Textielvondsten uit de Engelmunduskerk

In het voorjaar van 1967 werden, dankzij gunstige vondstomstandigheden in enkele graven, in de Engelmunduskerk twee wollen kledingstukken gevonden, onder andere een gebreid babyjasje en een mannenjas, twee (half)wollen koordjes en enkele zijden (naai)garens.

Deze wollen en zijden textilia zijn gemaakt van dierlijke eiwitvezels. Kleding gemaakt van plantaardige vezels ontbreekt: linnen en katoenen stoffen vergaan vrij snel in de Nederlandse bodem, omdat zij slecht bestand zijn tegen natte, zure omstandigheden. Door het verblijf in de grond worden de textilia (licht)bruin van kleur. Tot aan het eind van de negentiende eeuw werd textiel namelijk met overwegend plantaardige kleurstoffen geverfd, die echter niet licht- en wasecht zijn. Hierdoor lossen deze kleurstoffen vrij snel op in de bodem, waarna het textiel de bruine kleur van de omringende bodem aanneemt. Dit geldt voor vrijwel alle textielvondsten uit de kerk.

Koordjes

In een graf werd een schedel gevonden waarop nog resten van een geweven kapje en een geweven koordje zaten. Alleen het koordje kon nog geborgen worden. Gezien de vondstomstandigheden heeft dit koordje waarschijnlijk gediend om een hoofdkapje aan de onderzijde van de kin te bevestigen. Aangezien dergelijke hoofdkapjes eeuwenlang in gebruik zijn geweest, is het niet mogelijk om dit koordje te dateren.

In een ander graf werd eveneens een halfwollen gevlochten koordje met twee nestels gevonden. Gevlochten koordjes met nestels komen vanaf de zestiende eeuw vaak tevoorschijn bij opgravingen. Dergelijke veters werden in de zeventiende eeuw niet alleen gebruikt voor de sluiting van schoenen, maar ook, in gestrikte vorm, als versiering op kleding of als sluiting van dameskorsetten. Aangezien dit koordje om de nek zat zou het gediend kunnen hebben als een koord waar iets aan heeft gehangen.

Gebreide muts

In een graf werd destijds een schedel met een textielkapje gevonden. Waarschijnlijk is hier, vanwege de aanwezigheid van een stukje wollen breiwerk, sprake van een muts. Het fragment heeft langs een lange zijde een opzetrand of een rand waar het breiwerk is geëindigd. Een dergelijke rand doet vermoeden dat het de rand van een gebreide muts is. Dit soort mutsen, gemaakt van dergelijk grof breiwerk, zijn bekend uit zeventiende en achttiende graven van walvisvaarders op Spitsbergen.

Binnenzijde van een fragment wollen breiwerk, 7,0 x 15,0 cm, 1700-1800. Foto Collectie Huis van Hilde, Castricum, Inventarisnummer : 6115-01.

Gebreid wollen babyvestje

In een graf werden naast het hoofd van een vrouw (?), tussen de restanten van een doodskistje, de resten van een kind en een gebreid wollen babyvestje gevonden. Het vestje bestaat uit een voorpand en twee smalle achterpanden. Hierbij wordt uitgegaan van de veronderstelling dat het vestje aan de achterzijde open was. De afmetingen komen overeen met het huidige maatje 62. Dit hoeft niet te betekenen dat de baby een lengte van 62 cm had en dat de baby nog enige tijd heeft geleefd. Het kan ook een pasgeboren baby zijn die na het overlijden is aangekleed met een vestje van een ouder broertje of zusje.

Voor- en achterzijde van gebreid babyvestje. Tekening S.Y. Comis

Alle panden zijn in één stuk gebreid. Aan de onderzijde is men begonnen met het breien van een 2,5 cm hoge boord met een reliëfmotief. Reliëfmotieven zijn ook gebreid aan de voorzijde en achterzijde bij de mouwen en langs de lange zijden van de twee achterpanden. Een duidelijke sluiting ontbreekt. De aanwezigheid van een geoxideerde messing speld duidt erop dat de twee smalle panden met een speld waren gesloten om het geheel op zijn plaats te houden.

Tot nu toe is slechts één compleet wollen vestje met lange mouwen opgegraven; in de laat-zestiende-eeuwse grachtvulling in de Prinsenstraat in Groningen. Ook dit vestje is van een baby geweest. Hoewel de afmetingen overeenkomen met het vestje uit Velsen is het op een andere manier gebreid met dunner garen.

Baby vest; gebreid in reliëfmotief, 1750-1800. Hoogte: 26,0 cm. Foto Collectie Huis van Hilde, Castricum, Inventarisnummer : 6217-02

Wollen damast jas

In een van de graven werd een vrijwel complete mannenjas met lange mouwen en een opstaande kraag gevonden. De halflange, bruine jas reikte tot over de heupen van de overledene.

De jas heeft twee lange mouwen. Alleen bij de linkermouw kan de oorspronkelijke lengte, namelijk 53,0 cm, nog worden vastgesteld. De onderzijde van de rechtermouw daarentegen is teveel beschadigd. Bij de gerestaureerde jas horen nog twee losse delen die oorspronkelijk bij de pols hebben gezeten. Elke mouw heeft twee intacte knoopsgaten. Dankzij deze losse fragmenten kan vastgesteld worden dat bij elke pols een circa 10 cm lange splitvormige opening aanwezig was, die met twee knopen gesloten werd. De mouwen zijn op een aparte wijze vastgenaaid aan het lijf. Bij de voorpanden zijn rechthoekige inkepingen gemaakt, waarna deze openingen zijn opgevuld met min of meer driehoekige stukken van hetzelfde weefsel.

