Waar komt de naam Haarlem vandaan?

In de tiende eeuw werd de naam 'Haarlem' voor het eerst genoemd. En in 1245 kreeg de plaats haar stadsrechten, ruim zestig jaar eerder dan Amsterdam. De huidige hoofdstad van Noord-Holland kent dus een lange geschiedenis, maar waar komt de naam eigenlijk vandaan?

Heer Lem

In lang vervlogen tijden woonden er nog reuzen in Holland. Eén van hen heette Willem, maar meestal werd hij Lem genoemd. Hij groeide op in Leiden. Eenmaal volwassen trok hij er op uit, op zoek naar een reuzenvrouw. Toen hij een vrouw vond was hij zo blij dat hij een stad bouwde, voor een reus natuurlijk een simpel karwei. Lem was trots op zijn stad en noemde het de stad van Heer Lem, ofwel Haarlem.

Over de herkomst van de naam Haarlem bestaan verschillende theorieën. Het verhaal van heer Lem is vooral een mooi verhaal. Een meer gangbare theorie is dat Haarlem een samenvoeging is van drie woorden: haar, lo en heem.

Het wapen van Haarlem. De boom verwijst naar ‘het loo’ rondom Haarlem.

Haar

Haar is een oud woord dat ‘hoogte in het veld’ betekent. Haarlem is oorspronkelijk gebouwd op een strandwal. Dat is een hoger gelegen zandbank die lang geleden door de branding is opgeworpen. Dorpjes werden vaak op deze ‘haren’ gebouwd, want die vormden een natuurlijke verdediging tegen het water en waren ook nog eens heel vruchtbaar. Deze vruchtbare grond wordt ook wel geestgrond genoemd, en de dorpjes staan bekend als geestnederzettingen. De plaatsnaam Uitgeest herinnert hier nog aan, dit dorp is net als Haarlem op een strandwal gebouwd. Aan de strandwal dankt Haarlem dus het ‘haar’ gedeelte.

Het woord haar, dat dus een ‘hoge plek’ betekent, komt weer van het nog veel oudere woord ‘harug’. Dat was bij de Germanen, Friezen en Scandinaviërs een heilige plaats in het bos. Het Noord-Hollandse plaatsje Hargen dankt zijn naam aan zo’n heiligdom.

Haarlem in 1550, door Jacob van Deventer. Hier zie je goed de strandwal, die van noord naar zuid loopt.

Lo

Heiloo, paleis ’t Loo en Hengelo. Deze namen komen oorspronkelijk allemaal van het woord lo of loo, dat bos betekende. Het woord werd gebruikt voor het aanduiden van een specifiek type loofbos. Toen de allereerste Haarlemmers hun huizen bouwden op het haar moesten ze eerst het bos kappen dat groeide op de vruchtbare zandrug. Daar komt dus het ‘lo’ vandaan. Of Haarlem daadwerkelijk komt van Haar-lo-heim is wel de vraag, volgens sommigen komt het alleen van haar en heim.

Heem

Na ‘hoge plek’ en ‘in het bos’ kun je de betekenis van het laaste onderdeel misschien wel raden. Het betekent simpelweg ‘plaats’ of ‘woning’. Het woord wordt in het Nederlands niet meer gebruikt om een huis aan te duiden, maar we kennen het nog wel van bijvoorbeeld ‘ontheemd’, ‘heimwee’ en ‘inheems’. Het Engelse ‘home’ en het Duitse ‘heimat’ komen hier ook vandaan. Er zijn natuurlijk een heleboel plaatsnamen die hier vandaan komen, zoals Arnhem (Arnheem = huis van Arn), Hilversum (Hilvertsheem = huis van Hilvert) en Blaricum (Bladherihem = huis van Bladheri).

Haarlem betekent dus letterlijk ‘een plaats op een hoge plek in het bos’.

Auteur: Machiel Spruijt

Publicatiedatum: 14/04/2016