Watertoren Amstelveenseweg: een pompstation op 100 palen

Het bekende schoengebouw aan de Zuidas van Amsterdam ontneemt wel het zicht op deze sympathieke reus. Vanaf de splitsing Amstelveenseweg – de Boelelaan is de betonkolos uit 1965 beter te zien. Een gigantisch groot en blinkend reservoir zorgt voor een contstante aanvoer van kostbaar drinkwater naar Amsterdam.

Watertoren Amstelveenseweg

Watertoren aan de Amstelveenseweg ten zuiden van de ringweg A10, Amsterdam. Bouwjaar 1965. Ontwerp: architect Piet Elling. Torenhoogte: 40 m. Materiaal: beton, reservoir bekleed met aluminium. Inhoud reservoir: 2335 m3.

Watertoren AmstelveensewegWatertoren Amstelveenseweg

Honderd heipalen

Het pompstation van het waterleidingcomplex aan de Haarlemmerweg (gebouwd in 1900) zat halverwege de 20ste eeuw aan de top van zijn capaciteit. Amsterdam zocht naar nieuwe locaties voor extra transportpompen. In 1961 kwamen er nieuwe leidingen tussen Leiduin – gelegen in het duingebied vlakbij Heemstede –  en Amsterdam. In Amsterdam-Osdorp werd in hetzelfde jaar een aanjaagstation in gebruik genomen. Aan de zuidrand van Amsterdam was nog genoeg ruimte voor de bouw van een extra groot pompstation. Dat kwam er: in 1965 verrees een watertoren met een fundering op 100 heipalen aan de Amstelveenseweg ter hoogte van de latere huisvesting (in 1973) van de Vrije Universiteit. In 1966 kreeg Amsterdam er nog een watertoren bij: een kolossale en stalen kelk verrees aan de Haarlemmerweg. 

Hoogbouw

De toren is een ontwerp van architect Piet Elling (1897 – 1962). Hij ontwierp bijvoorbeeld ook het GAK-gebouw aan het Bos en Lommerplein en diverse mediagebouwen in Hilversum. De watertoren is ruim veertig meter hoog, opvallend is de aluminium bekleding van het waterreservoir. Maar liefst 2,3 miljoen liter water kan deze toren opslaan. Deze watervoorraad is nodig om grote drukschommelingen op het waterleidingnet te kunnen opvangen. In de toren zelf komt geen personeel, het pompstation is onbemand en wordt vanaf het station aan de Haarlemmerweg aangestuurd.

Gemeentelijke Waterleidingen

De stad Amsterdam heeft zich voortdurend bezig gehouden met de ontwikkeling en vernieuwing van het leidingnet, het waterbeheer en de bijbehorende organisaties. Amsterdam telde rond 1900 drie waterleidingbedrijven die elk met een eigen buizennet water leverden aan de stad: de Duinwaterleiding, de Vechtwaterleiding en de Bronwaterleiding. Deze situatie duurde tot 1932. In dat jaar startte de Gemeentelijke Waterleidingen, een fusie uit de drie aparte organisaties, de gescheiden leidingstelsels werden toen tot één verenigd. Later heette de organisatie Waterleidingbedrijf Amsterdam. En sinds 2006 is de drinkwatervoorziening een taak van Stichting Waternet.

Drinkwaterwet

In Nederland kwam de eerste Waterleidingwet  laat tot stand, pas in 1957. Sindsdien hebben het Rijk en de Europese Unie zich door wet- en regelgeving steeds meer met kraanwater en de voorziening daarvan bemoeid. Op 1 juli 2011 is de verouderde Waterleidingwet vervangen door de Drinkwaterwet. De naam van de nieuwe wet geeft het al aan: het water staat centraal.  De wet regelt zaken als het publieke eigendom van de drinkwatervoorziening, het garanderen van de waterkwaliteit en maatschappelijk en verantwoord ondernemerschap. Drinkwatervoorziening is volgens de wet nu ‘een dwingende reden van groot openbaar belang’. De overheid heeft zorgverplicht  om de bronnen nu en in de toekomst goed te beschermen. Kraanwater is inmiddels het best bewaakte voedingsmiddel van Nederland.Bronnen:

Stadsarchief Amsterdam, archief van de Gemeente Waterleidingen.  J.A. Groen jr., Een cent per emmer; het Amsterdamse drinkwater door de eeuwen heen, Amsterdam, Stadsdrukkerij (1978).
Website Kraanwater

Publicatiedatum: 14/02/2012