Schaapskooi bij Blaricum

Honderd jaar geleden graasden er veel schapen op de heide. Toch is het niet vanzelfsprekend om schapen op de heide te zien. Tegenwoordig trekt de schaapskooi bij Blaricum vooral in de lente veel bekijks van jonge gezinnen uit de omgeving.

De hei was lange tijd een belangrijke inkomstenbron voor de Erfgooier. Naast leem en grint gebruikten de boeren de heidestruiken met de bovenste wortellaag (zogeheten heideplaggen) om hun akkers en weiden mee te bemesten. Voor de bemesting van een hectare landbouwgrond was maar liefst negen tot tien hectare heidegrond nodig. Hieruit blijkt maar weer eens hoe belangrijk de heide en de schapen voor de boeren waren. Want zonder de plaggen, gemengd met mest, konden de boeren geen rogge, boekweit en aardappels oogsten.

Om ervoor te zorgen dat de heideplaggen niet te diep werden uitgestoken werkten de boeren met de plaggenhak. De plaggen werden met stro vermengd en in de schaapskooien (potstallen) gestort. Ook gebruikten de boeren de heideplaggen om de boerderij te isoleren en als brandstof. Door te intensieve begrazing en het vele steken van heideplaggen verdween de begroeiing en veranderde de heide in zandverstuivingen.

Schapen op de heide ca. 1950 Collectie streekarchief Hilversum. Foto Jacques Stevens.

Hei verandert in een kale vlakte

De omwonenden zagen het veranderen van het heidelandschap met lede ogen aan. Mevrouw Snethlage woont aan de Blaricummerheide bij het Landgat en schrijft op 15 maart 1924 aan Stad en Lande, de voorganger van het Goois Natuurreservaat: “Tot onze grote spijt hebben we gezien hoe de hei verandert in een kale zandvlakte, door het voortdurende plaggen steken.” Zij vraagt zich af of de boeren naar een andere plek kunnen vertekken, zodat “dit kleine hoekje natuurschoon nog bewaard kon blijven.”

Stad en Lande neemt het op voor de boeren en wijst op het recht van de Erfgooiers om te mogen plaggen steken. Daarmee is de kous nog niet af, want drie jaar later bemoeit het Blaricumse gemeentebestuur zich ermee en geeft de brievenschrijfster gelijk om te pleiten voor een fraai heidelandschap. Er mogen geen plaggen meer worden gestoken op de heide bij het Landgat. Het bestuur van Stad en Lande stemt ermee in en bepaalt dat er alleen plaggen gehakt mogen worden en niet meer gestoken.

De nieuwe schaapskudde na de brand. Foto: Bart Siebelink.

Toch weer schapen

Door de komst van kunstmest en een ander landbouwsysteem verdwijnen de schapen van de hei. Totdat in 1982 de voorzitter van het Goois Natuurreservaat De Wit verkondigt dat de Stichting toe is aan schapen op de heide. Toch zien de wandelaars en fietsers op de heide in eerste instantie runderen en geen schapen. Runderen zijn namelijk vooral effectief tegen verbossing van de hei en kunnen sterk vergraste heide ‘openbreken’ zodat het heidezaad weer een kans krijgt. Schapen kunnen de heidevegetatie goed op peil houden.

Op deze heide werd dan ook meteen gekozen voor runderen en schapen. De schaapskooi op de Blaricummerheide wordt door het Huizer bedrijf Slokker Vastgoed in 1990 gerealiseerd. Het was slechts van korte duur, want iedereen weet van de fatale brand die op 14 juni 2008 uitbrak waarbij alle schapen omkwamen en de schaapskooi in de as legde. Gelukkig was het weer Slokker Vastgoed die te hulp schoot en ervoor zorgde dat er een jaar later een nieuwe schaapskooi stond. De nieuwe schaapskudde van Drentse heideschapen kwam dankzij vele donaties.

Lammetjes in de schaapskooi bij Blaricum. Foto: redactie ONH.

Bron: A. Kos, Gooise Grazers, Goois Natuurreservaat, 2010.

Publicatiedatum: 27/10/2011