Willet-Holthuysen: statig grachtenpand en ‘kerstpaleis’

Een schitterende balzaal in Lodewijk XVI-stijl, een bijna lichtgevend trappenhuis met witmarmeren beelden en een verzamelaarskamertje met fantasierijke kostbaarheden: het is allemaal te vinden Museum Willet-Holthuysen. Rond de feestdagen is het extra aantrekkelijk om het stijlvolle, zeventiende-eeuwse grachtenhuis te bezoeken. Dan worden de toch al indrukwekkende kamers omgetoverd in een heus 'kerstpaleis'.

Museum Willet-Holthuysen

Museum Willet-Holthuysen. Beeld: Owlpacino via Flickr.

Drie kerstbomen, waarvan er een in de grote salon komt te staan, worden volgehangen met Duitse kerstballen van glas, die met de hand zijn geblazen en beschilderd. “Die kerstballen hebben we in bruikleen van een verzamelaar,” legt conservator Thijs Boers uit. “Hij heeft ze geërfd van zijn overgrootvader, die uit Duitsland kwam. Ze zijn heel dun, licht en superkwetsbaar; je moet er dus heel voorzichtig mee omspringen.”Onder de boom liggen cadeautjes uit die tijd dat de familie Willet-Holthuysen in het pand woonde, zoals een ouderwetse trommel, cadeautjes die vermoedelijk aan de kinderen van de kok en de koetsier werden uitgedeeld. “Echt zeker weten we het niet,” geeft Boers toe, “maar het echtpaar had zelf geen kinderen en wel een goede band met het personeel, waarvan de kok en de koetsier in ieder geval kinderen hadden.”Kaarsen zorgen ook voor de nodige sfeer. “Nee, we branden geen echte kaarsen,” legt de conservator uit. “Veel in dit huis is van hout, dus dan zou je er continu iemand bij moeten zetten, vanwege het brandgevaar.” Maar de sinaasappels, waar kruidnagels in zijn geprikt, zijn weer wel echt.” Dat verspreidt een geweldige geur en brengt een huis echt tot leven.”

Kerst in het Willet-Holthuysen

Kerst in het Willet-Holthuysen. Beeld: Amsterdam Museum, Caro Bonink.

Koningin Victoria

Kerst zoals we dat nu kennen, met een kerstboom en geschenken, wordt eigenlijk pas sinds de tweede helft van de negentiende eeuw gevierd. Het is uit Duitsland overgewaaid, maar ook de Engelse koningin Victoria, die zelf van Duitse afkomst was, zou de kersttraditie hebben aangewakkerd. Niet iedereen in het Amsterdam van de negentiende eeuw kon zich een kerstboom veroorloven, laat staan geschenken. De stad telde in die tijd veel armen.Maar Abraham en Louisa behoorden tot de bovenlaag; ze woonden niet voor niets in een grachtenpand. Louisa was de dochter van een rijke steenkolenhandelaar, die het grachtenpand in 1855 voor zijn dochter kocht. Het echtpaar zou er dertig jaar in wonen. “Ze hoefden niet voor hun geld te werken en konden zich volledig aan hun liefhebberijen wijden.”

De rijkelijk gedecoreerde eetzaal van de Willets

De rijkelijk gedecoreerde eetzaal van de Willets. Beeld: Amsterdam Museum, Caro Bonink

Zo was Abraham Willet (1825-1888) lid van kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae en mede-oprichter van het Koninklijk Oudheidkundig Genoodschap. Zelf verzamelde Abraham onder andere schilderijen, zilver, porselein en Venetiaans glas. Van dat laatste zijn in het museum een paar voorbeelden te zien.Louisa Holthuysen (1824-1895) hield ook veel van kunst en ging ’s avonds met haar Abraham naar concerten en operavoorstellingen. Ze had ook een gezelschapsdame, “want als dame van stand kon je natuurlijk niet in je eentje in de Utrechtsestraat of Kalverstraat winkelen.” Of ze ging op bezoek bij vriendinnen. “Met de koets natuurlijk, want lopen deed je in die tijd niet.”

De tuin achter het museum

De tuin achter het museum. Beeld: Amsterdam Museum.

