Scheepvaartmuseum jubileert met bonte expositie

Een reliek van Jan van Speijk, fascinerende stereofoto's van Nova Zembla en scheepsmodellen uit de zeventiende eeuw. Het Scheepvaartmuseum viert het honderdjarig bestaan van de vereniging die aan het maritieme museum ten grondslag ligt met een bonte en gevarieerde tentoonstelling.

Het Scheepvaartmuseum opende in 1922 in de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid

Beeld: Scheepvaartmuseum Amsterdam

Het Scheepvaartmuseum opende in 1922 in de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-ZuidHet Scheepvaartmuseum opende in 1922 in de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam-Zuid

Toen het Amsterdamse Scheepvaartmuseum besloot een tentoonstelling aan het honderdjarig bestaan te wijden, koos men voor ‘Drijfveer’, want waarom verzamelt iemand? Je kunt het doen om te pronken, maar je kunt ook souvenirs verzamelen, zoals scheepslieden ooit bordjes van Chinees porselein met een afbeelding van de Tafelbaai meenamen.Het thema bood de tentoonstellingsmakers de gelegenheid om iets anders te laten zien dan de duizend voorwerpen die deel uitmaken van de vaste collectie van het museum. In totaal beschikt het Scheepvaartmuseum over 400.000 objecten, waarvan de meeste zich in het depot bevinden. De 350 objecten die nu worden getoond zijn zelden tot nooit te zien geweest: foto’s, objecten, schilderijen, globes en atlassen.In 1916 richtte een groepje rederijen en particulieren die de maritieme geschiedenis voor het nageslacht wilde behouden, een vereniging op. Zes jaar later opende het museum haar deuren in de Cornelis Schuytstraat, waar nu veilinghuis Christie’s is gevestigd. Pas in 1974 verhuisde het museum naar de huidige plek waar de marine altijd heeft gezeten: ’s Lands Zeemagazijn.

Maritieme glorie

Meteen al bij binnenkomst van de eerste tentoonstellingszaal wordt de aandacht getrokken door twee borden van Delfts aardewerk, waarop schepen op het IJ van de achttiende eeuw te zien zijn. Een binnenvaartschip strijkt de zeilen, maar ook de rijk versierde spiegel van een oorlogsschip is te zien. Het museum kreeg dit aardewerk cadeau bij het veertigjarig bestaan. De toenmalige directeur was er blij mee, omdat achttiende-eeuwse schilderijen te duur waren voor het museum, maar ook omdat je met fraai beschilderd aardewerk de maritieme glorie goed kunt laten zien.Naast een scheepsmodel uit 1675, dat gedetailleerd laat zien hoe een oorlogsschip er destijds uitzag, toont de eerste zaal ook een schilderij dat Andreas Schelfhout in 1846 van een radarstoomschip maakte. Op het water is het een drukte van belang: aan de kade zien we het stoomschip, waarmee een veerdienst wordt onderhouden, passagiers aan boord nemen. Elders op het water zoeken binnenvaartschepen en sloepjes een veilig heenkomen, omdat het weer aan het omslaan is. Het museum is blij dat ze nu eens een radarstoomschip met een beetje actie kan laten zien. “De radarstoomschepen die we al hadden zijn nogal formele scheepsportretten,” vertelt conservator Sarah Bosmans.Als je de tweede zaal betreedt, loop je onder een houten dolfijn door. Het model is ooit door het Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation gebruikt om de voortbeweging van dolfijnen te kunnen bestuderen en zo de weerstand van scheepsrompen te kunnen verminderen. Waar je ook bijna aan voorbij loopt zijn de twee prachtige oude globes van Hondius, omdat ze in het donker zijn gehuld. De een stelt de aarde voor, de andere de hemel. Ze werden in 1613 gemaakt en het zijn de twee fraaiste globes ooit in Nederland gemaakt. Als je ze beter wilt bekijken, moet je een lichtknopje indrukken. “Ze zijn zo kwetsbaar dat ze maar een bepaalde hoeveelheid mogen hebben,” licht de conservator toe.

