Vronen: omstreden gebied tussen Holland en West-Friesland

In november 2011 werden de resultaten bekendgemaakt van het onderzoek naar de menselijke resten die in 1991 waren gevonden op het oude kerkhof van het verdwenen plaatsje Vronen. En daarbij kwamen oorlogsmisdaden aan het licht...

Vanouds grafelijk bezit

De oudste vermelding uit 860 noemt ‘Vranlo’ en komt voor op de goederenlijst van de kerk van Utrecht. In 1083 worden Vranlo en de kerk daarvan genoemd als bezit van de graaf van Holland. De bron van de oude geschriften over dit grafelijk bezit gaat waarschijnlijk al terug tot het eind van de tiende eeuw, het begin van het graafschap Holland. Wat was er zo belangrijk aan Vronen dat het rechtstreeks in handen was van de graaf?

 

Archeologische opgraving Vronen, 1991. Foto: SHA.

Strategische ligging

Hoewel ‘Frisia’ zich aanvankelijk over geheel Holland uitstrekte, werd de naam Holland steeds vaker gebruikt voor het gebied ten westen van de rivier de Rekere. Hierbij werd een nog ouder gebied ‘Kinhem’ (Kennemerland) in twee delen gescheiden, omdat van oudsher de Geestmerambacht eveneens tot Kennemerland werd gerekend. Dit was natuurlijk niet zo vreemd, omdat de Geestmerambacht was ontgonnen vanuit Schoorl en Bergen, dorpen die deel uitmaakten van Kinhem. Hoe het ook zij, de Rekere maakte het moeilijk om van het ene deel in het andere te komen. Slechts op een paar plekken was de rivier ondiep en bezat een vaste bodem, zodat ze daar doorwaadbaar was. Aan het eind van de strandwal waarop Limmen en Alkmaar gelegen zijn lag de ‘Ossenvoorde’, de strategisch belangrijke doorwaadbare plek.

Vroege grafelijke bemoeienis

Voor alle verkeer tussen Kennemerland en ‘Frisia’ konden belastingen (tol) worden geheven bij de ‘Occenvorde’ zoals we de plek in geschriften ook wel genoemd vinden. Dit betekende dat er een steunpunt in de vorm van een kasteel in de nabijheid moest worden aangelegd voor het geval men niet vrijwillig de tol wilde betalen. Uiteindelijk werden er zelfs drie kastelen op korte afstand van elkaar gebouwd: de Torenburg, de Nijenburg en de Middelburg. Deze drie kastelen waren zeker niet allemaal nodig om de passerende boeren en handelaren te controleren, maar inmiddels was de verstandhouding met de West-Friezen zo slecht geworden dat je zelfs kon spreken van oorlog…

West-Friese oorlogen

Naarmate de Hollandse graven meer macht kregen, probeerden ze ook hun grondgebied verder uit te breiden en werden er redenen gezocht om de West-Friezen aan te vallen. ‘Bezit van massavernietigingswapens’ was een argument dat toen nog niet werkte, maar de West-Friezen beschuldigen van moord op een van je voorvaderen was iets dat een wraakactie legitimeerde. Graaf Arnulf was waarschijnlijk ergens in Zuid-Holland bij een schermutseling bij de ‘Winkelmade’ om het leven gekomen (993), maar de schuld werd doorgeschoven naar de West-Friezen die hem zogenaamd bij Winkel zouden hebben vermoord. Het resultaat was een serie van wederzijdse aanvallen waarbij in 1166 een grote groep West-Friezen de Ossenvoorde overstak en Alkmaar verwoestte.

Dwangburchten

In de winter van 1169 op 1170 woedde er een zware storm die gepaard ging met hoge waterstanden, waardoor grote delen van Holland en West-Friesland werden getroffen. De vijandelijkheden werden even gestaakt, maar in 1180 trok graaf Floris III naar Niedorp en Winkel en legde beide plaatsen in de as. In 1184 werd er vrede gesloten die lang zou duren; pas in 1256 vernemen we dat Willem II, een uiterst ambitieuze jonge man die het tot Rooms-Koning had gebracht, bij een expeditie tegen de West-Friezen in de winter door het ijs was gezakt en was gesneuveld. Dit deed hij nadat in 1248 de West-Friezen opnieuw een grote slag te verwerken hadden gekregen door een bijna alles verwoestende watersnoodramp. Willems zoon Floris zou uiteindelijk opnieuw de strijd aangaan, en deed dat ook door de bouw van een aantal dwangburchten. Dat er tijdens de bouw van deze kastelen nog flink werd gevochten blijkt wel uit de verwoesting van het Huijs ten Nuwendoren, dat nog niet eens was voltooid.

Vrede na rampspoed

In 1287 kwam voor de West-Friezen de genadeklap toen natuurgeweld nogmaals hun aantallen decimeerde. Er bleef voor hen niets anders over dan met de Hollanders de wederopbouw van het verwoeste land aanpakken. In 1288 werd het vredesverdrag ondertekend.

Botmateriaal van de opgraving van Vronen. De overblijfselen zijn door prof. George Maat en dr. Constance van der Linden in het Provinciaal depot voor archeologie gedetermineerd. Beeld: J. Roefstra.

Moord op Floris V en chaos daarna

In 1296 deden edelen een poging om Floris, die nauwe banden had met de Engelse koning, te ontvoeren met het waarschijnlijk onbedoelde resultaat dat hij in paniek werd vermoord. De West-Friezen hadden zich met een legertje op weg begeven om de graaf te bevrijden uit het Muiderslot waar hij gevangen werd gehouden. Floris’ zoon Jan moest nog uit Engeland overkomen om zijn vaders plaats in te nemen, maar de bisschop van Utrecht manipuleerde de West-Friezen tot een opstand. Toen zij naar de Ossenvoorde trokken, werden ze daar opgewacht door Jan van Renesse die, na een wisselend verlopende strijd, de West-Friezen uiteindelijk wist te verslaan op 27 maart 1297. Wat er is gebeurd tijdens de periode tot 7 november van dat jaar toen de uiteindelijke vrede werd getekend weten we niet, maar duidelijk is dat mannen, vrouwen en kinderen van het naburige dorp Vronen gruwelijk werden verminkt en gedood door zwaarden en speren. Mogelijk was deze daad bedoeld om de vredesonderhandelingen te bespoedigen … De overgebleven bewoners werden verbannen en het dorp werd van de aardbodem geveegd.

Auteur: Frans Diederikvroner

Publicatiedatum: 06/12/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.