Waterland: de pont en andere veren

Ilpendam heeft in augustus 2010 een nieuw autoveer gekregen. ‘Het pontje van Ilpendam’ vervangt de oude ‘Roelof Bierdrager’. De (pont)veren zijn al eeuwen een vertrouwd verschijnsel in het waterrijke Waterland.

Affiche uit 1930 van het tram-en-boottraject Amsterdam-Marken-Volendam.

Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, inventarisnummer: 0594.

Affiche uit 1930 van het tram-en-boottraject Amsterdam-Marken-Volendam.Affiche uit 1930 van het tram-en-boottraject Amsterdam-Marken-Volendam.

Pontjes: onmisbare verkeersverbindingen

Elke dag steken duizenden fietsers, automobilisten en wandelaars per pont een van de vele kanalen en rivieren in Noord-Holland over. Een aantal van die veren is de afgelopen jaren opgeknapt met een grote overheidssubsidie. De pontjes zijn onmisbaar in de verkeersverbindingen.

Het pontje van Ilpendam bijvoorbeeld. Dit verbindt de gemeente Waterland met de gemeente Landsmeer. Er kunnen hooguit twee, drie auto’s op. Het maximum aantal passagiers is twaalf. Het nieuwe pontje is qua voorzieningen en snelheid bijna gelijk aan het oude, maar het is wel helemaal automatisch. De kabel van de aandrijving hoeft niet meer met de hand onder de katrol te worden gebracht, de slagboom hoeft niet meer met spierkracht te worden geopend. Dit verlicht het werk voor de pontbazen Erik en Willem Loots aanzienlijk.

Het blijft nog altijd hard werken, maar ze hebben het nu een stuk makkelijker dan de pontwachter naar wie het oude pontje vernoemd was. In 1920 transporteerde deze Roelof Bierdrager zeven dagen per week mensen en goederen over het Noordhollands Kanaal. Door weer en wind en volledig met de hand.

Reizen over water

De veren zijn al eeuwenlang onmisbaar in Waterland. Met paard en wagen kwam je in het vroegere Waterland niet ver. Het meeste vervoer ging over water. Buitenom via de Zuiderzee of binnendoor via een aantal waterwegen. Wie niet over een eigen schuit beschikte, was aangewezen op het openbaar vervoer.
 
Het eerste officiële overzetveer van Waterland was het Buiksloterveer. Het bracht de reizigers vanaf de zestiende eeuw over het IJ naar Amsterdam. De schippers beschouwden de hele strook vanaf de Oostzaner Overtoom tot aan Durgerdam als ‘hun’ gebied. Illegale pontbazen die daar ook actief waren, waren hun een doorn in het oog. Vanaf 1669 mochten ze fikse boetes aan hen opleggen. De schippers van het veer kregen toen van de stad Amsterdam nadrukkelijk het alleenrecht op het overzetten van passagiers.
 
Naast het overzetveer bestond er ook een uitgebreid stelsel van beurtveren. Deze zeilschuiten verzorgden tussen de verschillende Waterlandse steden en dorpen het personen- en goederenvervoer over water. Ze hadden dat recht verkregen van de plaatselijke besturen. De beurtschepen kenden vaste vertrektijden en tarieven, net zoals de wagenveren (postkoetsen) over land.

Aanlegsteiger van het overzetveer in Purmerend.

Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, inventarisnummer: Purmerend_433.

Aanlegsteiger van het overzetveer in Purmerend.Aanlegsteiger van het overzetveer in Purmerend.

De Oostzaner veerschuit naar Amsterdam.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam. Inventarisnummer: SAA 010094001904.

De Oostzaner veerschuit naar Amsterdam.De Oostzaner veerschuit naar Amsterdam.

De revolutionaire trekschuit

De beurtveren ondervonden al snel zware concurrentie van de trekschuiten. Die kregen het alleenrecht op het personen- en postvervoer, en hadden bovendien allerlei bijkomende voordelen. De trekschuit gold in de zeventiende eeuw als een revolutionaire uitvinding. Hij was comfortabel, goedkoop en altijd op tijd. Doordat hij getrokken werd door een paard, was het tempo niet langer afhankelijk van de weersomstandigheden.
 
Het succes van de trekschuit werd bevorderd doordat Amsterdam, Hoorn, Edam, Monnickendam en Purmerend in 1660 een uniek samenwerkingsverband vormden. Samen legden ze ‘ten dienste van de reizende man’ een netwerk van trekvaarten en daarlangs jaagwegen aan. Tweehonderd jaar lang was de trekschuit het belangrijkste openbaar vervoersmiddel in Waterland.
 
De schippers konden de eerste decennia grote aantallen reizigers verwelkomen. Maar de inkomsten liepen meer en meer terug. In de negentiende eeuw moesten ook zij het opgeven. Met een enkel pakje of passagier konden ze onmogelijk meer de zware kosten opbrengen ‘van een duur gekocht veer’, plus het onderhoud van de paarden, schuiten, en landelijke en stedelijke belastingen.

Landschap met trekschuit.

Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, inventarisnummer: 359_3485a.

Landschap met trekschuit.Landschap met trekschuit.

Aan boord van een trekschuit, door Bing en Ueberfeldt, 1857.

Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, inventarisnummer: HP 1013.

Aan boord van een trekschuit, door Bing en Ueberfeldt, 1857.Aan boord van een trekschuit, door Bing en Ueberfeldt, 1857.

Nieuwe vervoermiddelen

De komst van het Noordhollands Kanaal tussen Amsterdam en Den Helder (1824) was het eerste voorteken van het aanbreken van een nieuwe tijd. Het personenvervoer binnen Waterland ondervond daarvan nog weinig gevolgen. Ook de opkomst van de stoomboot had in eerste instantie weinig effect. Proefvarend op halve kracht veroorzaakte een dergelijk gevaarte in 1841 zoveel lawaai en golfslag, dat niemand daar veel in zag.
 
De doodklap voor de trekschuit was de trein. In 1884 kwam er een spoorweg tussen Hoorn, Purmerend en Amsterdam. Vanaf 1888 verbond een stoomtram Edam met Amsterdam en in 1894 Purmerend met Amsterdam. Een jaar later volgde ook de Beemster. Waterland opende zich voor forenzen en dagjestoeristen. Door de aanleg van (snel)wegen en fietspaden ging die ontwikkeling verder.
 
Ook de komst van de IJ-tunnel in 1968 was een enorme stap voorwaarts. Toch blijven de pontveren noodzakelijk en vooral ook geliefd, behalve als je haast hebt en hij net voor je neus wegvaart. Automobilisten, fietsers en wandelaars komen op het water even tot rust. Voor de Ilpendamse pontbazen compenseert dat ruimschoots de lange werkdagen en de geringe inkomsten. In 2006 vertelde Willem Loots aan columnist Martin Bril: “Als iemand die niet in z’n hum is de pont op komt en er aan de overkant met een brede grijns op z’n gezicht weer afgaat, ben ik gelukkig.”

Lees meer over de geschiedenis van het openbaar vervoer in Waterland.

De stoomtram Amsterdam-Edam.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam, inventarisnummer: SAA 010003023128.

De stoomtram Amsterdam-Edam.De stoomtram Amsterdam-Edam.

Getekend journaal van een bootreis van Amsterdam naar Alkmaar.

Beeld: Collectie Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, inventarisnummer: PANH 0085.

Getekend journaal van een bootreis van Amsterdam naar Alkmaar.Getekend journaal van een bootreis van Amsterdam naar Alkmaar.

Publicatiedatum: 15/12/2010