebieden in West-Friesland en de kop van Noord-Holland zijn bollenvelden te vinden. Ook de zoon van Krelage was belangrijk voor de tulpencultuur. Hij was de eerste die tulpen bewust ging kruisen. Zo ontwikkelde hij een tulp met teruggeslagen bloemblaadjes.

Dr. Ernst Heinrich Krelage, geb. Haarlem 28 jan.1869, overl. 2 april 1956. Hoofd der firma E.H. Krelage & Zn., voorzitter Alg.Vereen. Voor Bloembollencultuur. Vervaardiger: Cees de Boer (1918-1985) Noord-Hollands Archief / Collectie van foto’s en negatieven van Fotopersbureau De Boer te Haarlem, Inventarisnummer: 54-0045628

Hortus Bulborum

In Limmen opende in 1934 het eerste museum over bloembollen. Hoewel dit een uniek museum was en de Krelages bij de opening aanwezig waren, hielden zij de belangrijkste informatie over de bloembollenteelt voor zichzelf in Haarlem. Tegenwoordig bestaat deze Hortus Bulborum nog steeds en is na verschillende uitbreidingen de enige tuin in de wereld waar meer dan 4200 verschillende voorjaarsbolgewassen te bezichtigen zijn. Verschillende tulpensoorten van voor het jaar 1900 zijn daar nog te vinden en dat geeft ons een blik in de geschiedenis. Nu we weten waar de tulp vandaan komt, kunnen we allemaal de bloemetjes buiten zetten!

Auteur: Julia Klaver.

Publicatiedatum: 27/04/2011