Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie
NL | EN

Van Heinekens Bierhuis naar huis van de Vrijmetselaars

Het was eens een bierhuis ontworpen door Cuypers voor Heineken, maar werd later het huis van de Vrijmetselaars. De Vrijmetselaarsloge La Charité is de oudste nog bestaande in Nederland en zij gebruiken een deel van het pand nog steeds. In de gevel zijn de symbolen van de vrijmetselarij ook nog te herkennen.

Cuypers ontwierp Het Bierhuis

De Vondelstraat is sinds de aanleg van de Vondelbrug over het Vondelpark in 1947 in tweeën gedeeld waardoor nummer 41 een hoekpand is geworden. De nummers 43 en 45 werden toen gesloopt. Dit verklaart de muur zonder ramen in de Eerste Constantijn Huijgensstraat. Nummer 41 werd door de beroemde architect Cuypers in 1873 gebouwd in opdracht van Heineken. Het Bierhuis Vondel was compleet met restaurant, biljardkamer en kegelbaan. Van het oorspronkelijke ontwerp zijn alleen de zij- en achtergevel nog over.

Opdrachtgever Gerard Adriaan Heineken werd in 1841 geboren in een koopmansgezin. Het bedrijf Heineken ontstond toen de 22-jarige Gerard, brouwerij De Hooiberg in Amsterdam kocht. Zijn opzet was een bier te brouwen met uitmuntende grondstoffen en de nieuwste technieken. Al sinds de middeleeuwen werd verdund bier gebruikt als voedzaam en hygiënisch alternatief voor water, dat vaak vervuild was en daardoor ziekteverwekkers kon verspreiden. Deze noodzaak liep in de 19e eeuw ten einde door de steeds beter wordende drinkwaterkwaliteit.

In 1867 werd wegens de dreigende demping van de Nieuwezijds Voorburgwal, waarover de grondstoffen werden aangevoerd en het bier werd afgevoerd, uitgeweken naar de toenmalige stadsrand. Aan de Stadhouderskade realiseerde Heineken zijn fabriek. Bij de fabriek hoorde ook het biercafé De Vijfhoek waarvan het embleem, een vijfpuntige ster, nog steeds in het logo staat.

Links: Het bierhuis met nog bebouwing ernaast. Rechts: Het pand anno nu. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

Sinds 1903 eigendom van de Vrijmetselaars

Nummer 39, ‘Het Vondelhuis’, stamt uit 1880 en was ooit een balzaal. Nummer 41 en 39 werden in 1903 door de Vrijmetselaars gekocht en in 1910 samengevoegd tot één pand.

De Vrijmetselarij is een internationaal verbreid en regionaal gestructureerd genootschap van mensen die streven naar geestelijke en morele verheffing, onderlinge waardering en wederzijdse hulp. Ze spreken elkaar aan met broeder of zuster. Het is een genootschap met rituelen en is wereldwijd verspreid. De voorgeschiedenis van de Vrijmetselarij is speculatief. Bekend is de band met de oorspronkelijk Engelse en Schotse steenhouwersgilden die met afspraken en gebaren hun beroep afschermden. Later hebben mensen van buiten het beroep die gebruiken overgenomen en aangevuld met bijdragen uit het christendom, het jodendom en het soefisme.

Aan het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw ontstaat in Engeland en Schotland een aantal verenigingen die regelmatig samenkomen om te vergaderen. Deze vergaderingen hebben enerzijds een sociaal en gezellig karakter. Anderzijds hebben deze vergaderingen een inhoudelijk of filosofisch karakter. Men komt samen rond een bepaald inhoudelijk thema. Deze samenkomsten worden tevens gekoppeld aan vormelijke elementen. De Vrijmetselarij gebruikt vormen die semantisch verwijzen naar de architecten en steenhouwerssymboliek, zoals die in de middeleeuwen was gegroeid.

De Vrijmetselaarsloge aan de Vondelstraat 39. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

Vrijmetselaarsloge La Charité

Loge La Charité behoort tot de oudste Vrijmetselaarsloges in Nederland. Het is een loge met oude tradities die met een behoorlijke mate van ‘eigenzinnigheid’ voortleven in de 21ste eeuw. In de zestiger jaren van de vorige eeuw leverde dat van buitenaf de negatief bedoelde aanduiding ‘spijkerbroekenloge’ op. De Logeleden komen gewoonlijk wekelijks op maandagavond bijeen in dit logegebouw.

De eerste vermelding van een Logeleven in Nederland stamt uit 1734. Twee jaar later worden de activiteiten van de ‘Vrywillige Metselaers’ verboden door de Staten van Holland (als zijnde ‘een queekschool van facties, beroertes en debauches’). Ondanks het verbod gaat de oprichting van nieuwe Loges gestaag door en als prins Willem IV in 1747 vanuit Engeland aan het hoofd van de Republiek wordt geholpen, is de ban gebroken. In de Tweede Wereldoorlog is het interieur behoorlijk verwoest. De Duitsers zagen de Vrijmetselaars als handlangers van de Joden, die streefden naar wereldmacht. Daarom werden de Vrijmetselaars in bezette gebieden verboden.

