Teylers Museum belicht luchtballon van alle kanten

Ze waren gevaarlijk en nauwelijks te besturen, maar oh, wat waren de eerste luchtballonnen opwindend. Eeuwenlang droomde de mens ervan om los te komen van de grond. En nu was het dan zo ver. Het Teylers Museum wijdt er een tentoonstelling aan.

Laten we maar meteen met het leukste onderdeel van de tentoonstelling beginnen. Door speciale ‘virtual reality’-brillen op te zetten, kun je een stukje meevaren in een luchtballon. Kijk je vooruit, dan zie je de Alpen. Kijk je omhoog, dan zie je de brander die de lucht verhit waarmee de luchtballon wordt voortgestuwd . En kijk je naar rechts, dan kun je over de rand van de mand kijken. Dat is best eng; je zou er zo hoogtevrees van kunnen krijgen.

De eerste luchtballon ging in 1783 de lucht in. In dat jaar lukte het de Franse gebroeders Montgolfier om een onbemande heteluchtballon 900 meter hoog te laten vliegen. Op een fraaie gravure zie je hoe de broers hun heteluchtballon in Versailles demonstreren aan koning Lodewijk XVI. Ze wisten nog niet of er zo hoog in de lucht wel voldoende zuurstof was, en daarom stuurden ze maar een schaap, een haan en een eend mee. Acht minuten later landde de ballon een paar kilometer verderop. De dieren kwamen met de schrik vrij. Het schaap mocht zelfs naar de koninklijk dierentuin verhuizen, waar hij de andere dieren ongetwijfeld met zijn spannende avonturen zal hebben vermaakt.

Uitvinder Jacques Charles werkte intussen aan een ballon die met het lichte waterstofgas was gevuld. Al snel ontstond er een wedloop tussen de heteluchtballon en de gasballon. De heteluchtballon won, maar de gasballon werd al snel standaard, omdat die toch iets minder brandgevaarlijk bleek.

Dood van de luchtreiziger La Mountain, 1875.

Lithografie van Charles Laplante naar Albet Tissandier. Beeld: Teylers Museum.

Dood van de luchtreiziger La Mountain, 1875.Dood van de luchtreiziger La Mountain, 1875.

Magisch

Het praktische nut van de luchtballonnen bleef weliswaar beperkt – ze waren onbestuurbaar en verongelukten vaak -, maar ballonvaarten spraken desalniettemin zeer tot de verbeelding. “Er was sprake van een ballongekte,” zegt Trienke van der Spek, hoofdconservator Wetenschap van het Teylers. “Mensen willen het nieuwe wonder zien: dat je van de aarde los kunt komen. Net als later de eerste man op de maan, sloeg de luchtballon in als een bom.”

“Het heeft iets magisch, om stil in zo’n mandje te hangen, met de wereld aan je voeten,” vult collega-conservator Terry van Druten aan. “Het was een avontuur, met een gevaarlijk randje, want je hangt daar dan toch maar onder een zak van hete lucht, in een rieten mandje, kilometers boven de grond. Dat blijft fascineren.”

Het gevolg was dat commerciële ballonvaarders door heel Europa reisden om geld te verdienen met toegangskaartjes en souvenirs. Ballonnen werden een vaste attractie bij de grote Wereldtentoonstellingen eind negentiende eeuw. Het publiek kon een paar honderd meter opstijgen in een ballon die aan een kabel vastzat, van het uitzicht genieten en na afloop een mini-ballon mee naar huis nemen.

Voorbeelden van die gekte zijn ook op de tentoonstelling te zien: met ballonnen versierde meubels, pendules en snuifdozen. Maar natuurlijk worden er ook fraaie prenten getoond. Zo zien we op een prent uit 1785 hoe de Fransman Blanchard op 12 juli de eerste bemande ballonvaart in Nederland maakt vanaf de tuin van Paleis Noordeinde in Den Haag. Het duurt uren om de ballon met gas te vullen en daarom zie je naast de ballon vele tonnen vol waterstofgas staan. Een andere prent toont hoe de Fransman Augustin in 1806 de eerste bemande ballonvaart vanaf Amsterdam maakt, waarbij mensen hem vanaf de daken toewuiven.

Reuzenballon ‘Le Geant’ wordt met gas gevuld in het Paleis voor Volksvlijt, 1865.

Albuminedruk van Jan D. Brouwer. Beeld: Teylers Museum.

Reuzenballon 'Le Geant' wordt met gas gevuld in het Paleis voor Volksvlijt, 1865.Reuzenballon ‘Le Geant’ wordt met gas gevuld in het Paleis voor Volksvlijt, 1865.

Fopman

Ballonvaart was dus vooral een Franse aangelegenheid, maar dat neemt niet weg dat de Haarlemse instrumentmaker Abraham Hopman in 1804 de eerste Nederlandse ballonvaarder wilde worden. Helaas voor hem lekte de luchtballon, waardoor het experiment jammerlijk mislukte, tot woede en teleurstelling van het publiek dat een kaartje had gekocht, en dat hem de bijnaam ‘Fopman’ gaf.

