Russische vaas cadeau van tsaar Nicolaas I

Een reusachtige vaas met een afbeelding van het Zaandamse Czaar Peterhuisje. Een Russisch pronkstuk dat als relatiegeschenk in 1843 in Amsterdam belandde en via een lange omweg in 2005 terechtkwam in de collectie van het Zaans Museum. Het kan raar lopen met cadeautjes.

Czaar Peterhuisje

De één meter hoge vaas werd in 1842 vervaardigd in de befaamde keizerlijke porseleinfabriek in Sint Petersburg. Op de vaas is een afbeelding aangebracht van het Zaandamse Czaar Peterhuisje, met de stenen overkapping van destijds. Die ombouw werd in 1823 aangebracht in opdracht van de Russische grootvorstin Anna Paulowna, de schoondochter van koning Willem I. Anna kreeg het huisje van Willem I in 1818 cadeau als kraampresentje en besloot direct tot ingrijpende maatregelen. Ze verordonneerde dat alleen het deel van het huis waar haar beroemde voorvader Peter de Grote enkele dagen had gelogeerd bewaard moest blijven. Het voorhuis achtte ze van geen waarde en diende te worden gesloopt. Voorts diende het overgebleven krakkemikkige houten bouwsel te worden voorzien van een stenen overkapping met sierlijke boogvensters. Aldus geschiedde omstreeks 1820.

Porseleinen vaas, relatiegeschenk van Tsaar Nicolaas I.

Beeld: Collectie Zaans Museum.

Porseleinen vaas, relatiegeschenk van Tsaar Nicolaas I.Porseleinen vaas, relatiegeschenk van Tsaar Nicolaas I.

Bankier Van der Hoop

De vaas kwam in 1843 via Lübeck in Amsterdam terecht, bij de steenrijke bankier en kunstverzamelaar Adriaan van der Hoop (1778-1854). Het was een duur cadeautje – een relatiegeschenk – van tsaar Nicolaas I als dank voor de enorme kredieten van het bankiershuis Hoop & Co aan Rusland. Dat er een nauwe relatie bestond tussen het hof van Rusland en de bankier wordt nog eens extra geïllustreerd door de aanstelling van Adriaan van der Hoop in 1820 door Anna Paulowna als beheerder/administrateur van het Czaar Peterhuisje.

Verwoed kunstverzamelaar

Van der Hoop was niet alleen een gewiekst bankier, maar ook een verwoed kunstverzamelaar. Zijn collectie werd na zijn dood – hij stierf kinderloos – ondergebracht in het Rijksmuseum. Ruim tweehonderd  schilderijen bezat hij, waaronder topstukken als het ‘Joodse bruidje’ van Rembrandt en de ‘Brieflezende vrouw’ van Vermeer. Zijn dubbele grachtenpand aan de Amsterdamse Keizersgracht 444-446 stond van onder tot boven vol met kostbare kunstvoorwerpen in talloze pronkzalen.

Botanische bibliotheek

Andere liefhebberijen van Van der Hoop waren renpaarden en exotische planten. Daarmee leefde hij zich uit op zijn imposante buitenverblijf Spaarnberg bij Santpoort. Hij bezat een eigen harddraversbaan op het landgoed en in zijn verwarmde kassen liet hij exotische planten aanvoeren uit Azië, Australië en Zuid-Amerika. Zijn botanische bibliotheek met zeldzame en kostbare boeken werd in 1924 aan de Hortus Botanicus te Amsterdam geschonken. Van der Hoop was een vermogend man. Hoe rijk dan wel? Hij behoorde destijds tot een van de vijf miljonairs die Nederland rijk was.

Buitenverblijf Spaarnberg

De collectie van Van der Hoop werd na zijn dood in 1854 ondergebracht in het Rijksmuseum en het Amsterdams Historische Museum. Maar de monumentale vaas bleef buiten schot. Die stond in het buitenverblijf Spaarnberg, dat in bezit was gekomen van een afstammeling van de bankier. Deze afstammeling, mevrouw Wüste, overleed in 1924 en directeur Schmidt Degener van het Rijksmuseum was betrokken bij de inventarisatie van de nalatenschap.

Deze directeur stuurde in 1924 een brief aan burgemeester en wethouders van Zaandam met de mededeling dat mevrouw Wüste de vaas had nagelaten aan haar executeur-testamentair mejuffrouw J.G. Fontein. Zij was echter genegen de vaas af te staan ter versiering van het gemeentehuis te Zaandam. “Mocht dit geschenk u interesseren, dan zou uw college zich direct kunnen wenden tot mejuffrouw Fontein, die zich thans te Santpoort bevindt.” En zo gebeurde het dat de Zaandamse wethouder A.G. Verbeek naar Santpoort vertrok om te overleggen over het transport van de vaas naar Zaandam. Op 16 oktober 1924 meldde de commies ter secretarie dat de vaas in goede orde was gearriveerd.

Koffiekamer gemeentehuis

Ruim tachtig jaar stond de monumentale vaas in de hal van het gemeentehuis op de Burcht. Ook na de vorming van Zaanstad in 1974 en de verhuizing naar het nieuwe gemeentehuis aan de Bannehof in Zaandijk bleef de vaas staan in het monumentale pand aan de Burcht waar later de Sociale Dienst introk en weer later – op de begane grond – een theatertje werd gevestigd. In de koffiekamer kreeg de vaas een plekje. Daar stond ie plompverloren. Niemand die enig besef had van de immense waarde. Dat veranderde toen Gerard Horneman en Hester Wandel van het Zaans Museum zich bekommerden om het kostbare voorwerp. Dat leidde er toe dat Zaanstad de vaas in 2005 in langdurig bruikleen gaf aan het Zaans Museum, gevestigd op de Zaanse Schans in Zaandam. Daar staat hij nu, zorgvuldig omgeven door een vitrine, als een gekoesterde schat.

Auteur: Peter Roggeveen.

Publicatiedatum: 28/12/2010