Koetsier

Hoeveel personeel het echtpaar precies had weten we niet, maar ze hadden ieder geval een kok, een huisknecht en een koetsier. Die laatste woonde in een koetshuis, dat in 1929 afbrandde en waarvan de ruimte inmiddels bij de tuin is getrokken. Als meneer of mevrouw een rijtuig nodig had, belde de knecht en dan kwam de koetsier met de paarden voorrijden. Verder was er een dienstmeid, die zich vooral met het stijven en strijken van het wasgoed bezighield, een kamenierster die Louisa hielp met aankleden en een keukenmeid. Zij pompte het water op, want stromend water was er nog niet, verwarmde dat en bracht het naar boven waar Louisa zich kon wassen. Ook zou er nog sprake zijn geweest van een ‘loopmeisje’ dat berichten overbracht aan vrienden en bekenden in de stad.Boers: “Hun huis aan de Herengracht was misschien geen Engels landhuis zoals ‘Downton Abbey’, met gescheiden vertrekken voor het personeel, maar het standsverschil bij de Willets was natuurlijk ook groot. Zo sliep het personeel in kamertjes op zolder, met een kastje, een spiegel, een stoel en een bed. Heel Spartaans dus.”Na het overlijden van haar man in 1895 schonk Louisa het huis inclusief inboedel en alle kunstverzamelingen aan de stad Amsterdam. Waarom ze dat deed is niet bekend. Mogelijk omdat ze geen kinderen en ook geen goede band met haar familie had. “In haar testament stond dat er niets verkocht mocht worden. Ze liet ook geld achter om het huis als museum te beheren.”

Het gereconstrueerde tapijt in de hal en op de trap van de eerste etage

Het gereconstrueerde tapijt in de hal en op de trap van de eerste etage. Beeld: Amsterdam Museum, Caro Bonink

Het gereconstrueerde tapijt in de hal en op de trap van de eerste etage

Verschillende stijlen

In de afgelopen 120 jaar is er wel wat in het huis veranderd, waardoor er verschillende stijlen het huis zijn binnengeslopen. Zes jaar geleden besloot het museum om alle kamers weer terug te brengen in de negentiende-eeuwse stijl waarin de Willets geleefd hebben. Daarbij kon dankbaar gebruik worden gemaakt van een inventarisatie die de eerste beheerder van het museum, Frans Coenen, van de inboedel heeft gemaakt.”Helaas heeft hij veel verkocht wat niet bij de kunstcollectie hoorde, zoals kleding, linnen en andere dagelijkse spulletjes. Doodzonde natuurlijk. Ik snap wel dat ze vooral wilden bewaren wat mooi en belangrijk was, maar tegenwoordig willen we ook weten hoe er in zo’n huis werd geleefd,” vertelt Boers.

de provisiekast is terug op de plaats waar het museum vroeger zijn opslag had.

de provisiekast is terug op de plaats waar het museum vroeger zijn opslag had. Beeld: Amsterdam Museum, Caro Bonink

de provisiekast is terug op de plaats waar het museum vroeger zijn opslag had.

De laatste jaren is een aantal kamers gerestaureerd en de oude provisiekamer is teruggekeerd op de plek waar het museum vroeger zijn opslagruimte had. “Die kast, waar nu stoven, kandelaars en theeketels staan, hebben we helemaal kunnen reconstrueren.” Ook het tapijt in de hal van de eerste etage, waar gewoond werd, is een reconstructie van het oorspronkelijke Deventer tapijt dat er in de tijd van de Willets lag. “We hadden nog een stukje van het originele tapijt en vervolgens hebben we een producent gezocht die dat kon namaken.”De meest recente ruimtes die zijn teruggebracht in de originele staat zijn de slaapkamer van het echtpaar en de studeerkamer van Abraham. Het hemelbed met nachtkastjes en de kaptafel vormen het middelpunt van de grotere ruimte waar de Willets daadwerkelijk het bed deelden. Het originele slaapkamermeubilair is niet bewaard gebleven, maar de huidige inrichting is wel typerend voor de tweede helft van de negentiende eeuw.De vrijgekomen kamer gaf de ruimte om de studeerkamer terug te brengen in zijn originele staat. Indrukwekkende boekenkasten, zware gordijnen en het zachte licht van kandelabers tonen goed aan hoe bibliofiel Abraham de ruimte gebruikte om zicht terug te trekken en te lezen.

De tuinkamer van Museum Willet-HolthuysenDe tuinkamer van Museum Willet-Holthuysen

Tuinkamer

De tuinkamer van het museum biedt een fraai uitzicht op de tuin met zijn in sierlijke vormen aangelegde heggen. Boers wijst naar het plafond, waarvan een klein groen stukje beschilderd is met afbeeldingen van bloemen en fruit. “Toen we een stukje van het huidige plafond weghaalden, bleek daar dat bloemenplafond onder te zitten. Dat plafond was vroeger nog veel groener dan nu, waardoor je – hoewel je binnen zat – het gevoel had dat je buiten was. Dat willen we graag nog een keer in de originele staat terugbrengen.”In de studeerkamer van meneer Willet wijst de conservator nog even op een schilderij van Abraham Willet, waarop hij als schutter is verkleed. “In de negentiende eeuw hadden ze echt geen schutters meer, maar af en toe hielden de Willets gekostumeerde feesten. Geestig toch.”

AuteurArnoud van Soest

Publicatiedatum: 14/11/2016

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.