Ridder Jan Persijn vernederd

We schrijven 1275. Waterlandse boeren komen in opstand tegen hun heer, Jan Persijn. Die oefende namens de graaf van Holland het gezag uit over Waterland en de Zeevang. Waarom hij zijn onderdanen tegen zich in het harnas gejaagd had is niet helemaal duidelijk. Maar hij moet het helemaal bij hen verbruid hebben...

Persijns burcht Swaensborch werd door de opstandelingen tot de grond toe verwoest. Van dit ergens bij Monnickendam gelegen kasteel is tot nu toe nooit iets teruggevonden.

Verwoeste burcht

De boeren waren slechts tot vrede met hun heer bereid op voorwaarde dat de burcht nooit herbouwd zou worden. Aldus geschiedde. Het moet een grote vernedering zijn geweest. Jan Persijn: een trotse edelman, die door zijn eigen onderdanen gedwongen werd tot een verzoening, waarbij hij zijn eigen burcht niet opnieuw mocht opbouwen. Een drama, dat zich leent voor een roman, een toneelstuk of een film, maar daar is het nooit van gekomen. Meer dan een bijrol in het door Joost van den Vondel (1587-1679) geschreven toneelstuk Gijsbrecht van Amstel heeft er voor Jan Persijn tot nu toe niet ingezeten.

Gevelsteen Swanenburch.

Van de Swaensborgh is geen afbeelding bekend. Maar op een gevelsteen aan het pand Staalstraat 17 te Amsterdam prijkte ooit de ‘Swanenburch’. Een herinnering aan het kasteel van Jan Persijn? De van rond 1600 daterende, maar thans verdwenen gevelsteen, is ouder dan Vondels Gijsbrecht, maar Vondel kan voor zijn toneelstuk natuurlijk uit een bestaande overlevering geput hebben

Gevelsteen Swanenburch. (bron: Jan ter Gouw: ‘Geschiedenis van Amsterdam’, p. 293-294.

Gijbrecht van Amstel

Gijsbrecht van Amstel is in Vondels toneelstuk de moedige verdediger van Amsterdam, toen dat belegerd werd door Haarlemmers, Kennemers en Waterlanders. De stad lag ook met graaf Willem III van Holland overhoop, maar die had zijn handen vol aan een oorlog tegen Vlaanderen. Dat Jan Persijn zich tegen Gijsbrecht van Amstel keerde kwam volgens Vondel voort uit wraakzucht. Gijsbrecht van Amstel had zich in 1303 namelijk van een bij (of in) Amsterdam gelegen kasteel meester gemaakt. Terwijl deze burcht aan Jan Persijn toebehoorde, althans in de lezing van Vondel. In werkelijkheid had Jan Persijn deze burcht al in 1282 aan graaf Floris V van Holland afgestaan, na er slechts twee jaar kasteelheer van te zijn geweest. Maar het wraakmotief kwam Vondel natuurlijk beter uit. En zo trok Jan Persijn vanuit zijn kasteel Swaensborch bij Monnickendam onder ‘des graven vlag’ ten strijde tegen Gijsbrecht van Amstel. Vondels toneelstuk speelt in 1304. In dat jaar was de Swaensborch al een kleine dertig jaar eerder door de opstandige Waterlanders verwoest. Terwijl Jan Persijn zelf toen al ruim twintig jaar dood was. Maar om het spannend te maken mag een schrijver de feiten natuurlijk wel een beetje naar zijn hand zetten.

Voorkant van het boek 'De Lotgevallen van Jan Persijn'

Voorkant van het boek ‘De Lotgevallen van Jan Persijn’ De in 1846 geboren Amsterdamse onderwijzer Ph. Exel schreef een hele reek jongensboeken en romans, waaronder een spannend ridderboek over Jan Persijn uitgegeven in 1924.

Gekrenkte eer

Terug naar wat we met zekerheid weten over Jan Persijn, ridder en heer van Waterland. Hij was telg van een adellijk geslacht uit Kennemerland. Zijn oudste bekende voorzaat met de naam Persijn (te vertalen als peterselie) was Dirk Persijn. Die werd in 1162 genoemd als hoveling van de toenmalige graaf van Holland. Dat kán mede een verklaring zijn voor de opstandigheid van de Waterlanders. Die zagen de Persijns wellicht als hen opgelegde zetbazen van de Hollandse graven. Mogelijk verloor Jan Persijn na 1275 zijn belangstelling voor Waterland. Want in 1282 verkocht hij de helft van deze ‘heerlijkheid’ aan graaf Floris V. Het jaar daarop stierf Jan Persijn. Verbitterd waarschijnlijk. Wat hem ook dwars gezeten moet hebben was dat zijn dochter geweigerd had te trouwen met ridder Gerard van Velzen, de voor haar uitgezochte adellijke huwelijkspartner. De eer van zijn familie was daardoor in het geding geraakt. En dat woog zwaar in de toenmalige feodale samenleving.

Tekst: Jaap Haag

Publicatiedatum: 06/03/2011