Stadhuis van Edam

Het is 1737. Aan het Franse hof regeert Lodewijk XV, achterkleinzoon van de Zonnekoning. De stijl van de Franse Barok en de Louis XIV-stijl domineren de Europese cultuur. Zo ook in Edam. Het nieuwe stadhuis wordt compleet in Louis XIV-stijl opgetrokken. Dit overheidsgebouw moest geen calvinistische soberheid, maar grandeur en autoriteit uitstralen.

Naar de tijdgeest…

Het in 1737 aan het Damplein opgetrokken nieuwe stadhuis (thans dependance van het Edams Museum) kreeg de allure van een stadspaleis met Louis XIV-uitstraling, die de Edamse elite zich liet welgevallen: pompeus, symmetrisch, verheven boven het gewone.

Het nieuwe stadhuis van Edam aan het Damplein.

Het nieuwe stadhuis van Edam aan het Damplein. Edams Museum

Rechten als geschenk, dingen als recht

In 1357 verkreeg Edam stadsrechten van graaf Willem V. Eigenbelang, zo bleek later: tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten ging het op de achtergrond feitelijk om de macht: die van het grafelijk gezag en de stedelijke regenten. Voor de Edamse burgers nam de rechtszekerheid toe, schout en schepenen konden nu zelf rechtspreken (‘dingen’ werd dat toen genoemd; denk aan ‘kort geding’, dat hiervan is afgeleid).

Edam kreeg toestemming om een nieuwe haven naar zee te graven. Via twee vaarwegen, de Voorhaven en vervolgens het Oorgat, kon naar de Zuiderzee uitgevaren worden, en behoefde men niet meer de omweg via het Purmermeer te nemen. Het andere zeegat, ‘het Oare Gat’, verbond Edam nu met de rest van de wereld.

Gravure: portret van graaf Willem V.

Gravure: portret van graaf Willem V. Edams Museum

Baas in eigen huis

De verkregen stadsrechten gingen gepaard met privileges, die de Edamse bevolking voorspoed brachten en bijdroegen aan de economische groei van de nieuwe stad. Driemaal per jaar mocht een jaarmarkt worden gehouden. Bestuurlijk werd de nieuwe stad geleid door een schout en zeven schepenen met een bode. De belangrijkste ‘machtsverschuiving” is wel dat burgerpartijen zelf hun geschillen (bijvoorbeeld over schulden en erfenissen) konden aanbrengen bij de stedelijke regering. Tot dan was het duel en het gewoonterecht beslissend geweest. Vanaf 1357 was het duel binnen de poorten van Edam verboden. Bescherming van de burgers (door de schout) werd vastgelegd in het stadsrecht, zodat de stad in trek raakte bij velen die hun belangen veilig wilden stellen. De Edammers werden baas in eigen huis.

 

Het oude stadhuis van Edam aan de Voorhaven.

Het oude stadhuis van Edam aan de Voorhaven. Edams Museum

Hek op de Hoge Damsluis

Op de afbeelding staat het oude stadhuis in het midden, links de Gasthuissteeg, rechts het in 1652 gebouwde pand Voorhaven 137 (thans depot van het Edams Museum). De Lutherse Kerk te Edam ligt in het centrum van de stad, aan de ‘donkere kant’ van de Voorhaven. Op diezelfde plaats stond oorspronkelijk het gasthuis van de Heilige Geest voor de verpleging van thuiszittende armen. Dit gasthuis was omstreeks 1400 gesticht door een zekere Floris van Alcemade. Later, mogelijk na de Reformatie, kreeg het gebouw de bestemming van raadhuis.

Toen de stad in 1737 begon met de bouw van een nieuw raadhuis, dat in 1738 gereedkwam aan het in 1624 aangelegde Damplein, kreeg de Lutherse gemeente het oude raadhuis en liet op het vrijkomende terrein in 1739-1740 een nieuwe kerk bouwen. De hekken die voor het oude stadhuis stonden doen thans nog dienst op de Hoge Damsluis.

 

Het smeedijzeren hekwerk van het oude stadhuis.

Het smeedijzeren hekwerk van het oude stadhuis. Edams Museum (Sieuwers collectie)

Van saamhorig naar gehoorzaam

Het veilige ‘wij-voor-iedereen-gevoel’, dat de stedelingen hadden en de korte lijnen van de sociale controle zorgden zeker een eeuw voor een harmonische samenleving. In de loop van de 15e eeuw ontstonden scheurtjes in de saamhorigheid, toen langzamerhand een kleine groep gefortuneerde burgers zijn succes bleef uitbouwen terwijl een veel grotere groep burgers van de zijlijn moest toekijken.

In de eeuwen daarna groeide de maatschappelijke kloof en kreeg een ‘geneugtelijcke minderheit’ het in Edam voor het zeggen. De Gouden Eeuw versterkte die ontwikkeling en de rechtvaardiging ervoor nog eens.

Vrijheidsboom.

Vrijheidsboom. Beeld: Geheugen van Nederland

Vrijheid

Aan het eind van de 18e eeuw braken ook in de Nederlanden onlusten uit die vaak kortweg worden gekenschetst als ‘uitlopers’ van de Franse Revolutie. Patriottische en Oranjegezinde groeperingen kwamen tegenover elkaar te staan. Toen echter in Frankrijk Lodewijk XVI werd afgezet en onthoofd, waren de kaarten geschud en in 1794 vielen de Franse troepen ons land binnen. De stadhouder prins Willem V vluchtte naar Engeland. Schout, schepenen, burgemeesters en vroedschapsleden droegen hun ambt over aan het Comité Revolutionair. De municipaliteit van Edam was aangetreden, de vrijheidsboom geplant!

Auteur: Betty Slot (VVV Edam).
Samenstelling: Robert J. Lammers (Edams Museum).

Publicatiedatum: 12/05/2014