Voor- en achterzijde van de wollen damastjas. Tekening S.Y. Comis

Aan de voorzijde werd de jas oorspronkelijk gesloten met 20 knopen waarvan er nu nog zes bewaard zijn gebleven op het rechtervoorpand. Deze knopen bestaan uit een harde kern, die overtrokken is met wollen draden die in een matjespatroon over de kern zijn gespannen. In het linker voorpand zitten 20 knoopsgaten die 3,0 cm lang zijn. Sommige knoopsgaten zijn door het dragen uitgerekt tot een lengte van 3,5 cm. De spleetvormige openingen zijn met de zogenaamde knoopsgatensteek afgewerkt met een dikke bruingekleurde zijden draad. Dit is nog goed zichtbaar bij de onderste knoopsgaten die, vanwege de vorm van de voorpanden, nooit gebruikt zijn. De jas is destijds langdurig gedragen en veelvuldig gerepareerd. Vooral ter hoogte van de heupen heeft de jas strak over het lichaam gezeten.

Detail heren jas van wollen damast, 1750-1800. Foto Collectie Huis van Hilde, Castricum, Inventarisnummer : 6217-01

Van de jas is alleen de wollen buitenzijde nog intact, de linnen voering is vergaan. Voor de jas is een damastweefsel genomen, een weefsel met ingeweven motieven die dankzij de afwisseling van ketting- en inslagsatijn zichtbaar zijn. De motieven bestaan uit een afwisseling van steel- en bloemmotieven met motieven die opgevuld zijn met een ruitjespatroon. Dergelijke motieven waren zeer geliefd in de achttiende eeuw. In museale collecties zijn hiervan voldoende voorbeelden bekend. Opvallend is dat het motief van de jas uit de Engelmunduskerk bijzonder groot is.

Dankzij het feit dat de jas zo goed bewaard is gebleven kunnen de maximale maten van het bovenlichaam worden vastgesteld. De jas heeft, in gesloten toestand, zowel een borst- als een tailleomvang van 114 cm. In principe is dit een forse mannenmaat. Men moet hierbij wel rekening houden dat onder de jas minimaal een linnen hemd, en mogelijk een wollen of zijden vest is gedragen.

Voorzijde heren jas van wollen damast. Hoogte 76,0 – 82,5 cm, 1750-1800. Foto Collectie Huis van Hilde, Castricum, Inventarisnummer : 6217-01

Achterzijde heren jas van wollen damast. Hoogte 76,0 – 82,5 cm, 1750-1800. Foto Collectie Huis van Hilde, Castricum, Inventarisnummer : 6217-01

Dagelijkse kleding

Hoewel in de Engelmunduskerk relatief weinig textiel is geborgen kunnen toch enkele uitspraken worden gedaan over de kleding en het grafritueel. Over het algemeen wordt aangenomen dat overledenen begraven werden in een linnen (doods)hemd en of gewikkeld werden in een linnen doek. Toch is dankzij archeologisch onderzoek bekend dat veel doden in hun dagelijkse kleding werden bijgezet.

De man uit het graf in de Engelmunduskerk, waarvan alleen de jas is bewaard, heeft ongetwijfeld een linnen hemd en een linnen of katoenen broek gedragen. Dergelijke broeken reikten in de achttiende eeuw tot op de kuit. De benen werden verder bedekt door wollen of zijden gebreide kousen, die al dan niet met kousenbanden op de plaats werden gehouden. Verder zal de man in het dagelijkse leven lage schoenen hebben gedragen. Hoewel leren schoenen wel in graven bewaard kunnen blijven ontbreken deze in het graf; in de achttiende eeuw werden alleen geestelijken met schoenen bijgezet.

De vondst van het gebreide babyjasje is bijzonder. Het breiwerk werd gevonden tussen houten plankjes. Zowel het formaat van de kist als de afmetingen van het vestje duiden op de restanten van een kleine baby. Kleding uit baby- of kindergraven komt niet vaak voor: talrijke publicaties over kleding opgegraven in kerken vermelden nauwelijks gegevens over kinderkleding.

Auteur: S.Y. Comis.

Zie: Noord-Hollandse Archeologische Publicaties-10, p. 62 t/m 68.

Geredigeerd door: Judith van Amelsvoort, redactie Oneindig Noord-Holland.

Download hier het rapport

Eind oktober 2020 is het rapport over de Engelmunduskerk in Velsen-Zuid online gepresenteerd. Hierin staat de rijke historie van de Engelmunduskerk centraal. De basis voor dit rapport is oud archeologisch (1945-1968) en bouwhistorisch onderzoek. Deels werd het uitgevoerd door bevlogen vrijwilligers, deels door archeologen van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Het leidt, tientallen jaren na dato, bij herbestudering van het materiaal tot een volledig verslag van de archeologische onderzoeken.

Noord-Hollandse Archeologische Publicaties-10 : De Engelmunduskerk in Velsen-Zuid Resultaten van het onderzoek van 1945 tot heden.

Publicatiedatum: 09/11/2020