Singel 60

Singel 60 is gebouwd omstreeks 1745 en behoort met zijn 5,6 m brede gevel tot het standaardtype grachtenhuis, bestaande uit voorhuis, tussenlid en binnenplaats en achterhuis, met daarachter nog een tuin. Dat laatste is zeldzaam op het Singel: in de stadsuitleg van 1585 is weinig ruimte voor grachtentuinen. Meestal zijn de kavels tussen Singel en Langestraat en tussen Singel en Herengracht verderop helemaal volgebouwd. Veel huizen hebben aan deze zijde van het Singel een koetshuis in de Langestraat, immers een typisch koetshuizen-straatje. Alleen Singel 58 t/m 64 hebben tuinen, afgesloten door een blinde muur in de Langestraat.

Kracht en eendracht

De verhoogde lijstgevel van Singel 60 is een voorbeeld van de Lodewijk XIV-stijl. De zandstenen kroonlijst heeft raampjes en een halfrond vlieringluik (nu van glas) in de fries en lamberquins eronder. Boven de halfcirkelvormige middenverhoging van de gevel is een attiek met zandstenen kuif geplaatst: een hoogoplopende versiering, voorzien van golvend beeldhouwwerk, en putti (kinderfiguurtjes) op de hoeken. Dit type is nog op veel plaatsen te zien, onder andere bij de belendende panden op nummer 56, 66 en 68. Op de linkerhoek van de gevel zijn twee gehelmde putti te zien met een pijlenbundel en een stok, symbolen van kracht en eendracht. Rechts heeft het pendant met putti gestaan, maar deze zijn helaas enkele decennia geleden verdwenen. De houten deuromlijsting heeft Ionische pilasters.

Gevel Singel 60

Foto: Digitaal Grachtenhuis

Gevel Singel 60Gevel Singel 60

Versierde schijndeuren en een gang vol stucbeeld

Het huis heeft een fraaie symmetrische gang met marmeren vloeren en lambrizeringen en ornamentaal stucwerk. In smalle grachtenhuizen werd het ideaal van symmetrie opgeroepen door ‘schijndeuren’ te plaatsen. De bezoeker krijgt zo het idee in een centrale gang met aan weerszijde kamers te lopen in plaats van in een traditionele zijgang. Het eerste gedeelte van de gang is iets breder, een curieus overblijfsel van het voorhuis dat we in Amsterdamse woonhuizen in de 17de eeuw aantreffen. De deuren, zowel de schijn- als de echte deuren, zijn geprofileerd en versierd met fraai gesneden kuifjes in Lodewijk XIV-stijl. De gang is gedecoreerd in de overgangsperiode tussen de Lodewijk XIV- en Lodewijk XV-stijl. Aan het einde van de gang bevindt zich een ovaalvormig trappenhuis. Ook de trapbaluster is in de vorm van een ovaal. Als we een paar treden opgaan, zien we in een nis een stucbeeld, staande op een piëdestal. Losstaande beelden in nissen komen vooral voor in grote, voorname huizen uit de Lodewijk XIV-periode. Het stucbeeld in het ovale trappenhuis van Singel 60 stelt Ceres (Demeter) voor, de godin van de landbouw en beschaving, en symboliseert hier de aarde. In haar kapsel draagt zij enige rijpe korenaren. Met de sleutels in haar rechterhand doet zij in de winter de aarde op slot. Aan het einde van de gang bevindt zich ook de toegang naar de zaal met daarboven een stucreliëf. Twee putti flankeren het alliantiewapen: rechts het ovaalvormige wapen van de vrouw, links het schildvormige van de man.

Singel 60, stucreliëf met putti boven de toegang naar de zaal

Foto: Digitaal Grachtenhuis

Singel 60, stucreliëf met putti boven de toegang naar de zaalSingel 60, stucreliëf met putti boven de toegang naar de zaal

Bouwgegevens

Gebouwtype: Woonhuis
Geveltype: Verhoogde lijstgevel
Bouwstijl: Lodewijk XIV
Bouwjaar: 1745±

Monumentstatus: Rijksmonument

Meer informatie over dit grachtenpand is te vinden op de website van het Digitaal Grachtenhuis

Publicatiedatum: 18/03/2014

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.