Trots op de Noord-Hollandse stolpboerderij

Gedichten over de stolpen van Noord-Holland.

Gedicht voor Stolp Hoogwoud

Lief en leed onder de kap van riet
een uitzicht waar ik elke dag van geniet

De vierkantbalken zo mooi in t zicht
wat een werk is daarvoor verricht

Onze stolp, ons thuis
met het ruime erf om huis

De kinderen groeien op met veel ruimte en plezier
en spelenderwijs aandacht voor natuur en dier

In huis is het gezellig en goed
en t schuurtje heet nog steeds “de boet”

In de zomer hooien een prachtige tijd
in de winter lekker bij de gashaard ’n zaligheid

De seizoenen komen en gaan
en ik zie mijn stolp weer staan

Wij blijven in jouw wonen mooie stolp, zolang als het kan
en tot op die dag genieten wij er dagelijks van.

Inzending van Saskia de Jong

Stolp Hoogwoud

Gedicht voor Hoeve de Berg

fier reikt jouw nok
naar de hemel
zes gehavende steunpilaren
dragen jou al eeuwen lang

het hek staat open
voetstappen knarsen
een melkbus siert de tuin
klompen voor de deur

herinneren aan vroeger
langs het tuinpad reikt de leilinde
haar takken rank
zwaluwen vliegen af en aan
hun jongen gluren onder de dakpan
bekjes vol verwachting

knotwilgen, grillig en grof
spiegelen in de sloot
koeien grazen
de hooiberg geurt
rantsoen voor de winter
de gierput is leeg

een overall aan een haak
de kleur van hortensia
dorsdeuren kraken
het verleden schuilt in je schaduw.

Een gedicht van de voormalige bewoners van de boerderij van Groen, Middelweg 217, Hoeve de Berg. Inzending van Dorothé Rodenburg-Glorie

Hoeve de Berg. Foto: Jan Schermer

Een ode aan de Stolp

S  Stoer sta jij hier al eeuwenlang
T  Trots als een baken op de bouw
O  Olmen en populieren wuiven je toe
L   Lokt mens en dier onder je dak
P   Pyramide van Hollands makelij

Een acrostichon van © Marry Overtoom-Bruin, Heerhugowaard. Inzending van Marry Overtoom-Bruin

Stolp Grosthuizen

Trots op mijn stolpen

Ze zijn de piramides van het grazige weideland,
de eeuwen oude pijlers van Noordhollands boerenstand,
die, met de spitse torens van de kerken, hand in hand
gaan om de blauwe hemelkoepel te stutten en te schragen.

Ze houden met hun enkele of dubbele vierkant –
langs sloot, vaart, dijk gesitueerd, dus wind en storm bestand –
hier grote, groene lakens, de grasland variant
van zandvlakte, met hun gewicht glad, plat, waarin zij zichtbaar slagen.

Waar d’een scheldt: grove puisten, zegt d’ander ’n diamant:
over smaak valt niet te twisten! Maar wie voelt er geen band
met ‘t voedsel van de boeren en hun vee – zij leveren, wij vragen –
door wat gefokt, gemolken wordt, verbouwd. En ons schier nagedragen.

Maar menig dak, liefst riet gedekt, wat meer nog doet behagen,
staat zich majestueus, massief, sinds jaren af te vragen,
hoe lang zijn levensduur nog is. Het telt met vrees zijn dagen.
Een villa met een mega stal schijnt een geliefd, werkbaarder pand.

Doch wie met schenners-, slopershand zich aan ons erfgoed wage,
treffe alsnog pharao’s vloek, gedaan in vroeger dagen,
op dat nooit later ’t nageslacht zich spijtvol hoeft beklagen:
Waar bleef Noordhollands pronk en pracht van ‘t oude boerenland?

Inzending Marijke Karten

Publicatiedatum: 18/09/2013