Hopman kwam er overigens beter vanaf dan de Franse natuurkundige Jean-François Pilâtre de Rozier, die als eerste het Kanaal wilde oversteken. Hij kruiste daarvoor een hetelucht- met een gasballon. Dat had hij misschien beter niet kunnen doen, want door de combinatie van het brandbare waterstofgas en het open vuur vatte de ballon vlam en stortte hij neer. Hij mag dan de eerste luchtvaarder zijn geweest, lang heeft hij er niet van kunnen genieten.

Dat ballonvaarten niet gespeend van risico waren zien we ook terug op een dramatische prent die het logo van de tentoonstelling is geworden. In 1873 verongelukte de Amerikaanse avonturier John La Mountain hoog boven de wolken, toen de touwen van zijn ballon losschoten. De prent werd afgedrukt bij een lang tijdschriftartikel over ‘drama’s in de wolken.’ Het publiek genoot volop van dit soort gruwelverhalen.

Nadar en zijn vrouw Ernestine in een luchtballon, ca. 1865.

Beeld: collectie Metropolitan Museum New York, Gilman Collection.

Nadar en zijn vrouw Ernestine in een luchtballon, ca. 1865.Nadar en zijn vrouw Ernestine in een luchtballon, ca. 1865.

Le Géant

Ook ballonvaarder Félix Nadar zat het niet altijd mee. In oktober 1863 verloor hij met zijn reuzenballon ‘Le Géant’ nabij Hannover al snel hoogte, raakte de grond en werd 16 kilometer meegesleurd, om ternauwernood tot stilstand te komen voor een aanstormende trein. Ja, dat waren nog eens tijden.

Twee jaar eerder, in 1865, was dezelfde reuzenballon, die drie keer groter was dan een standaardballon, nog in Amsterdam op bezoek geweest. De ballon werd in het toenmalige Paleis voor Volksvlijt met gas gevuld en het publiek kon daar een kaartje voor kopen. Onder de 45 meter hoge ballon hing geen gewone ballonmand, maar een compleet ingericht huisje, dat voor de tentoonstelling is nagebouwd.

Maar dan wel zonder Nadars bed, stapelbedden voor de passagiers, een voorraadkast met champagne, wc, fotostudio en een kleine drukkerij voor reclamefolders en strooibiljetten, die hij tijdens de vlucht afwierp. Massa’s mensen kwamen kijken hoe ‘Le Géant’ opsteeg. Natuurlijk had niet iedereen het geld om een ballonvaart mee te maken, maar in Nadars fotostudio kon je je wel als ballonvaarder op de foto laten zetten. In het nagebouwde huisje kun je nu niet alleen door stereokijkers foto’s bekijken van dit historische evenement, maar ook kun je jezelf op de foto zetten en daarmee kans maken op een échte ballonvaart.

De Fransman Augustin in zijn gondel

In 1806 vliegt Augustin in zijn gondel, een mand in de vorm van een schip, over Amsterdam, terwijl mensen hem vanaf de daken toewuiven. Het was de eerste bemande ballonvaart vanaf de hoofdstad. Anonieme ets. Beeld: Teylers Museum

De Fransman Augustin in zijn gondelDe Fransman Augustin in zijn gondel

Brandgevaar

De tentoonstelling gaat uitgebreid in op de diverse gassen die voor de luchtballon zijn ontwikkeld. Die leidden tot een ontdekking waar onze voorouders nog veel plezier aan hebben beleefd. Heteluchtballonnen raakten namelijk al snel uit de gratie vanwege het brandgevaar door het open vuur. In Nederland werden ze vanaf 1808 zelfs bij wet verboden. Alle luchtballonnen in de negentiende eeuw werden daarom met gas gevuld.

Waterstofgas, dat aanvankelijk werd gebruikt, was duur en lastig te maken. Vandaar dat de Maastrichtenaar Jan Pieter Minckelers in 1783 van een Belgische hertog opdracht kreeg een goedkoper en makkelijker te produceren ballongas te maken. Zo ontdekte hij hoe je uit steenkool gas kunt winnen dat lichter is dan lucht. Het gas bleek overigens nog véél geschikter voor gaslampen. En dat leidde er weer toe dat in alle grote steden steenkoolgasfabrieken werden gebouwd voor de stadsverlichting.

Overigens was niet alleen de aandrijving een probleem. Ballonvaarders wilden niet alleen van de windrichting afhankelijk zijn, maar zelf kunnen bepalen waar ze naar toe vlogen. Eind negentiende eeuw lukte dat met sigaarvormige luchtschepen, die door een propeller werden aangedreven. De zeppelin, die vanaf 1900  de lucht in ging, was het meest succesvol.

Dat maakte het mogelijk om redelijk snel en comfortabel de oceaan over te steken. Er komen zelfs lijndiensten, waardoor je in twee dagen van Europa naar Amerika kunt vliegen, in plaats van twee weken op de boot. Alleen rijke mensen kunnen zich dat veroorloven. “Het was de Concorde van die tijd,” zegt conservator Van der Spek. Die lijndiensten worden overigens al vrij snel door vliegtuigen vervangen. Maar dát is weer een heel ander verhaal.

‘De Luchtballon’ is tot en met 28 augustus in het Teylers Museum te zien. Voor kinderen is er een gratis speurtocht, het blad Teylers Magazijn is geheel aan de luchtballon gewijd en schrijvers als Arthur Japin, Daphne Deckers en Simon van der Geest lezen verhalen over ballonvaarten voor. Zie www.teylersmuseum.nl.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 03/05/2016

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.