Rentmeester van het boerenbedrijf

Het eindeloze West-Friese land was inspiratiebron en podium voor de voorstelling MELK in juli 2011. Geïnspireerd op verhalen van West-Friese boeren over de schaalvergroting van de melkveehouderij ontwikkelde theatergezelschap Het 5e Kwartier voor Karavaan een theatrale belevenis met 5 acteurs, 70 muzikanten en 100 koeien. Na afloop van de voorstelling in Aartswoud deelden bezoekers spontaan nieuwe verhalen met elkaar.

Drie boeren, Meindert, Jan-Dirk en Jaap, die allen betrokken waren bij het ontstaan van de voorstelling, straalden van trots dat hun wereld, hun leven tot onderwerp van zo’n spektakel was gekozen. Ondanks verschil in leeftijd, karakter en uiterlijk waren de boerenzoons opmerkelijk eensgezind: boer zijn is geen vak maar een leefwijze. “Boeren is loeren”, zei de een en de anderen knikten instemmend. Boeren kun je alleen leren als je van jongs af aan meedoet. Dan groei je langzaam toe naar het moment dat je, als veertien- of vijftienjarige jongen, de vraag van je vader krijgt voorgelegd: ‘We moeten gaan investeren in een nieuwe loopstal. Hoe groot moet ‘ie worden?’

Theatervoorstelling MELK.

Theatervoorstelling MELK.Theatervoorstelling MELK.

Gezamenlijke arbeidskracht

Dit is het punt waarop je ja of nee moet zeggen tegen de toekomst als boer. Ja betekent dat je vader een stal laat bouwen die dubbel zo groot wordt, opdat jouw broer en jij beiden een bestaan kunnen opbouwen. Na de jaren landbouwschool in Wageningen begint de beste periode voor het bedrijf. Vader en zoons vormen samen een maatschap. De vader brengt zijn ervaring in en de zoon een dosis lef en verse kennis. Dit is de bloeitijd, tenminste als je durft te investeren. Dankzij de gezamenlijke arbeidskracht lekt er weinig geld uit het bedrijf, wat het mogelijk maakt te voldoen aan de eisen van de moderne tijd.

Eigen baas

Het is een prachtvak. Ze zouden geen van drieën iets anders willen, vooral omdat er geen ander beroep te bedenken is waarin je zo je eigen baas kunt zijn. Voor hen is de gedachte, iemand boven je te hebben staan, een gruwelijk visioen. Ook al kun je geen drie weken op vakantie, het boerenbestaan is toch vooral een vorm van vrijheid. Je moet iedere dag om vijf uur op, altijd beschikbaar zijn voor de dieren en voor de eisen die het land stelt. Toch is dat vrijheid omdat niemand je vertelt dat er gemolken, geïnsemineerd of gehooid moet worden. Jij bepaalt dat, gedicteerd door de natuur. Dat is voor deze mannen de enige macht waaraan ze willen gehoorzamen.

Generalist

Een boer is een generalist, moet overal verstand van hebben: diergezondheidskunde, techniek, economie en je moet fysieke en mentale kracht bezitten. Ook dat werd aan de stamtafel in de tent uitsluitend als pre gezien. Wat zouden ze moeten, achter een bureau, doodongelukkig zouden ze worden, bij het idee alleen al. “We zijn rentmeesters”, besloten de mannen. “Je neemt het bedrijf over van je vader, generaties lang opgebouwd, je zorgt er goed voor, je ontwikkelt het. En dan geef jij het weer door aan jouw kinderen.”

Schakel in een keten

De kern van het boerenbedrijf en het grootste verschil met de moderne beroepen waarin het ego zo’n belangrijke plek inneemt, lijkt hierin te liggen: de boer ziet zichzelf als een kleine, maar niet onbelangrijke schakel in een lange keten van mensen, die houden van het land, het vee en het bedrijf. Er ging veel traditie verloren in Nederland. Maar in West-Friesland, bij deze boeren, is de keten nog niet verbroken.

Auteur: Saskia Goldschmidt / Het 5e Kwartier

Meer weten over de melkveehouderij: Rundveemuseum Aat Grootes in Aartswoud.

Publicatiedatum: 05/08/2011