Het zegel van Vrijmetselaarsloge La Charité. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

Blauwe Tempel: de werkplaats voor ceremoniën

Het ‘Vondelhuis’ werd in 1893 met het Bierhuis verbonden namens het Logebestuur van de Amsterdamse Vrijmetselarij. In 1903 gingen beide panden over in handen van de zeven in Amsterdam gevestigde Vrijmetselarijloges, die een gezamenlijk onderkomen zochten. In 1910-1911 verkregen de panden hun huidig aanzicht dankzij een ingrijpende verbouwing naar ontwerp van P. Heyn. Bij deze verbouwing werden de gevels afgebroken en kwam een geheel nieuwe gevel tot stand in een Rationalistische stijl.

Restauratie van de Blauwe Tempel. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

De vroegere balzaal wordt de “werkplaats” genoemd, hier vinden ceremoniële bijeenkomsten plaats. De grote tempelruimte beneden, de Blauwe Tempel, staat vol met symbolische afbeeldingen en objecten, zoals die ook in de rest van het gebouw te vinden zijn. Zo is op de voorgevel in glas-in-lood een geslepen vijfpuntige diamant afgebeeld, die symbool staat voor de mens als onderdeel van de kosmos. Boven de tempelruimte is later de Rode Tempel gebouwd.

Restauratie van de Rode Tempel. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

Passer en winkelhaak

Boven de entree van het tussenlid bevindt zich een schild met twee symbolen van de vrijmetselarij: passer en winkelhaak met in het midden de letter G (staat voor ‘Graad’).

In het rechterpand vonden de niet- ceremoniële bijeenkomsten plaats. Hier werd van gedachte gewisseld en broederlijk met elkaar gedineerd. De zaal op de parterre is na de sloop van de Duitsers hersteld en heeft weer houtwerk aan de muren en een grote schouw. Bovenin bevond zich een conciërge woning. Dat hebben we nu verhuurd als kantoorruimte.

Het gebouw bestaat uit souterrain, parterre, 1e en 2e verdieping onder een samenstel van zadeldaken bedekt met leien waarvan de gevel eindigt in een punt. Op de begane grond een balkon met ajour borstwering en fenêtre à terre. Op de eerste verdieping is ook een balkon maar dan met een sierijzeren borstwering. De gevel wordt verder verlevendigd door het gebruik van natuurstenen banden, aanzet-, hoek- en sluitstenen. De natuurstenen omlijsting van de vensters is voorzien van geometrische patronen in reliëf.

Twee symbolen die men vaak in Vrijmetselaarsloges aantreft: de passer en winkelhaak (links) en het alziend oog (rechts), het oog van de Opperbouwmeester van het Heelal, dat alles ziet. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

Plafondschilderingen met grote kunsthistorische waarde

Ruim honderd jaar later verkeerden beide panden zowel inwendig als uitwendig in zeer slechte staat. De Vrijmetselaars verkochten nummer 41 aan ons om de restauratie van nummer 39 financieel mogelijk te maken en hun activiteiten daarin voort te kunnen zetten. De restauratiewerkzaamheden hadden als doel de authentieke onderdelen uit de tijd van Cuypers te conserveren en tegelijkertijd de bijzondere identiteit van de Vrijmetselaarsloge te behouden.

In de zaal op de eerste verdieping op no. 41 kwamen in het plafond na het verwijderen van verschillende lagen prachtige schilderingen – kunsthistorische schatten, tevoorschijn. De plafonds zijn o.a. door specialisten van Bureau Monumenten en Archeologie (BMA) vrij goed gedocumenteerd en gefotografeerd. Daarna is in overleg met BMA en Rescura (een gespecialiseerd vak atelier) het plan voor restauratie uitgewerkt.

De sjabloonachtige schilderingen in Art Deco stijl met elementen van de vrijmetselarij erin uit de periode van rond 1900 zijn gemaakt in het balkenkader van Cuypers. Het plafond bleek niet te restaureren en daarom is er een reconstructie van de schilderingen op doek gekomen die werden opgespannen op een frame onder het bestaande plafond.

Stadsherstel Amsterdam en de Vrijmetselaars Stichting Amsterdam (VSA) zijn gezamenlijk opdrachtgever van de restauratiewerkzaamheden. Een constructie die de redding betekent van een uniek stuk cultureel erfgoed, door bouwhistorici omschreven als een voor Nederland zeldzaam type gebouw, speciaal ingericht voor gebruik door de Amsterdamse vrijmetselarij.

Restauratie van de plafondschilderingen. Beeld: Stadsherstel Amsterdam.

Bron: Stadsherstel Amsterdam

Publicatiedatum: 06/05/2024

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

2 reacties

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.