Twee van de fraaiste globes ooit gemaakt

Beeld: Arnoud van Soest

Twee van de fraaiste globes ooit gemaaktTwee van de fraaiste globes ooit gemaakt

Stoomturbine

Het Scheepvaartmuseum staat natuurlijk bekend om zijn scheepsmodellen, maar het model van de stoomturbine van een olietanker is wel heel bijzonder. A. van Harten, die als werktuigbouwkundige op deze Esso-tanker werkte, deed er drie jaar over om zo’n complexe installatie in model na te bouwen. Het blijft een mysterie, dat wel, maar een opengewerkt model is in ieder geval een stuk duidelijker dan een technische tekening.Nog leuker zijn de moderne stereokijkers daar vlakbij, waarmee je oude foto’s kunt zien. Stereofoto’s waren erg populair aan het einde van de 19e eeuw, omdat je de wereld driedimensionaal kon bekijken. De foto’s zijn in 1906 gemaakt toen marineschip Hr. Ms. Friesland een oefenreis maakte in het middellandse zeegebied. Je kunt de Griekse ruines bijna aanraken, maar ook een kijkje nemen in de Moorse wijk van Algiers. Hetzelfde schip maakte ook een reis naar Spitsbergen om herdenkingstekens te plaatsen, aangezien de Engelsen in die tijd bezig waren door Nederlanders ontdekte plekken nieuwe namen te geven. Zo zien we bijvoorbeeld gebeente in een open graf liggen op het Hollandsch Kerkhof, maar ook een gedenkplaat die op last van Koningin Wilhelmina werd geplaatst, nadat de graven waren hersteld.Nu we het toch even over Nova Zembla hebben: in de laatste zaal van de tentoonstelling kun je gedroogde bloemen zien die kunstschilder Louis Apol tijdens de derde Poolexpeditie (1880) op Nova Zembla plukte, met vlak daarnaast een eikenhouten kastje dat is gemaakt van de restanten van het schip waarmee Willem Barentsz en zijn mannen in 1596 in het ijs van Nova Zembla kwam vast te zitten.

Gezicht op het IJ door Reinier Rooms (1664)

Gezicht op het IJ door Reinier Rooms (1664)Gezicht op het IJ door Reinier Rooms (1664)

Walvisspek

In de volgende zaal valt het oog meteen op de 53 modellen van werkbootjes die Maurice Kaak heeft verzameld. Werkbootjes werden onder andere door boeren gebruikt om hun vee in te vervoeren; elke streek had zijn eigen type bootjes. Toen ze door motorbootjes werden vervangen, reisde Kaak tussen 1980 en 2000 door Nederland, België en Noord-Frankrijk om ze op te meten, na te tekenen en er een model van te bouwen. Op die manier kon hij ze voor het nageslacht vastleggen en ze zijn zo klein dat ze in een vitrine passen. Een andere verzamelaar, Thijs Mol, verzamelde weer alles wat met walvissen te maken had, van opwindbaar ijzeren speelgoed tot stukjes walvisspek op sterk water. Na diverse omzwervingen kwam de collectie in het Scheepvaartmuseum terecht, die daarmee ‘de grootste walviscollectie van Nederland’ bezit.Curieus is een glazen potje waarin zich een stukje rechterarm zou bevinden van Jan van Speijk. Hij werd op 5 februari 1831 in Antwerpen door woedende Belgische opstandelingen bedreigd en beet van zich af door een sigaar in een vat met buskruit te steken. Hiermee blies hij zichzelf, 28 bemanningsleden en zijn schip op. Tegenwoordig zouden we de politie er bij roepen, die een onderhandelaar inzet, maar Van Speijk deed het op zijn manier en zou tot een ware volksheld uitgroeien.We besluiten de expositie met een recent door het museum aangekondigd schilderij van Reinier Nooms, Gezicht op het IJ met ’s Lands Magazijn. Het is wel duidelijk waarom het museum dit doek graag wilde hebben, want rechts prijkt het gebouw waarin nu het Scheepvaartmuseum is ondergebracht. In 1664, toen zeeschilder Nooms dit olieverfschilderij maakte, was het nog een pakhuis van de marine. Het schilderij toont niet alleen een schip van Admiraal de Ruyter maar ook de bedrijvigheid op de scheepswerf van de admiraliteit; je ziet hoe de scheepshuid waterdicht wordt gemaakt en hoe de mast wordt geplaatst. Het schilderij werd recent aangekocht en is nu voor het eerst te bezichtigen.

Drijfveer is tot en met 2 juli te zien in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 04/10/2016