Vondsten uit alle tijden in Gooise archeologische verzameling

De archeologische collectie van het voormalige Goois Museum – nu Museum Hilversum – gaat naar het archeologische depot van de provincie Noord-Holland. Na jaren van omzwervingen vindt de Gooise collectie nu een definitief onderkomen in het provinciale depot. De gemeente Hilversum droeg de collectie op 28 maart 2013 officieel over.

Het Gooi vanaf vroegste tijd bewoond

Hilversum is een uniek voorbeeld van een gemeente die in letterlijk alle archeologische tijdvakken menselijke bewoning heeft gekend vanaf de Neanderthalers. Het Gooi is niet alleen een belangrijke vindplaats voor prehistorische overblijfselen die teruggaan tot zo’n 120.000 jaar geleden, de zandige Gooise bodem geeft ook veel overblijfselen prijs uit latere tijden. Niet verwonderlijk dus dat het Museum Hilversum van oudsher een archeologisch museum was. Maar toen in latere jaren het accent werd verlegd naar kunst en architectuur, belandde de archeologische collectie in depot.

Museum voor het Gooi en Omstreken

De opgraving van grafheuvels op de Gooise heide door het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden was in 1934 een van de aanleidingen voor de oprichting van het Museum voor het Gooi en Omstreken, of kortweg Goois Museum. De vondsten werden verdeeld tussen het Rijksmuseum van Oudheden en het jonge museum, dat was gevestigd in het voormalige raadhuis aan de Kerkbrink. In 1938 volgde de opgraving van een middeleeuwse nederzetting op de Lange Heul. Sindsdien groeide de archeologische collectie van het Goois Museum gestaag.

Behalve de vondsten uit de verschillende voor- en naoorlogse opgravingen zijn talloze losse vondsten en vondsten uit particuliere collecties bijeengebracht. Hieronder zijn ook de vondsten afkomstig van opgravingen door Naerdincklant, de AWN-afdeling van vrijwilligers in de archeologie voor regio Gooi- en Vechtstreek, en daarnaast veel losse vondsten die leden van Naerdincklant en andere amateur-archeologen naar het museum brachten. Bij elkaar bestrijken ze alle tijdvakken van de prehistorie en de bronstijd tot en met de middeleeuwen en later.

Deel van een prehistorische speerpunt gevonden op de Hoorneboegse Heide bij Hilversum. Deze zeldzame vuurstenen ‘pointe de Tayac spits’ is tussen 55.000 en 35.000 jaar oud.

Voor iedereen te zien

De eerste conservator van het Goois Museum, amateur-archeoloog Willem J. Rust, legde tussen 1934 en 1947 de basis voor de archeologische collectie. Niet alleen zorgde hij ervoor dat de archeologie van het Gooi in een collectie bijeen werd gebracht, maar ook dat die in een tentoonstelling in het museum voor iedereen te zien was. Rust spande zich ook in om oudere vondsten uit het Gooi voor het museum te verkrijgen. Bijvoorbeeld de vondsten die de bekende Hilversumse notaris en wethouder Albertus Perk (1795-1880) al in het midden van de 19e eeuw had opgegraven. Als amateur-archeoloog had Rust zelf ook een privé-verzameling met vondsten uit het Gooi. Na zijn overlijden in 1988 kocht het museum op een veiling een deel van die verzameling voor de museumcollectie.

Vondsten van particulieren

Na het vertrek van Rust in 1947 werd de tentoonstelling archeologie ontmanteld en op zolder opgeborgen. Het museum bleef echter wel betrokken bij enkele grote opgravingen in de jaren vijftig en zestig, die een grote hoeveelheid vondsten opleverden die in de museumcollectie werden opgenomen. Ook werd de museumcollectie verrijkt met vondsten die door particulieren werden geschonken of in bruikleen afgestaan.

Conservator Jan Albert Bakker (1949-1969) had veel contacten met amateur-archeologen, bijvoorbeeld met de Gooische Studiegroep van Archeologische Wetenschappen (GSAW). Deze groep scholieren had een omvangrijke verzameling van voornamelijk aardewerk scherven en vuurstenen werktuigen bijeengebracht. Het museum had deze waardevolle verzameling jarenlang in bruikleen en kon deze uiteindelijk in 1977 aankopen. Door de aanpak van Bakker fungeerde het museum zo lange tijd als regionaal archeologisch depot en kenniscentrum op het gebied van de archeologie van het Gooi.

Overhandiging archeologische collectie. Op donderdag 28 maart 2013 overhandigde burgemeester Broertjes (rechts) de archeologische collectie van de gemeente Hilversum officieel aan gedeputeerde Elvira Sweet (midden) van de provincie Noord-Holland.

Noodklok

Toen de Stichting Museum voor het Gooi en omstreken het financieel niet meer kon bolwerken kwam de museumcollectie, inclusief de archeologische collectie, in handen van de gemeente Hilversum en verhuisde in 1969 naar het toen nieuwe Cultureel Centrum De Vaart. Hier was op de historische afdeling een vaste presentatie van de archeologische topstukken te zien. In 1988 verhuisde de historische afdeling terug naar het oude raadhuis aan de Kerkbrink. Dit was inmiddels gemeentemuseum geworden onder de naam Goois Museum en had een vaste presentatie voor archeologie.

In 2005 ging het Goois Museum op in Museum Hilversum. De archeologische collectie was toen al overgebracht naar een depot. De aandacht voor de collectie was verflauwd en toen de omstandigheden waaronder hij werd bewaard op z’n zachts gezegd niet optimaal bleken, luidde de AWN-afdeling Naerdincklant de noodklok. Uiteindelijk besloot de gemeente Hilversum in 2012 om zijn archeologische verzameling over te dragen aan het provinciaal archeologsich depot.

“Het is jammer dat de collectie fysiek uit het Gooi verdwijnt,” zegt voorzitter Anton Cruysheer van Naerdincklant, “maar wij zijn blij dat al de Gooise archeologische vondsten straks onderdak krijgen in het nieuwe Archeologisch Informatie Centrum waar ze onder de best denkbare condities worden bewaard, digitaal toegankelijk worden gemaakt en bovendien voor bruiklenen – zoals exposities – beschikbaar blijven.”

Bron: Naerdincklant Jaarboek 2005

Publicatiedatum: 18/02/2013